Inwoners van Limburgse gemeenten profiteren het meest van voorzieningen over de grens. Dat blijkt uit de nieuwe versie van de Atlas voor gemeenten, uitgebracht door Atlas Research. Maar de potentie over de grens wordt niet automatisch benut. Zeker bij banen is de kloof tussen potentie en gebruik groot: terwijl in Maastricht twee derde van de bereikbare banen in Duitsland en België te vinden is, heeft maar 1 procent van de Maastrichtenaren werk in het buitenland.
Limburg profiteert van voorzieningen over de grens, maar laat kansen liggen
Limburgers hebben goede baankansen over de grens, maar dat potentieel wordt niet benut.
Banen in het buitenland
De meeste banen zijn te vinden in de Randstad. Maar wanneer werkzoekenden ook over de grens kijken, verschuift dat beeld iets. Met name in Limburg en in het oosten van Brabant neemt het aantal ‘bereikbare banen’ toe als Duitsland en België meetellen: die regio’s hebben veel potentiële werkgelegenheid voor hun inwoners. Dit is met name zo voor Limburg, daar is meer dan de helft van het bereikbare werk in het buitenland te vinden.
Taal is een beperking
De Limburgers hebben dus goede baankansen over de grens. Maar dat potentieel wordt niet benut. Nog geen procent van de inwoners van Maastricht werkt in het buitenland, en daarmee is de Limburgse hoofdstad koploper van de grote steden. Ook inwoners van andere (bijna) grensgemeenten werken weleens over de grens, maar dat gebeurt lang niet zo massaal als zou kunnen. De taal, verschillen in sociale wet- en regelgeving, en het wel of niet erkennen van diploma’s zijn hier waarschijnlijk debet aan.
Woonplezier over de grens
Bereikbare voorzieningen als winkels, horeca, cultuur en recreatie dragen bij aan de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van steden. Die wordt in grensgebieden in grote mate bepaald door de aanwezigheid van ‘woonplezier’ over de grens. Als de grenzen gesloten zijn, zijn het vooral de Randstadgemeenten waar dergelijke voorzieningen bereikbaar zijn. Wanneer bewoners ook naar het nabije buitenland kunnen voor hun vertier, profiteren met name Brabant en Limburg.
Waarom naar het buitenland?
Op een gemiddelde dag steekt ongeveer 1 procent van de Nederlanders de grens over, het vaakst voor een reis naar de directe buurlanden Duitsland en België. Nederlanders doen dat het meest voor het plezier, om te winkelen of recreëren. Daarna volgen reizen over de grens voor het werk. De voorkeuren verschillen ook per buurland: werkmotieven spelen een grotere rol bij reizen naar België, terwijl plezier de belangrijkste reden is om naar Duitsland te gaan.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.