Wat leuk! En onverwacht! De staatssecretaris van Financiën, die over de landelijke belastingen gaat, heeft twee onderzoeken laten doen naar de kosten van restafval. Het eerste onderzoek is in welk land de gemeenten hun restafval het goedkoopste kunnen verbranden. De totale kosten zijn daarvan zijn de tarieven van de verbrandingsbedrijven, de belastingen en de vervoerskosten samen.
Meer belasting, minder restafval
De staatssecretaris van Financiën, die over de landelijke belastingen gaat, heeft twee onderzoeken laten doen naar de kosten van restafval.
De staatssecretaris heeft de kosten van verbranden in eigen land vergeleken met verbranden in België, Duitsland, Frankrijk, Polen en Zweden. De uitkomst is dat verbranden in eigen land het goedkoopste is, het scheelt meer dan 30 euro per ton afval. Gelukkig maar. Dat scheelt veel vrachtwagens op de weg. Goed voor het milieu, goed voor ons belastinggeld.
Goed voor het milieu en voor ons belastinggeld
Het tweede onderzoek is hoe huishoudens minder restafval gaan aanbieden. Dat blijkt te kunnen door ze minder te laten betalen als ze minder restafval aanbieden, bijvoorbeeld door hun afval beter te scheiden. Dat heet diftar, afkorting voor gedifferentieerde tarieven.
Ongeveer de helft van de gemeenten hanteert dat systeem. Daar betalen huishoudens gemiddeld 300 euro per jaar afvalstoffenheffing, in gemeenten zonder diftar is dat zo’n 400 euro. De staatssecretaris wil daarom diftar verplicht stellen. Goed voor het milieu, goed voor ons belastinggeld. Maar dat doet hij nu nog niet. Hij geeft in zijn ‘Belastingplan 2027’ als reden: ‘Sommige gemeenten hebben hun inzamelinfrastructuur en communicatie nog niet op orde.’
Waarom onderzoekt de staatssecretaris dit eigenlijk? Wil hij dat we minder belasting betalen in Nederland? Nee hoor, hij heeft een ander doel. Nu hij weet hoeveel het extra kost om het restafval in het buitenland te verbranden, en nu hij weet dat gemeenten met diftar hun tarieven kunnen verlagen, kan hij 30 euro per ton meer rijksbelasting vragen voor het verbranden van restafval. Die moeten de gemeenten betalen, die de extra kosten uiteraard in rekening brengen bij de huishoudens.
De gemeentelijke afvalstoffenheffing gaat daardoor omhoog. En als de mensen in het land daartegen protesteren, kan hij ze wijzen op de gemeenten die hun inzamelinfrastructuur en communicatie niet op orde hebben. Want dan kunnen de tarieven omlaag. Kortom: de gemeenten moeten maar zorgen voor minder restafval, zodat de staatssecretaris zijn belasting daarover kan verhogen. Daar is niks onverwachts aan. En zeker niks leuks.
Reacties: 1
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Het feit dat het Rijk belastingheffing op restafval gebruikt als instrument om dat afval te verminderen is inmiddels achterhaald (hoge positieve deelname Gemeenten, hoge afheffingen). Een meer correcte methode is het aantal Gemeenten dat nog geen gedegen restafvalbeleid hanteeert te verplichten om dit voor een bepaalde datum uit te voeren (met sanctie) en de heffing voor de overige Gemeenten te laten vervallen.
Afvalverwerking uitbesteden aan andere landen danwel afval voor verwerking inporteren is zowiezo slecht beleid. Iedere land behoort zelf verantwoordelijk te zijn voor zijn eigen afval, inclusief de verwerking van deze troep.