Dit jaar komt er een nieuwe Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS) en mag de oude NAS van 2016 in de prullenbak. Het gaat hier om een rijksbrede kijk op hoe Nederland zich te weer stelt tegen fenomenen als droogte, piekbuien, hittestress en zeespiegelstijging. Ter voorbereiding op die NAS komen meerdere adviesorganen naar buiten met hun eigen kijk op de zaak. Dinsdag publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving haar rapport, dat lijkt op het rapport dat de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) vorig jaar uitbracht.
Nieuwe rapporten met oog op nieuw beleid klimaatadaptatie
Nieuwe publicatie Planbureau voor de Leefomgeving, met oog op nieuwe Nationale Klimaatadaptatiestrategie.
Tevens verscheen er eerder dit jaar een studie van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) over de gevolgen van extreme regenval. De OVV hekelde de ‘vrijblijvenheid’ in het rijksbeleid: ‘Klimaatbestendig en waterrobuust zijn (…) kernbegrippen in het nationale doel 2050, maar abstract geformuleerd en de tussendoelen zijn procesmatig van aard.’
De balans
Zoals het WRK dat vorig jaar ook deed, benadrukt het PBL in het nieuwe rapport dat het rijk de juiste balans moet vinden tussen intensivering van het huidige klimaatadaptatiebeleid, dankzij vooral technische ingrepen, en rigoureuzere ruimtelijke aanpassingen. Droogteproblemen in de natuur en de landbouw kunnen bijvoorbeeld te lijf gegaan worden met druppelirrigatie, kunstmatig hoge waterpeilen, en aanvoer van water over grote afstanden. Een andere adaptatierichting is gewassen telen die beter tegen droogte kunnen, wateren meer laten meanderen, en natuurgebieden vergroten.
Het voordeel van een technische maatregel kan zijn dat het gewenste resultaat snel wordt behaald: installatie van een airco geeft meteen koelte. Aan de andere kant kunnen systematische ruimtelijke ingrepen meerdere voordelen tegelijk opleveren, waarvan bovendien grotere groepen mensen profiteren. Niet iedereen bijvoorbeeld kan een airco betalen. Maar als hittestress bestreden wordt met behulp van meer water en meer groen in de omgeving, betaalt zich dat uit voor grotere groepen in de samenleving.
Welke risico's?
Daarnaast moet het rijk de afweging maken in hoeverre Nederland klimaatrisico’s zal moeten accepteren: mogen meer hittegolven leiden tot meer ziekenhuisopnamen?, mag er vaker schade zijn door meer extreme neerslag? En in hoeverre moeten de klimaatrisico’s rechtvaardig verdeeld worden, zodat het straks niet alleen de mensen met lagere inkomens in verstedelijkte gebieden zijn die nog onder hittestress lijden?
Weerbaarheid
Ook iets anders wat de WKR vorig jaar deed, doet het PBL opnieuw: wijzen op maatschappelijke weerbaarheid. ‘Een weerbare samenleving kan helpen crisissituaties te voorkomen, de impact daarvan te beperken en/of snel in staat zijn om doeltreffend te reageren tijdens en na een crisissituatie’, beschreef de klimaatraad. Het PBL benadrukt daarom het belang van ‘informatiecampagnes, het ontwikkelen van waarschuwingssystemen en rampenplannen, het houden van oefeningen, het organiseren van hulpdiensten, het regelen van opvang van slachtoffers, en het maken van afspraken over herstelmaatregelen’.
Anders dan het WKR-rapport van vorig jaar gaat het PBL-advies wel vergezeld van een grote hoeveelheid deelstudies over onder meer natuurbranden, waterveiligheid, gezondheid, drinkwater, energie en digitale infrastructuur, opgesteld door Deltares, Wageningen University & Research, TNO, TU Delft en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Twintig jaar beleid
Nederland is ondertussen al minstens twintig jaar bezig met het vormen van klimaatadaptatiebeleid. In 2006 werd begonnen met het Adaptatieprogramma Ruimte en Klimaat (ARK), waarna het jaar daarop de eerste Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS) verscheen. Een belangrijke aanjager van dit alles was een motie die de Eerste Kamer in 2005 unaniem aannam. Indiener was CDA-senator Wolter Lemstra. Hij vond dat de ruimtelijke nota’s op dat moment te korte ‘planningshorizonten’ hadden, gezien de ‘langetermijnontwikkelingen rondom zaken als klimaatverandering en zeespiegelrijzing, hoogwaterproblemen, de ontwikkeling van Schiphol, bereikbaarheid van de randstad’.
Kritiek
De Algemene Rekenkamer is sindsdien meerdere keren streng geweest. In 2012 oordeelde ze dat het nationale adaptatiebeleid ‘weinig samenhang’ vertoonde en niet ‘alle kwetsbare terreinen’ dekte. ‘Gevolg: risico dat ons land onvoldoende is voorbereid op gevolgen klimaatverandering.’
In 2023 stelde de Algemene Rekenkamer dat niet is na te gaan hoeveel het rijk nou uitgeeft aan klimaatbeleid in het algemeen. ‘Vanwege het ontbreken van heldere definities scharen ministeries mogelijk te gemakkelijk maatregelen onder klimaatbeleid of worden relevante maatregelen juist niet opgenomen’, schreef de Rekenkamer. ‘Door de wijze van rapporteren is het voor de Kamer niet goed mogelijk vast te stellen hoeveel geld het kabinet uitgeeft aan klimaatmaatregelen.’

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.