Gemeenten hebben ambitieuze klimaatplannen, zoals de warmtetransitie. De wettelijke opgave is helder: Nederland van het aardgas af. De uitvoering blijkt weerbarstig. Niet alleen vanwege technologische en financiële uitdagingen, maar vooral omdat veel huishoudens moeten investeren of deelnemen aan collectieve oplossingen.
Van het gas af? Verdiep je in hoe burgers daarnaar kijken
Draagvlak voor de warmtetransitie is niet vanzelfsprekend. Het kan toenemen als beleidsmakers zich verdiepen in de perspectieven van burgers
Dat de warmtetransitie veel van burgers vraagt, betekent dat deze staat of valt met draagvlak. Dat draagvlak is echter beperkt. Het Sociaal en Cultureel Planbureau liet in 2020 bijvoorbeeld zien dat slechts 49 procent van de bevolking de warmtetransitie steunt.
Een belangrijke oorzaak is ongetwijfeld dat de transitie, en de wijze waarop daarover wordt gecommuniceerd, niet goed aansluit bij hoe burgers naar klimaatbeleid kijken. Onderzoek laat zien dat veel burgers hun persoonlijke behoeften centraal stellen, een lokale aanpak verkiezen boven een landelijke aanpak en vaak twijfelen aan de haalbaarheid van ingewikkeld en veelomvattend klimaatbeleid. Juist de warmtetransitie is echter complex en grootschalig, en campagnes als ‘Zet ook de knop om’ benadrukken vaak abstracte doelen, zoals het verminderen van CO₂-uitstoot in plaats van concreet persoonlijk voordeel.
Dat de warmtetransitie veel van burgers vraagt, betekent dat deze staat of valt met draagvlak
Hoe is het draagvlak voor de warmtetransitie dan te vergroten? Dat onderzochten wij onder ruim vierduizend Nederlanders, representatief voor de Nederlandse bevolking. Respondenten kregen een flyer te zien over de gemeentelijke warmtetransitie, geïnspireerd op bestaande initiatieven.
Op elke flyer was het doel van de warmtetransitie hetzelfde, maar op sommige versies werden persoonlijke voordelen zoals comfort en kostenbesparing, samenwerking in de buurt of een concrete, stapsgewijze aanpak benoemd, terwijl andere versies klimaatdoelen, internationale verplichtingen of de ambitie en complexiteit van de transitie centraal stelden.
Draagvlak blijkt groter als de aanpak concreet en overzichtelijk wordt gepresenteerd. Respondenten zijn dan positiever over het initiatief, meer bereid om zelf bij te dragen en deel te nemen, en oordelen gunstiger over de initiatiefnemers.
Daarnaast blijkt dat steun voor het initiatief afhangt van de mate waarin mensen zich zorgen maken over klimaatverandering. Onder mensen die zich minder zorgen maken, vinden initiatieven meer steun wanneer de nadruk ligt op persoonlijke voordelen, zoals een lagere energierekening, in plaats van op het halen van klimaatdoelen. Het tegenovergestelde zien we bij mensen die zich juist veel zorgen maken over het klimaat.
Wat betekent dit voor de praktijk? De warmtetransitie vraagt allereerst om erkenning dat haar complexiteit moet worden vertaald naar concrete en overzichtelijke stappen voor burgers.
Daarnaast blijkt dat initiatieven die de urgentie van klimaatverandering benadrukken vooral mensen aanspreken die zich daar al zorgen over maken. Initiatieven die aansluiten bij persoonlijke behoeften, zoals betaalbaarheid, bereiken juist mensen die zich minder bedreigd voelen door klimaatverandering.
Als je die laatste groep wil meekrijgen in de warmtetransitie, moet je niet het mondiale klimaatprobleem benadrukken, maar aandacht geven aan praktische maatregelen en de portemonnee. Ook, of zelfs juist, wanneer klimaatverandering deze beleidsmakers zelf veel zorgen geeft.
Kjell Noordzij en Joost Oude Groeniger zijn universitair docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, Willem de Koster en Jeroen van der Waal zijn als hoogleraar verbonden aan dezelfde universiteit
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.