De Nederlandse overheid kan de nieuwe Archiefwet met het huidige stelsel niet uitvoeren. Dat is geen kwestie van inzet of capaciteit, maar van een fundamentele mismatch tussen wet, digitale werkelijkheid en bestuurlijke keuzes. Zolang die mismatch niet wordt aangepakt, blijft naleving een papieren belofte.
De overheid kan haar eigen Archiefwet niet uitvoeren
In een digitale omgeving, waarin informatieproductie continu en grootschalig is, is de huidige werkwijze niet vol te houden.
De hoeveelheid overheidsinformatie groeit explosief. E-mails, chatberichten, samenwerkingsdossiers en datasets vormen samen het bestuurlijke geheugen van de overheid. Tegelijkertijd worden de eisen strenger. De Archiefwet verkort de overbrengingstermijn naar tien jaar en stelt hogere eisen aan digitale duurzaamheid. De Wet open overheid vraagt om snelle vindbaarheid en de AVG om tijdige vernietiging. Informatie moet dus beter worden beheerd dan ooit tevoren.
In de praktijk gebeurt het tegenovergestelde. Toezichthouders signaleren al jaren achterstanden, versnipperde opslag en gebrekkige metadata. Woo-verzoeken lopen vertraging op omdat informatie niet centraal beschikbaar is. Persoonsgegevens blijven soms langer bewaard dan toegestaan. Dit is geen tijdelijk uitvoeringsprobleem, maar het gevolg van een systeem dat niet is ontworpen voor digitale schaal.
Het huidige selectiestelsel is gebaseerd op procesmatige lijsten en handmatige beoordeling, ontwikkeld in een papieren tijdperk. In een digitale omgeving, waarin informatieproductie continu en grootschalig is, is die werkwijze niet vol te houden. Meer capaciteit toevoegen aan een niet-schaalbaar systeem verandert niets aan de uitkomst.
Meer capaciteit toevoegen aan een niet-schaalbaar systeem verandert niets aan de uitkomst.
Ali Aminshahidi
Daar komt een tweede, vaak onderbelicht probleem bij: de afhankelijkheid van buitenlandse technologie. Steeds meer overheidsinformatie wordt opgeslagen en verwerkt in cloudomgevingen van internationale aanbieders. Hoewel juridische waarborgen bestaan, blijft de afhankelijkheid van buitenlandse rechtsmacht een structureel risico. Wetgeving zoals de Amerikaanse CLOUD Act laat zien dat toegang tot data niet volledig onder nationale controle staat. Daarmee staat niet alleen privacy onder druk, maar ook de zeggenschap over het bestuurlijke geheugen zelf.
De discussie over archivering richt zich vaak op de vraag wat maatschappelijk waardevol is en bewaard moet blijven. Die vraag is relevant, maar mist de kern. De echte uitdaging is niet waardering, maar beheersbaarheid. Zonder standaardisatie, uniforme metadata en vergaande automatisering blijft informatiebeheer afhankelijk van schaarse capaciteit en handmatig werk. Onder die voorwaarden is naleving van de wet niet realistisch.
De echte uitdaging is niet waardering, maar beheersbaarheid.
Ali Aminshahidi
De conclusie is ongemakkelijk maar onvermijdelijk: de overheid organiseert haar informatiehuishouding nog steeds alsof het een papieren werkelijkheid betreft, terwijl zij opereert in een digitale omgeving die zij bovendien niet volledig beheerst. Dat is bestuurlijk onhoudbaar.
Wat nodig is, is geen volgend programma of pilot, maar een fundamentele herziening. Informatiebeheer moet onderdeel worden van digitale systemen zelf, met vereenvoudigde categorieën, verplichte standaarden en automatische toepassing van bewaartermijnen. Tegelijkertijd moet de overheid expliciete keuzes maken over digitale soevereiniteit en de mate waarin zij afhankelijk wil zijn van externe infrastructuur voor haar meest kritieke informatie.
Zonder die keuzes blijft de overheid achter de feiten aanlopen en groeit de kloof tussen wet en werkelijkheid verder. De vraag is niet of dat risico zich manifesteert, maar wanneer.
Ali Aminshahidi is werkzaam bij de Rijksorganisatie voor de informatiehuishouding (RvIHH)

Reacties: 1
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Goede bijdrage voor een wel zeer beperkt ontgonnen gebied.