Gemeenten willen bouwen, maar dat kan niet overal. Om te voorkomen dat de bodem uitdroogt of straten onder water komen te staan, werkt de Achterhoek sinds kort met een kaart die aangeeft waar wel en niet kan worden gebouwd. ‘Het is geen extra regel, het is gewoon gezond boerenverstand.’
Digitale kaart wijst op risico’s bouwlocaties
Achterhoekse gemeenten zetten met de signaleringskaart een digitaal hulpmiddel in om de ruimtelijke ordening op tijd te kunnen bijsturen.
Hulpmiddel
‘We hebben een woningbouwprojectje gehad in onze gemeente. Dan gaat de architect driftig tekenen, de ontwikkelaar gaat aan de gang. En vervolgens komt-ie bij ons en zeggen wij: “Maar dit is het laagste punt van Ruurlo!”’. Aan het woord is burgemeester Joost van Oostrum van de Gelderse gemeente Berkelland. Hij legt meteen uit wat de projectontwikkelaar beter had kunnen doen: ‘Als zo’n ontwikkelaar eerst die kaart bekijkt voordat hij gaat ontwerpen, dan ziet hij dat hij aanvullende maatregelen moet nemen tegen wateroverlast bij een regenbui.’ Met ‘die kaart’ bedoelt Van Oostrum de Signaleringskaart Water en Bodem Sturend, een digitaal hulpmiddel dat gemeenten in en rond de Achterhoek sinds kort in gebruik hebben om de ruimtelijke ordening op tijd bij te sturen.
Hoger bouwen
De ‘aanvullende maatregelen’ waar Van Oostrum het over heeft, betekenen in dit geval dat de woningen bijvoorbeeld hoger moeten worden gebouwd, dat ze geen kelder mogen hebben, dat er waterberging komt en dat niet al het regenwater wordt afgevoerd via het riool, maar via een infiltratieriolering. ‘Dan heb je één buis voor het bruine water, eentje voor het regenwater. Die is poreus en kan bufferen bij extreme buien en laat het uit de buis zakken in de ondergrond’, aldus de burgemeester, die de afgelopen jaren voorzitter was van een samenwerkingsverband van gemeenten om werk te maken van klimaatadaptatie en droogte.
Limburgbui
Die signaleringskaart komt niet uit de lucht vallen. ‘De droogte van 2018 was voor ons gebied een wake-up call’, zegt dijkgraaf Hein Pieper van Waterschap Rijn en IJssel. Die bracht het waterschap met alle partners aan tafel om plannen te maken om regenwater vast te houden. En toen kwam in 2021 die heftige regenbui in Limburg, waardoor een deel van Valkenburg onder water stond. ‘We zeiden: als we dat water opslaan en we krijgen dan zo’n Limburgbui, mag dat elkaar niet gaan bijten.’ Dus toen in 2022 de regering met een brief over de rol van water en bodem bij ruimtelijke ordening kwam, was de Achterhoek al druk bezig om te kijken wat nodig was om zich aan te passen aan de droogte en de enorme regenbuien. Het waterschap ging samen met gemeenten, de provincie en het waterleidingbedrijf om tafel. Met als resultaat: de signaleringskaart.
Vijf kleurzones
De kaart verdeelt de Achterhoek+ (‘+’ staat voor deelnemende gemeenten buiten de Achterhoek) in vijf kleurzones: groen, geel, oranje, paars en rood. In een groen gebied volstaat de standaard manier van bouwen. In rood mag vanwege de regels niet gebouwd worden. Daartussen zitten geel (aangepast bouwen), oranje (sterk aangepast bouwen) en paars (bouwen ongewenst en risicovol, alleen met sterk aangepast bouwen).
In de kaart zijn de ervaringen uit het verleden met projecten Achterhoek+ verwerkt, legt Pieper uit. Zoals bij het vestingstadje Bredevoort. ‘Daar waren recreatie- en sportaccommodaties gepland in het waterbergingsgebied langs de Boven-Slinge.’ Eventuele wateroverlast wilde de gemeente Aalten opvangen ‘door een deel van ons retentiegebied af te pakken’, zegt Pieper ‘nu even zwartwit’. Dat stond echter haaks op de voornemens om droogte en wateroverlast in het gebied op te vangen. ‘Dan gaan we geen retentiegebied inleveren.’ De gemeente paste de plannen aan door iets hoger te bouwen en het waterschap te compenseren met nieuw retentiegebied.
Flessenhals
Ingewikkelder is de uitbreiding van een groot verdeelstation van TenneT in Doetinchem. ‘Ze willen dat vier of vijf keer zo groot maken. Als dat niet doorgaat, blijft de netcongestie bestaan. Maar dat verdeelstation zit in de uiterwaard van de Oude IJssel. Dat gaat opstuwing veroorzaken in het achterland’, zo duidt Pieper de problemen met water. ‘Als er heel veel water valt, werkt dat als een soort stuwdam, waarachter het water langer hoog staat. Daar liggen industrieterreinen en wijken achter. Die krijgen dus veel meer last.’ Waar het waterschap juist meer ruimte wil, ontstaat hierdoor juist een flessenhals.
Een oplossing – anders inrichten of verplaatsen – is er nog niet. Daarover moet nu, meent Pieper, ‘het goede gesprek’ worden gevoerd. En dat is precies waarvoor de kaart bedoeld is. ‘We weten wat het probleem is bij heel intensieve regen, we weten hoe belangrijk de Oude IJssel is. We weten wat het doet met droogte. Al die aspecten kunnen we in een vroeg stadium op tafel leggen en dan kunnen we makkelijker over oplossingen nadenken. Als een plan al min of meer klaar is en dan komen wij nog een keer langs, dan zijn wij altijd de spelbreker die het feestje probeert tegen te houden.’
Omgevingsplan
Hoewel de signaleringskaart volop wordt gebruikt, is deze nog geen officieel toetsingsinstrument. Hoe ‘hard’ de kaart straks wordt in de toetsing, is nog even afwachten. Aan het eind van het jaar komt er een advies hoe deze kaart te borgen. Eén van de mogelijkheden is dat de signaleringskaart wordt opgenomen in het omgevingsplan.
Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur nr. 6 van deze week.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.