Met enige regelmaat verzakken er wel kades in Nederland. Er zijn voorbeelden te over: van Amsterdam tot Katwijk, van Hoogeveen tot Amersfoort, van Urk tot Terschelling, en van Delft tot Utrecht en Maassluis. ‘Enfin, ik zal het rijtje met kades die aan het verzakken zijn niet geheel noemen’, zei Robert Tieman, toenmalig minister van Infrastructuur en Waterstaat in januari in een Kamerdebat.
‘Forse stijging kosten vervanging damwanden en kademuren’
Slecht nieuws aan vooravond Kamerdebat over de staat van de infrastructuur.
Pal voor een nieuw Kamerdebat over de staat van de Nederlandse infrastructuur brengt nieuwsprogramma EenVandaag naar buiten dat er miljarden euro’s meer naar de vernieuwing van kades en damwanden moeten. ‘De kosten voor vervanging van damwanden/kademuren zullen daardoor naar verwachting fors stijgen’, laat het ministerie van I en W weten aan de betrokken journalisten. Deze laatsten zeggen zich te baseren op een onderzoeksrapport dat binnenkort naar buiten komt.
Meegroeien
Dit is slechts nieuws voor gemeenten. ‘Op veel plekken in Nederland zien we dat de infrastructuur aan onderhoud en vernieuwing toe is’, meldt het ministerie. ‘We zien verschillen tussen gemeenten: op sommige plekken is er structureel geïnvesteerd in het onderhoud van dit soort infrastructuur, maar dat is niet overal het geval.’
Volgens gemeentekoepel VNG loopt er op dit moment een studie naar ‘de kostenontwikkeling’ van de noodzakelijke vernieuwing van provinciale en gemeentelijke infrastructuur, dus ook van wegen, bruggen en sluizen. Tegelijk wordt gekeken in hoeverre het Gemeente- en Provinciefonds te kort schieten om aan deze grote verbouwingsopgave te kunnen voldoen. ‘De middelen in het Gemeente- en Provinciefonds moeten voldoende zijn én voldoende meegroeien om de sterk stijgende kosten te dekken’, schrijft de gemeentekoepel in een position paper.
Een piek
In 2023 bracht onderzoeksinstituut TNO een landelijke prognose uit van de totale vernieuwingsopgave. ‘De kosten stijgen van 1,1 miljard euro in 2021 naar 2,4 miljard per jaar in de periode 2021 – 2030 en verder naar 2,9 miljard in de jaren 2031 – 2040’, schreef het onderzoeksinstituut in dit rapport. ‘Vanaf 2040 zullen de jaarlijkse vernieuwingskosten naar verwachting meer dan 3 miljard euro bedragen. De piek van 3,7 miljard euro ligt rond 2080.’
Gemeenten nemen 55 procent van de kosten op zich, zo meldde TNO toen. Voor provincies geldt 9 procent, voor waterschappen 13 procent. Rijkswaterstaat en ProRail draaien samen op voor 23 procent van de vernieuwing van de infrastructuur.
Hun levensduur
Dit alles komt doordat veel viaducten, bruggen, sluizen, en ook riolen het einde van hun levensduur naderen. Het probleem is echter dat het ministerie van I en W kampt met geldtekort. ‘De Algemene Rekenkamer heeft in haar verantwoordingsonderzoek over 2024 het tekort voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing van de netwerken van Rijkswaterstaat geraamd op 34,5 miljard euro voor de periode tot en met 2038’, schreef de nieuwe minister Vincent Karremans kortgeleden aan de Tweede Kamer. ProRail zit op zijn beurt met een tekort voor de instandhoudingsopgave van 20 miljard euro.
In de beslisnota bij de Kamerbrief schrijven ambtenaren aan minister Karremans over de verhouding met het ministerie van Financiën: ‘Voor FIN ligt de zin dat u geschrokken bent van het financiële beeld dat u heeft aangetroffen gevoelig.’
Afwegen
Op basis van onder meer het Kamerdebat wil het ministerie de komende maanden op papier zetten hoe het schaarse geld het beste verdeeld kan worden. Ook met de decentrale overheden gaat het ministerie hierover in gesprek. Over een maand legt het ministerie aan de Tweede Kamer een afweegkader voor.
Ontwerp
Het is van belang dat de overheden een goed inzicht kunnen krijgen in de huidige staat van bruggen, wegen, kades, sluizen en andere infrastructuur. Dat benadrukt TNO in een eigen nieuwe position paper. Met die kennis in het achterhoofd zijn de beste keuzes mogelijk. ‘Zonder investeringen in onderzoek, data, inspecties en doorrekeningen komen probleemgevallen die acuut aandacht nodig hebben niet in beeld, waardoor beheerders voortdurend worden verrast. Tegelijkertijd is het essentieel om te weten wat kan wachten.’
Weliswaar nadert veel infrastructuur zijn zogenaamde ‘ontwerplevensduur’. Maar de huidige staat ervan is vaak onbekend. ‘Van veel objecten kennen we de technische staat en constructieve veiligheid niet’, onderstreept TNO.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.