Nog dit jaar wil de regering laten weten wat de nieuwe bedrijfsspecifieke emissienormen voor stikstof en broeikasgassen worden waaraan boeren zich moeten gaan houden. Over een kleine tien jaar, in 2035, zullen de agrariërs hard op die doelen worden afgerekend. Dit betekent een omwenteling in het stikstofbeleid: van depositie- naar emissiebeleid. Niet langer staat voorop hoeveel stikstof neerkomt op elke hectare beschermd natuurgebied. Vanaf dan staat voorop hoeveel stikstof er bij de boerenbedrijven uitgaat, evenals in industrie, bouw en verkeer. Dit wordt de nieuwe route waarlangs de stikstofcrisis moet worden opgelost.
Tweede Kamer smacht naar kennis over nieuw stikstofbeleid
Dat blijkt uit schriftelijke vragen over de aangekondigde doelsturing op emissies.
Maar de Tweede Kamer smacht naar meer concrete informatie over deze nieuwe doelsturing op emissies. Dat blijkt uit een nieuw schriftelijke verslag vol vragen van de verschillende partijen; vragen waarop landbouwminister Jaimi van Essen antwoord moet geven. Hoe ziet het tijdspad er de komende tien jaar uit ? En worden boeren door deze nieuwe aanpak niet beladen met veel extra boekhouding?
Eerder
Al sinds het kabinet-Schoof wordt deze beleidswijziging beloofd. Onder landbouwministers Carola Schouten en Christianne van der Wal, tijdens de kabinetten-Rutte, gold nog een depositiebeleid. In de wet is toen vastgelegd dat, in uiteindelijk 2035, op 74 procent van de beschermde stikstofgevoelige natuurgebieden minder stikstof moet neerkomen dan ze aankunnen. Om dit laatste ondergrens te weten, wordt per beschermde natuursoort gewerkt met een Kritische Depositiewaarde (KDW).
Planning
De planning is dat landbouwminister Jaimi van Essen volgend jaar een wetswijziging indient, en deze eerdere KDW-doelen inruilt voor emissiedoelen voor onder andere landbouw en industrie. Eerder al, dit jaar, wil de minister duidelijk maken wat zijn inzet is voor de emissiedoelen per boerenbedrijf, voor zowel stikstof als broeikasgassen. Pas volgend jaar kunnen de Kamerleden hier hun mening over laten horen. Dit alles staat in de wetgevingsagenda die vorige week naar buiten kwam.
Tien tot vijftien jaar
Hiermee gaat Van Essen door waarmee zijn voorganger Femke Wiersma begon. Een belangrijke vraag blijft echter onbeantwoord: hoe gaan de komende tien tot vijftien jaar er concreet uitzien? Zo lang duurt het wel om het nieuwe emissiebeleid volledig rond te krijgen, inclusief noodzakelijke metingen, modelleringen, handhaving en afrekening. ‘Een realistisch tijdpad voor de invoering van normerende vormen van doelsturing in de Nederlandse landbouw ligt rond de tien tot vijftien jaar’, schreven onderzoekers van Wageningen University & Research kortgeleden in een position paper voor een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer.
Hoofdonderzoeker en inspreker was Gerard Ros, die ook hoofdauteur is van een andere Wageningen-studie, genaamd De Nederlandse Stikstofcrisis: van verwarring naar verbinding. Dit is een technische en juridische uitwerking van een landelijke doelsturing op emissies. Deze onderzoekers hebben de politieke wind in de rug. Al kort na publicatie hiervan nodigde de kersverse landbouwminister ze uit in zijn werkkamer. Op 13 mei krijgt de Tweede Kamer een technische briefing over deze studie.
Vragen
Partijen als D66 en VVD vragen van de landbouwminister concreet zicht op de fasering van de komende tien jaar. ‘Op welke momenten worden tussentijdse beslismomenten ingebouwd waarbij het tempo desnoods kan worden bijgesteld?’, vraagt die eerste partij zich af. De wantrouwige PVV wil weten ‘hoe het kabinet nu al kan koersen op een niet vrijblijvende daling van emissies terwijl de juridische basis wankel is en de data-infrastructuur voor doelsturing nog volledig in de kinderschoenen staat’. De BBB vraagt wanneer het nieuwe doelsturingsstelsel ‘rijp’ genoeg is om boeren daadwerkelijk op de doelen af te kunnen rekenen.
En een andere vraag, met oog op die tien tot vijftien jaar die het stelsel nodig heeft: ‘Hoe verhoudt dit zich tot de huidige ambities en tijdslijnen van het kabinet?’ De Partij voor de Dieren worstelt met dezelfde vraag.
Dwangsom
Stilzwijgend is het namelijk duidelijk dat het kabinet niet meer probeert om onder de dwangsom uit te komen die de staat in 2030 krijgt opgelegd als niet voldaan wordt aan de depositiereductie die voor dat jaar wettelijk is vastgelegd. In januari vorig jaar won Greenpeace namelijk een rechtszaak tegen de staat bij de rechtbank van Den Haag, met als gevolg dat de staat een dwangsom van 10 miljoen euro in het vooruitzicht heeft.
De Partij voor de Dieren legt precies hier de vinger bij. Zij willen dat Van Essen toelicht ‘hoe de voorgestelde doelsturingssystematiek concreet bijdraagt aan het behalen van de resterende reductieopgave in 2030’. De landbouwminister moet waarschijnlijk toegeven dat dit niet kan.
Schrijnend
Een vraag van de SGP schrijnt: als het inderdaad klopt dat tien tot vijftien jaar nodig is om het nieuwe stelsel in te voeren, klopt het dan dat Nederland niet op korte termijn van het spreekwoordelijke stikstofslot is?
Evenals de PVV is ook Groep Markuszower wantrouwig. Deze Kamerleden zien nog te veel onzekerheid en ‘staan niet achter onomkeerbare maatregelen waarvan de effectiviteit niet is bewezen.’
PRO
De PRO-fractie heeft geen schriftelijke vragen gesteld over de nieuwe doelsturingsaanpak. Maar betrokken Kamerlid Laura Bromet stemt voorzichtig in met de nieuwe aanpak. Wel diende ze vorig jaar een motie in die eiste dat alleen tot doelsturing wordt overgegaan als het hele stelsel op poten staat: ‘Als monitoring en handhaving op orde zijn en als de resultaten geborgd zijn, bijvoorbeeld in de vorm van het intrekken van dier- of productierechten, of in het uiterste geval van vergunningen, als doelen niet bereikt worden.’ Deze motie is toen door de Kamer verworpen.
Boekhouders
Doelsturing geeft boeren wel administratieve lasten, zo benadrukken onder andere de Wageningen-onderzoekers. Tweede Kamerleden willen graag dat Van Essen voorkomt dat die lasten te zwaar wegen. De PVV vraagt ‘hoe de minister de belofte van het centraal stellen van vakkennis rijmt met het feit dat boeren door dit nieuwe beleid feitelijk worden gedegradeerd tot fulltime boekhouders die elke gram stikstof moeten millimeteren’. Ook VVD en CDA vrezen extra boekhouding.
De Partij voor de Dieren wil weten hoe voorkomen wordt ‘dat doelsturing leidt tot een kostbaar controleapparaat, terwijl we allang weten welke maatregelen nodig zijn, zoals een forse krimp van het aantal dieren in de veehouderij en de omslag naar een landbouwsysteem in balans met de natuur’.
In de ogen van D66 kan doelsturing juist administratieve lasten terugdringen, maar de Kamerfractie wil weten hoe de landbouwminister dit ook voor elkaar krijgt.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.