De tuinbouwsector is een belangrijke economische factor in Zuid-Holland. Maar de sector staat onder druk door ruimtegebrek en milieuvervuiling. In een nieuwe tuinbouwvisie wil de provincie Zuid-Holland de sector aanjagen om veel duurzamer te gaan opereren.
Zuid-Holland: geen keuze tussen huizen of kassen
Zuid-Holland droomt van een duurzame, circulaire tuinbouwsector. Er is werk aan de winkel voor de sector, zegt gedeputeerde Meindert Stolk.
Is er in het drukbevolkte Zuid-Holland nog wel ruimte voor intensieve tuinbouw? Het korte antwoord, zegt gedeputeerde Meindert Stolk, is ‘jazeker’. Het langere antwoord: ‘Zuid-Holland is een drukke provincie. We hebben grote opgaven voor woningbouw, natuurontwikkeling en economische bedrijvigheid. Dat is een heel lastige puzzel. Maar vanuit het economisch perspectief is het enorm belangrijk dat de sector zich moet blijven doorontwikkelen.’
Biodiversiteit
Na de Rotterdamse haven is de tuinbouwsector de grootste economische sector van Zuid-Holland. De sector concentreert zich in de provincie in vier greenports. Er zijn de twee glastuinbouwgebieden in het Westland en in het Oostland rond Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland en Berkel en Rodenrijs, de boomkwekerijen rond Boskoop en de bloembollenteelt in de Bollenstreek, in het noorden van de provincie. Maar de druk op de sector is groot: de tuinbouwsector draait grotendeels op fossiele energie en gebruikt nog te veel gif. Dat heeft grote gevolgen voor de natuur en de biodiversiteit. De teelt is nog behoorlijk arbeidsintensief en leunt voor een groot deel op arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa. En dan is er nog het ruimtegebruik: er is plek gevonden voor de bouw van duizenden woningen de komende jaren, maar hoe moet het verder? Bouwen op tuinbouwgrond is niet ideaal, maar valt daar in de snelgroeiende Randstad wel aan te ontkomen?
Ja, zegt Stolk: als je door die vier gebieden fietst, lijkt het alsof de kassen, bollenvelden en kwekerijen ontzettend veel ruimte innemen. ‘Maar als je het vergelijkt met het totale oppervlak van de provincie,’ relativeert hij, ‘dan neemt de tuinbouwsector maar zo’n 3 procent van het oppervlakte in beslag. Dus eigenlijk is het ruimtegebruik nog heel beperkt. We kunnen de woningbouwopgave nu realiseren binnen de ruimte die daarvoor beschikbaar is. De tuinbouwsector zit dat niet in de weg. We kijken bijvoorbeeld heel erg naar verdichting: kan je in stedelijke gebieden meer de lucht in bouwen? Want we willen ook open ruimte houden in onze provincie. Maar als je vraagt of er óf woningbouw moet komen óf tuinbouw, dan creëer je een verkeerde tegenstelling.’ Moet de sector krimpen? ‘Daar is geen enkele reden voor.’
Droombeeld
Het Zuid-Hollandse ‘droombeeld’ is dat van een tuinbouwsector die in 2050 volledig circulair, energieneutraal en zelfvoorzienend is, draait op volledig duurzame energiebronnen en een ‘hightech innovatiecluster’ is die niet langer afhankelijk is van arbeidsmigranten. Brede welvaart is daarbij het leidende begrip. De sector gebruikt geen chemische gewasbeschermingsmiddelen meer, maar ‘opereert in harmonie met natuur en leefomgeving’. En het oppervlaktewater in de tuinbouwgebieden is schoon.
Stolk: ‘We hebben geprobeerd om de balans te zoeken tussen de economische waarde van de sector en de erkenning dat de sector ook voor grote opgaven staat. En we zien een goede economische toekomst voor de tuinbouw. Maar dan moet de sector wel aan een aantal randvoorwaarden voldoen, zodat we ook het ecologische evenwicht gaan bereiken.’
Geen dreigement
Zover is het echter nog lang niet, erkent ook Stolk. ‘Er zijn bedrijven ongelooflijk innovatief bezig zijn, ver vooruitlopen en al echt energieneutraal zijn. We hebben de hoop dat de grote groep daarachter straks volgt. Maar we zeggen ook tegen ondernemers dat ze wel echt die beweging moeten maken. Dat is geen dreigement, maar wil je als ondernemer het maatschappelijk draagvlak overeind houden en je verdienmodel toekomstbestendiger maken, dan zul je die kant wel op moeten. En de sector is daar ook al heel bewust mee bezig.’
De provincie neemt vooral een stimulerende positie in, zegt Stolk. In de greenports werken overheden, kennisinstellingen en bedrijven samen om daadwerkelijk tot innovaties te komen. De sector zelf is aan de bal, vindt de gedeputeerde. Maar met subsidies en het aanjagen van projecten die kunnen leiden tot innovatie, kan de provincie wel degelijk een rol spelen.
Werkgelegenheid
De tuinbouwsector is belangrijk voor de economie en voor de werkgelegenheid in de regio, herhaalt Stolk nog maar eens. Maar hoe belangrijk? Veel tuinders in bijvoorbeeld het Westland zijn aangewezen op arbeidsmigranten uit landen als Polen, Bulgarije en Roemenië, en niet op lokale medewerkers. Die arbeidsmigratie gaat niet zelden gepaard met uitbuiting en overlast. ‘Het zou mooi zijn als we de afhankelijk van dat type arbeid kunnen verminderen’, zegt Stolk. ‘Dat kan bijvoorbeeld door robotisering en digitalisering.’
Het werk gaat de komende jaren veranderen, zegt de gedeputeerde. ‘Als je gaat robotiseren, krijg je een heel ander type functies in de tuinbouw.’ Minder werk voor tomatenplukkers, meer banen voor mensen die machines kunnen onderhouden en besturen, beaamt Stolk.
Economisch ecosysteem
Rondom de tuinbouwsector, voegt de gedeputeerde eraan toe, is een heel economisch ecosysteem ontstaan. Het onderwijs, de wetenschap en de logistieke sector hebben profiteren ook van de sector. ‘Dat ecosysteem heeft volume nodig om overeind te blijven’, zegt Stolk. ‘Ook daarom willen we de tuinbouw nodig.’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.