Advertentie
ruimte en milieu / Achtergrond

Het goud ligt op straat

Essay. Van iedereen wordt verwacht dat hij of zij het gesprek aangaat over bouwplannen die invloed hebben op de lokale leefomgeving.

11 februari 2022
Burgers - participatie
Shutterstock

In de aanloop naar de Omgevingswet wordt er in de fysieke leefomgeving veel aandacht besteed aan participatie. Maar voeren gemeenten daarbij wel het goede gesprek met bewoners en andere betrokken partijen? Praten we niet te veel vanuit het perspectief van de overheid? Adviseur Peter Prins ziet in Amsterdam, Hattem en Ede veelbelovende experimenten waarbij de participatie op een andere manier wordt ingericht.

Sinds de koning in zijn troonrede van 2013 sprak over de ‘participatiesamenleving’ is die term niet meer weg te denken. Iedereen wordt gevraagd mee te doen en verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen leven en leefomgeving. Dat ‘meedoen’ wordt tastbaar in de Omgevingswet, die naar verwachting dit jaar of volgend jaar van kracht wordt. Van iedereen wordt verwacht dat hij of zij het gesprek aangaat over bouwplannen en andere ontwikkelingen die invloed hebben op de lokale leefomgeving. En gemeenten en andere overheden moeten voortaan niet alleen hun inwoners zorgvuldig betrekken bij de visies en plannen die ze ontwikkelen, maar ook in staat zijn om in te spelen op initiatieven vanuit de samenleving.

In 2020 heeft de Tweede Kamer bij de Invoeringswet Omgevingswet besloten dat overheden voortaan participatiebeleid moeten vaststellen. In de praktijk wordt daarbij vaak gebruik gemaakt van de participatieladder of varianten daarop. Informeren is de lichtste vorm van participatie. Via raadplegen, adviseren en coproduceren eindigt de ladder met (mee)beslissen als de meest intensieve vorm van participatie. Maar hoe doe je dat in de praktijk?

In de gemeente Amsterdam is het proces voor de omgevingsvisie gestart met een wervende startnotitie. Daarin staan de belangrijkste vraagstukken beschreven en het proces dat moet leiden tot de uitwerking van de bijpassende ambities. Opvallend is dat al meteen in deze startnotitie veel inwoners van de stad aan het woord komen.

Samen maken

Dat is ook de rode draad voor het proces van de omgevingsvisie van Amsterdam. Amsterdam wil niet een visie voorleggen aan de stad, maar samen met de stad een visie máken. Op allerlei manieren is input verzameld. Onder meer via regelmatige stadsgesprekken, toetsing van ambities via sociale media, webinars, spreekuren, enquêtes (waaraan circa tweeduizend Amsterdammers meededen), een ontwerpend onderzoek naar toekomstbeelden en zogenaamde ‘toekomst estafettes’: ingestuurde gesproken of geschreven teksten en filmpjes.

Die input was steeds terug te vinden via Amsterdam 2050.nl. Daarbij heeft de gemeente ervoor gekozen in een vroeg stadium delen van de omgevingsvisie online te zetten om het debat over de toekomst van Amsterdam breder te stimuleren.

Aanvullend heeft de projectorganisatie gebruikgemaakt van de signalen van de verschillende specifieke doelgroepen in de stad, zoals senioren, scholieren, zakelijke partners en vrouwen. In die laatste categorie is ‘Women make the city’ (WmtC) een mooi voorbeeld. Dit project is ontstaan tijdens een fysieke bijeenkomst waarvoor vrouwennetwerken uit drie stadsdelen waren uitgenodigd. WmtC staat voor een inclusieve en rechtvaardige samenleving met gelijke kansen voor iedereen. Dit doen de initiatiefnemers door te adviseren over het beleid voor de leefomgeving van Amsterdam vanuit een multicultureel en feministisch perspectief. Na een eerste contact met de projectorganisatie zijn de vrouwen met iPads de straat opgegaan om ook op die wijze input te verzamelen voor de strategische keuzes in de omgevingsvisie.

Het netwerk is een vast aanspreekpunt geworden voor de project organisatie van de gemeente. Omgekeerd heeft de gemeente WmtC gefaciliteerd om haar doelstellingen verder te kunnen realiseren. De omgevingsvisie van Amsterdam is inmiddels met een ruime meerderheid door de gemeenteraad vastgesteld.

Raadplegen

In de koersnotitie omgevingsvisie koos de gemeente Ede voor de participatievorm ‘raadplegen’. Daarmee houdt de gemeenteraad bewust een stevige positie bij de vaststelling van deze brede langetermijnvisie. Vanaf de start is in een aantal ronden geparticipeerd rondom de achtereenvolgende dilemma’s toekomstbeelden, een concept-omgevingsvisie en de ontwerp omgevingsvisie.

‘Opvallend is de betrokkenheid van dorpsraden’

Ook in Ede is gewerkt met een breed scala aan online en offline werkvormen en methodes. De online enquêtes zijn door 640 respectievelijk 1.180 deelnemers ingevuld.

Het meest opvallende in Ede was de hoge opkomst bij de interactieve online-bijeenkomsten die voor Ede Stad en de verschillende dorpen werden georganiseerd. Vooral de gesprekken in (kleinschalige) breakoutrooms werden zowel vanuit de deelnemers als de medewerkers van de gemeente zeer gewaardeerd. Ook opvallend is de grote betrokkenheid van de dorpsraden. Zij hebben zelf een visie gepresenteerd, meegedacht over de opzet van de bijeenkomsten en de resultaten getoetst. Ede heeft op dit terrein een sterke traditie. De in het verleden opgestelde structuurvisie is per dorp vertaald in een dorpsvisie onder regie van de dorpsraden. De ontwerp omgevingsvisie in Ede heeft inmiddels ter inzage gelegen en de vaststelling wordt voorbereid.

Intensieve gesprekken

In Hattem is het proces voor de omgevingsvisie in eerste instantie gestart met de ‘Week van de omgevingsvisie’ en een gesprek over de kernkwaliteiten van Hattem. Een gesprek dat later een vervolg heeft gekregen via een enquête en een inloopavond. Op basis van intensieve gesprekken met het college van B&W en de gemeenteraad is een koersdocument bepaald, dat via een enquête en een aantal webinars is voorgelegd aan de Hattemers. Opvallend was dat de enquête in no time via een nieuw platform door tweehonderd inwoners was ingevuld. De meesten waren bovendien bereid om circa zestig vragen te beantwoorden.

Waar normaal gesproken de enquêtes beperkt blijven tot tien á vijftien vragen. De enquête bood zo een schat aan informatie voor de eerste concept omgevingsvisie. Een ander mooi voorbeeld is dat van   Powered by Hattem.

Een bestaand particulier initiatief voor groene energie, dat in de omgevingsvisie expliciet wordt omarmd. Interessant in Hattem was het initiatief van de gemeenteraad om, in de aanloop naar de besluitvorming over de ontwerp omgevingsvisie, zelf letterlijk ‘op straat’ het gesprek met de inwoners aan te gaan. De ontwerp omgevingsvisie in Hattem heeft inmiddels ter visie gelegen. De vaststelling wordt op dit moment voorbereid.

Hamvraag

Na deze voorbeelden blijft de hamvraag: voeren we met alle beschreven activiteiten en inspanningen echt het goede gesprek over de fysieke leefomgeving met onze inwoners? Ik denk dat er zeker ‘goede gesprekken’ gevoerd worden en de uitkomsten van die gesprekken zijn ook aanwijsbaar terug te vinden in de omgevingsvisies.

‘We zijn nog steeds vooral in gesprek met usual suspects’

Maar ik maak graag twee kritische kanttekeningen. Ondanks de grote inspanningen en nieuwe online instrumenten zijn we nog steeds vooral in gesprek met de usual suspects. En we voeren het gesprek veelal vanuit het perspectief van de plannen en de visies die we als overheden voorbereiden en te weinig vanuit het perspectief van onze inwoners.

Om het gesprek breder te trekken, moeten we meer gebruikmaken van online platforms en enquêtes. Vooral jongeren en jonge ouders zijn goed te benaderen met online tools. Digitale platforms zijn uitermate geschikt om snel een eerste indruk te krijgen van de belangrijkste vraagstukken die in een gemeente spelen en de bijbehorende dilemma’s. Ze bieden ook goede mogelijkheden om te onderzoeken bij welke bestaande initiatieven kan worden aangesloten en waar aanvullend initiatief vanuit de gemeente nodig is. Mooie voorbeelden zijn WmtC in Amsterdam en de rol van de dorpsraden in Ede en Powered by Hattem. Het zou voor verdere verdieping natuurlijk goed zijn als we na die online kennismaking binnenkort ook weer fysiek met elkaar in gesprek kunnen.

Online enquêtes en tools bieden ook prima mogelijkheden om deze meer in te richten vanuit het perspectief van de inwoners en de voor hen belangrijke vraagstukken. En minder vanuit plannen en visies van de overheid. Nu komt het voor dat inwoners in korte tijd vier keer worden bevraagd over windmolens en zonne-energie. Namelijk via een energienota, voor de regionale energiestrategie (RES), voor de omgevingsvisie en voor het (nu nog) bestemmingsplan. Een online opgehaalde ‘agenda’ biedt een voorzet voor verdiepende gesprekken, online dan wel fysiek.

De ambtswoninggesprekken over leven en wonen in Amsterdam met zo’n 250 random uitgenodigde Amsterdammers zijn een voorbeeld van hoe het anders kan. Het lijkt mij interessant om vaker het gesprek aan te gaan met de inwoners door elk jaar een flinke steekproef uit te nodigen te nodigen voor een goed gesprek, vanuit het perspectief van de inwoners.

Aanvullend kunnen de reguliere contacten met inwoners worden gebruikt om scherper te krijgen wat er speelt in de lokale samenleving. En dat geldt voor álle contacten, van de medewerkers in het groenbeheer, bij het WMO-loket tot en met de gesprekken over bouwvergunningen en wijzigingen van het omgevingsplan. Volgens mij ligt het goud daar op straat. Het is slechts een kwestie van die informatie beter ontsluiten.

Met dank aan Maike Delfgaauw (gemeente Ede), Geertje Kuijt (gemeente Amsterdam), Hanneke Postma (gemeente Hattem) en Lida van Tilburg (Beaumont Communicatie) 

Peter Prins is adviseur fysieke leef omgeving voor diverse gemeenten 

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie