Sinds de introductie van de Wet open overheid (Woo) is er ieder jaar een analyse van de afhandeling van Woo-verzoeken op rijksoverheidsniveau. Open State Foundation, het Instituut Maatschappelijke Innovatie en de Universiteit van Amsterdam presenteerden op 31 maart jl. hun rapport ‘Een Zwaluw’. Veelgehoorde kritiek tot op heden is onder meer dat overheidsorganisaties de wet nog altijd onvoldoende uitvoeren en wettelijke termijnen structureel overschrijden.
Woo-rapport laat kernprobleem ongemoeid én biedt uitweg
Het is tijd dat gemeenten de Woo niet langer als verplichting zien, maar als bestuurlijke prioriteit, en daar ook naar handelen.
Op het eerste gezicht laat 2025 een trendbreuk zien ten opzichte van voorgaande jaren. Voor het eerst sinds de Woo haar intrede deed (op 1 mei was dat vier jaar geleden) is er niet alleen een daling van het aantal verzoeken, maar zijn ook de doorlooptijden bij diverse ministeries korter. Dat wijst op vooruitgang. Maar het is nog wat te vroeg om te juichen. De gemiddelde doorlooptijd, de tijd tussen het indienen van een Woo-verzoek en een uiteindelijk besluit, is inderdaad gedaald. Maar die vaststelling vraagt wel om een flinke nuance, want met 143 dagen is het halen van de wettelijke beslistermijn van maximaal 42 dagen nog altijd ver buiten bereik.
In de praktijk wordt die termijn structureel overschreden door capaciteitsgebrek, versnipperde informatiehuishouding en langdurige afstemming tussen afdelingen. Daarbij speelt ook dat overheden steeds vaker te maken krijgen met omvangrijke, soms AI-gestuurd samengestelde Woo-verzoeken, die vragen om duizenden documenten. Een doorlooptijd van 143 dagen is voor een verzoek met 50 documenten buitensporig, maar voor verzoeken van bijvoorbeeld 5.000 documenten relatief beperkt.
Tegelijkertijd laat het rapport zien dat juist de grootste verzoeken niet per se de langste doorlooptijd hebben. En hoewel het percentage te laat genomen besluiten iets afneemt, blijft 77 procent natuurlijk erg hoog. Na vier jaar Woo is er dan ook geen sprake meer van kinderziektes, maar van een uitvoeringsprobleem dat al langer bekend is, terwijl een structurele oplossing lastig van de grond lijkt te komen.
Wat het rapport echter wél scherp blootlegt, is waar de gerealiseerde verbetering vandaan komt. Die is met name het gevolg van kleine, operationele verbeteringen en beter ingerichte werkprocessen. Ministeries die investeren in die processen, zoals registratie, concrete afhandeling en actieve openbaarmaking, boeken zichtbaar resultaat. Een belangrijke observatie is dat dit het veelgehoorde argument dat de Woo ‘te zwaar’ of ‘onuitvoerbaar’ is onderuithaalt. Het probleem zit in de uitvoering en niet in de wet zelf.
Wie nu niet in beweging komt, accepteert feitelijk dat transparantie structureel tekortschiet
Maar daarmee wordt ook een dieperliggend probleem zichtbaar. Want terwijl op rijksniveau stappen worden gezet, blijft het op lokaal niveau nog te vaak stil. Gemeenten, waar een groot deel van de Woo-verzoeken binnenkomt, ontbreken vrijwel volledig in het beeld. Dat is niet alleen een gemis, maar het vertroebelt ook het zicht op waar de grootste Woo-knelpunten zitten.
De recente actie van een bestuursrechter, die eigenhandig duizenden Woo-verzoeken bij gemeenten indiende om de kwetsbaarheid van het systeem aan te tonen, is veelzeggend. Binnen korte tijd liepen processen vast en raakte capaciteit uitgeput. Los van de wenselijkheid van een dergelijk optreden maakte deze zelfontwikkelde stresstest pijnlijk duidelijk hoe fragiel de lokale Woo-uitvoering is. Toch is er nog steeds een zeer beperkt en bovendien onvolledig inzicht in hoe gemeenten er op het gebied van de Woo nu écht voor staan.
Zo heeft de VNG een monitor, maar die kan facultatief worden ingevuld. We weten dan ook dat gemeenten kwetsbaar zijn, maar harde cijfers en duidelijke benchmarks ontbreken. Dit gebrek aan inzicht is bepaald geen reden om af te wachten. Integendeel: het onderstreept de urgentie om in actie te komen en de uitvoering ook op gemeentelijk niveau te versterken en verbeteren.
Wat ‘Een Zwaluw’ immers laat zien is dat overheidstransparantie in Nederland geen principieel probleem is, maar vooral een lastige organisatorische opgave. En het rapport benoemt daarbij ook een uitweg: het effect van procesverbetering bij de diverse ministeries laat zien dat vooruitgang wel degelijk mogelijk is. En dat zou gemeenten kunnen inspireren. Concreet kan dit betekenen dat zij meer investeren in capaciteit, het Woo-proces waar mogelijk standaardiseren, hun informatiehuishouding waar nodig nog beter op orde brengen en bovendien actief kennis delen met andere bestuurslagen.
De vraag is dus niet langer óf verbetering mogelijk is, maar vooral wie de verantwoordelijkheid neemt om die te realiseren. Gemeenten staan daarin niet alleen: de ervaringen op rijksniveau laten zien dat gerichte investeringen en procesverbeteringen daadwerkelijk resultaat opleveren en daarbij richting kunnen geven. Wie nu niet in beweging komt, accepteert feitelijk dat transparantie structureel tekortschiet. Het is dan ook tijd dat gemeenten de Woo niet langer als verplichting zien, maar als bestuurlijke prioriteit — en daar ook naar handelen.
Thirza van Haaften en Hilda Lockhorn zijn respectievelijk Business manager Legal en projectleider van het Woo-expertisecentrum bij Team EIFFEL
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.