Christiaan van der Kamp, directeur van Omgevingsdienst Haaglanden, is een natuurliefhebber. Hij houdt bijen in zijn achtertuin, maait zijn gras maximaal twee keer per jaar met oog op de biodiversiteit, en telt trots hoeveel vlindersoorten hij op een zomerdag achter z’n huis ziet fladderen.
Vleermuis vertraagt bouw, maar Den Haag heeft oplossing
Woningcorporatie Hof Wonen en Omgevingsdienst Haaglanden zijn project begonnen tegen trage vergunningverlening.
Maar ook een buitenmens als Van der Kamp erkent: Europees beschermde diersoorten, en dan vooral vleermuizen, maken het isoleren, slopen of renoveren van huizen ongelooflijk moeilijk. Dat probleem is nog eens verergerd door een uitspraak van de Raad van State. De hoogste bestuursrechter oordeelde in de zomer van 2023 dat een beperkt cameraonderzoek bij het isoleren van spouwmuren onvoldoende is om vast te stellen of zich in de holtes vleermuizen of vogels bevinden.
Al dit papierwerk
De Omgevingsdienst Haaglanden moet hierdoor alle zeilen bijzetten om natuurvergunningen te verstrekken aan bijvoorbeeld woningcorporaties die willen renoveren. De druk nam nog eens toe met de komst van de Omgevingswet, die de reactietermijn op een aanvraag sterk heeft ingesnoerd.
Tegelijkertijd twijfelt Van der Kamp of al dit papierwerk veel goeds doet voor de vleermuizen, gierzwaluwen, huismussen en andere vogels. In zijn ogen is het beter om de dieren in algemene zin meer leefgebied te geven, in plaats van ecologen per bouwproject lijvige rapporten te laten schrijven.
Naast hem zit Karolien de Jager, bestuurder van Hof Wonen, één van de woningcorporaties in Den Haag. Samen begonnen ze het project GroenLicht, een nieuwe methode om het verlenen van natuurvergunningen te versnellen. Ze zouden die nieuwe aanpak op den duur willen uitrollen over de hele provincie Zuid-Holland.
Het verhaal
Daarover later meer. Eerst de context. Zodra je te maken hebt met een woning waarin mogelijk beschermde dieren verblijven, ben je verplicht de nodige onderzoeken uit te voeren, zegt De Jager: ‘Het gaat niet alleen om de spouw, het is alles in en om die woning.’ Dat geldt ook voor sloopnieuwbouw. ‘Als er zeldzame soorten zitten in een project of complex dat wij willen slopen, kan dat niet voordat we voldoende maatregelen hebben genomen voor alternatieve huisvesting voor de dieren. Ik ken niet het hele lijstje uit mijn hoofd, maar het gaat vooral om de ruige dwergvleermuis, de gewone dwergvleermuis, de gierzwaluw en de huismus.’
Er zijn heel veel ingewikkelde vleermuissoorten, vult Van der Kamp aan: ‘Dit gaat om de uitvoering van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. Die hebben wij netjes geïncorporeerd in lokale wetgeving. En, laat ik het vriendelijk zeggen, dat hebben we in Nederland weer op onze eigen manier vertaald. Zodanig dat je moet beschrijven wat de effecten van jouw bouwactiviteiten zijn tot op het individuniveau van de dieren. Je mag dus niet zeggen: “Er zit hier een groep dwergvleermuizen.” Vervolgens moet je aantonen dat jouw maatregelen voldoende zijn om die schadelijke effecten te voorkomen. Dus dan kun je als woningcorporatie ecologen gaan inhuren en moet je een dik rapport maken. Daar zijn protocollen voor. Nou, dan hebben wij als omgevingsdienst zelf weer heel veel ecologen en juristen in dienst om dat te beoordelen.’
Voor één zo’n soort als de ruige dwergvleermuis gaat het om een stuk van negentig pagina’s dik
Karolien de Jager
Dwergvleermuis
En zo komt de omgevingsdienst na een heel ingewikkeld proces tot een vergunning. ‘Een soort die we met enige regelmaat tegenkomen is de ruige dwergvleermuis’, zegt De Jager. ‘Ecologische bureaus hebben kennisdocumenten opgesteld waarin alle regels zijn verzameld. Voor één zo’n soort als de ruige dwergvleermuis, dus niet de vleermuis in het algemeen, gaat het om een stuk van negentig pagina’s dik.’
Uiteindelijk gaat het erom hoeveel leefgebied deze vleermuizen in Nederland hebben, onderstrepen Van der Kamp en De Jager. Maar de strikte bureauregels werken dat in hun ogen tegen. ‘We zitten hier met drie grote corporaties in de wijk: Haag Wonen, Hof Wonen en Staedion’, illustreert De Jager. ‘Het zou voor Haag Wonen heel fijn kunnen zijn dat als zij een project renoveren, wij de vervangende huisvesting voor de vleermuizen op onze kopgevel hangen – de mooie spleetkastjes. Maar ja, wij willen zelf over twee jaar aan de gang in onze woningen. Als wij dan op die manier vleermuizen naar ons toe hebben getrokken, hebben we onze eigen moeilijkheid gecreëerd. Als woningcorporatie weet je dat je voor eigen verduurzamings- en bouwopgave een probleem veroorzaakt.’
Barstensvol
Als je een pand hebt waar geen dieren in zitten, hoef je niks te doen, zegt Van der Kamp: ‘Dat is onaardig als het pand daarnaast barstensvol zit. Want vleermuizen hebben de neiging niet te willen verhuizen. En als we ze dwingen doordat we de boel dichtzetten, dan willen ze zo dicht mogelijk in de buurt blijven. Ze hebben geen Funda om te kijken: is er niet een betere plek? En vleermuizen hebben nog een vervelende eigenschap: ze krijgen maar één jong per jaar. Dus als je ze een seizoen hebt weggepest, heb je een derde of een kwart van de populatie uitgemoord. Ze leven niet zo lang: vijf of zes jaar. In het eerste jaar zijn ze niet geslachtsrijp, dus je houdt maar een korte periode over.’
Een lang verhaal kort: hoe meer er aan leefomgeving is, hoe beter de staat van instandhouding van de dieren, en hoe makkelijker de omgevingsdienst vergunningen kan verlenen. ‘Maar hoe zéldzamer, hoe strenger wij moeten zijn. Er zijn twee vleermuizensoorten in Nederland heel zeldzaam, waaronder de meervleermuis. Als je die hebt, heb je écht een probleem’, aldus Van der Kamp.
De jackpot
Hof Wonen heeft in één van hun projecten de meervleermuis en de laatvlieger. ‘Wij noemen dat hier: de jackpot. Vergeet het dan maar’, zegt De Jager. ‘Ik ga de vleermuizen niet naar beneden halen, want het is echt waar dat ze beschermd moeten worden. Maar Omgevingsdienst Haaglanden zegt dan tegen ons: “We kunnen er vierkant naar kijken, en dat hebben we ook gedaan, maar een vergunning ga je niet van ons krijgen.” Daar is zoveel meer onderzoek voor nodig: bijvoorbeeld in welke thermische omstandigheden zowel de laatvlieger als die meervleermuis moeten leven. Daar moet je ongeveer jaren promotieonderzoek voor doen.’
Toen ik dat hoorde, dacht ik: dat kan niet waar zijn
Christiaan van der Kamp
Volgens Van der Kamp is dat het gevolg van de wijze waarop de wetgever het heeft opgeschreven. ‘We moeten deze dieren beschermen tot op dat niveau, en die beesten zijn ongelooflijk gevoelig voor vochtigheid en temperatuur. In de winter moet de temperatuur tussen een paar graden zijn; als het te warm is in die spouw, worden ze wakker, en dan is er buiten nog geen eten. Als het te koud wordt, vriezen ze dood. Dus je moet ze, zal ik maar zeggen, een geklimatiseerde woning aanbieden.’
De Jager: ‘Je moet zo goed weten wat de thermische omstandigheden zijn, dat je die precies kunt nabootsen. We hebben nu gezegd: voorlopig kunnen we hier niet verduurzamen. We verzinnen daarom alternatieven, zodat we niet aan die spouw en dakrand hoeven te komen. Qua verduurzamen kun je wel nog wat anders doen, met installaties en zonnepanelen.’
In 2024 hebben de sociale verhuurders Haaglanden gezamenlijk 7 miljoen euro uitgegeven aan ecologische onderzoekskosten
Moerwijk-West
De corporatiebestuurder vertelt over een renovatieproject in de Haagse wijk Moerwijk-West. ‘Dat project hebben wij in twee fasen geknipt. In fase één hebben we honderdvijftig gierzwaluwen en spreeuwenkasten ingebouwd, en een stuk of veertig vleermuizenspleetjes. In bouwfase twee hebben we ons alleen op vleermuizen gericht. Ik vroeg de projectleider daarom: waarom hebben we hier voor de gierzwaluwen niks geregeld? Het antwoord was: omdat die hier niet zijn aangetroffen in de quickscan. Wettelijk hoef je dan niets te doen. En dat is maar dríe straten verder dan fase één.’
Van der Kamp: ‘Dat vind ik een gemis in de wet, want je zou juist kunnen zeggen: als iedereen bijdraagt aan de leefomgeving voor die soorten, krijgen ze meer verhuismogelijkheden en kunnen wij als omgevingsdienst makkelijker vaststellen: de staat van instandhouding op deze locatie kan een stootje hebben. En dan mogen wij in de vergunningverlening flexibeler zijn. Daarom zouden wij in Nederland de focus moeten verleggen naar het verplicht duurzaam en natuurinclusief bouwen.’
Stel je voor
In 2024 hebben de sociale verhuurders Haaglanden gezamenlijk 7 miljoen euro uitgegeven aan ecologische onderzoekskosten. ‘Toen ik dat hoorde, dacht ik: dat kan niet waar zijn’, zegt Van der Kamp. ‘Stel je voor dat we die 7 miljoen hadden geïnvesteerd? Dan waren we miljoenen goedkoper uit geweest, en had ik tig meer voorzieningen voor de beschermde diersoorten gehad. Daarom vind ik dat we als Nederland wat te doen hebben met onze wetgeving en hoe we de Europese richtlijnen hebben omgezet naar nationale wetgeving.’
Lees de rest van het artikel in BB#9, op papier of (straks) online.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.