De gemeente Enschede hoeft de boete van 600.000 euro, die ze in 2022 kreeg opgelegd voor het volgen van winkelend publiek via wifisignalen, niet te betalen. De Raad van State gaat mee in de uitspraak van de rechter. Die oordeelde in februari 2024 dat de straf van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) moest worden teruggedraaid.
Privacyboete Enschede van zes ton terecht ingetrokken
Tussen 2018 en 2020 gebruikte de gemeente sensoren om de drukte in de binnenstad te meten
Meetkastjes
Tussen 2018 en 2020 gebruikte de gemeente Enschede sensoren om de drukte in de binnenstad te meten. De gemeente huurde daarvoor een bedrijf in dat is gespecialiseerd in het tellen van passanten. Meetkastjes in de winkelstraten vingen de wifisignalen op uit de mobiele telefoons van passerende mensen. Ieders telefoon werd apart geregistreerd, met een unieke code. Doordat Enschede over een langere periode bijhield welke telefoon langs welk meetkastje kwam, kon de gemeente mensen volgen.
De Autoriteit Persoonsgegevens zag dat als een overtreding van de Europese privacyregels en gaf Enschede een boete.
Niet bewezen
De gemeente tekende bezwaar aan, maar dit werd afgewezen. Daarop stapte de stad naar de rechtbank. De rechters oordeelden dat niet bewezen is dat Enschede daadwerkelijk persoonsgegevens heeft verwerkt van eigenaren van mobiele telefoons. De versleutelde code van de toestellen en de locatiegegevens zijn niet naar mensen te herleiden. De AP ging hierna in hoger beroep, maar de hoogste bestuursrechter is het eens met de rechtbank.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.