80 miljoen euro extra voor energiearmoedebestrijding
Komt het geld terecht waar het écht nodig is?
Gemeenten krijgen binnenkort circa €80 miljoen extra om energiearmoede aan te pakken. Een stevige impuls, maar de praktijk van de afgelopen jaren laat zien dat inzet van middelen niet automatisch leidt tot meer effect. Juist de huishoudens die het hardst worden geraakt, blijven vaak buiten beeld. De vraag is dan ook of het geld dit keer terechtkomt waar het echt nodig is.
Volgens onderzoek van TNO gaat het om meer dan vijfhonderdduizend huishoudens die langdurig te maken hebben met hoge energielasten, in combinatie met een laag inkomen en een slecht geïsoleerde woning. De verwachting is dat dit aantal verder groeit door stijgende energieprijzen en netwerkkosten. Energiearmoede leidt niet alleen tot zorgen rond de energierekening, maar ook tot gezondheidsproblemen, sociaal isolement en lagere leerprestaties.
Juist de doelgroep blijft buiten beeld
Gemeenten hebben de afgelopen jaren stevig ingezet op regelingen, subsidies en campagnes. Daarmee is veel in gang gezet. Tegelijkertijd blijft één patroon zichtbaar: de meest kwetsbare huishoudens worden niet altijd bereikt.
Dat heeft vaak praktische oorzaken. Veel regelingen vragen om initiatief van inwoners zelf. Procedures zijn niet altijd eenvoudig. Verduurzaming van de eigen woning is complex. En voor mensen die te maken hebben met een vol hoofd en een lege portemonnee is energie zelden de eerste zorg. Het gevolg is dat een deel van de doelgroep buiten beeld blijft, ondanks beschikbare regelingen.
Energiearmoedebestrijding vraagt om meer dan techniek
Onderzoek van onder meer TNO laat zien dat energiearmoede zich niet laat oplossen met alleen technische maatregelen of financiële compensatie. Het is nadrukkelijk ook een sociaal vraagstuk. Dat vraagt om een andere benadering. Het gaat niet alleen om isoleren of compenseren, maar ook om begeleiden en ontzorgen. Daarnaast is het belangrijk aan te sluiten bij de leefwereld van inwoners. Juist daar zit vaak het verschil tussen bereik en effect.
In trajecten waar die combinatie wordt gemaakt, blijken huishoudens hun energieverbruik aanzienlijk te kunnen verlagen. Besparingen van rond de 20 tot 25 procent zijn geen uitzondering. Belangrijker nog: mensen krijgen meer grip op hun situatie. Ook bredere positieve effecten zijn zichtbaar, zoals lagere zorgkosten, minder sociale isolatie en betere leerprestaties.
De grootste uitdaging ligt daarmee niet zozeer in beleid, maar in uitvoering. Want hoe bereik je huishoudens die niet reageren op brieven? Hoe kom je in contact met mensen die weinig vertrouwen hebben in instanties? En hoe sluit je aan bij situaties waarin energie slechts één van de problemen is? Dit zijn vragen die zich niet laten beantwoorden met standaardinstrumenten. Ze vragen om aanwezigheid in de wijk, om investering in tijd en om relaties.
Hulp via vertrouwde gezichten
Het TNO-onderzoek naar effectieve energiehulp laat zien dat een proactieve aanpak, ingebed in het netwerk van de doelgroep, werkt om huishoudens te bereiken. Dat kan via doorverwijzing van buren, een religieuze gemeenschap of de lokale sportclub. Tegelijkertijd zijn veel huishoudens al in beeld bij wijkteams, schuldhulpverlening of welzijnsorganisaties. Niet als ‘energiecase’, maar als inwoner met een bredere hulpvraag.
Door daarop aan te sluiten, verandert de dynamiek. Ondersteuning komt via vertrouwde gezichten, waardoor de drempel om hulp te accepteren lager wordt. Bovendien ontstaat ruimte voor persoonlijk contact, niet eenmalig, maar als onderdeel van een traject. Juist in die continuïteit zit de sleutel.
Bij gemeenten ontbreekt vaak de uitvoeringskracht en het netwerk in de doelgroep om deze maatwerkaanpak te organiseren. Lokale energiehulpinitiatieven gericht op de bestrijding van energiearmoede en welzijnsorganisaties kunnen dit wel. Zij genieten het vertrouwen van de doelgroep en spreken, letterlijk en figuurlijk, hun taal.
Ze werken met vertrouwde gezichten uit de wijk, die langdurig kunnen investeren in de relatie. Met coaching op gedrag, kleine energiebesparende maatregelen en het ontzorgen bij de verduurzaming van koopwoningen helpen ze huishoudens die niet zelf in actie zullen komen.
Van snel bereik naar duurzaam effect
In een groeiend aantal gemeenten heerst het besef dat er voor de effectieve inzet van de nieuwe SPUK-gelden energiearmoede moet worden gedacht in termen van effect. En niet zozeer in ‘snelle oplossingen’. Want uiteindelijk gaat het niet om hoeveel huishoudens zijn bereikt, maar om hoeveel huishoudens daadwerkelijk zijn geholpen.
De vraag is dus niet hoe de €80 miljoen wordt verdeeld, maar vooral of het terechtkomt bij de huishoudens die het het hardst nodig hebben.
Meer weten?
Hulp nodig als gemeente met het organiseren of verbeteren van een effectief bewezen aanpak van energiearmoede? Stichting Energiebank Nederland helpt.
We ondersteunen gemeenten met de lokale analyse van het netwerk dat er al is, organiseren samenwerkingen met welzijnsorganisaties en zetten de aanpak neer waar dat nog nodig is. Zonder winstoogmerk, vanuit onze missie dat iedereen mee moet kunnen doen met de energietransitie.
Stuur ons een bericht voor meer informatie.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.