Kamerleden blijven vasthouden aan X, maar onder raadsleden is het gebruik van het platform aanzienlijk gedaald. Het relatief nieuwe BlueSky maakt intussen een opmars. Binnenlands Bestuur onderzocht de sociale media-activiteit van 422 raadsleden en 150 Kamerleden. Het gebruik van platforms raakt met name bij lokale politici verder versnipperd. Is er sprake van digitale verzuiling?
Hoe de Nederlandse politiek digitaal verzuild raakt
Kamerleden houden vast aan X, maar bij raadsleden daalt het gebruik van het platform. Intussen maakt BlueSky een opmars.
Uit het onderzoek blijkt dat politici zich steeds meer over verschillende platforms verspreiden. Lange tijd gold X, toen nog Twitter, als een centrale ontmoetingsplek van de Nederlandse politiek. Kamerleden, raadsleden, journalisten en burgers van diverse politieke stromingen bevonden zich er in dezelfde digitale ruimte en politieke debatten speelden zich zichtbaar af op één platform. Sinds de overname van Twitter door miljardair Elon Musk veranderde dat beeld.
‘Waar vroeger een paar grote platforms dominant waren, zie je nu dat gebruikers kunnen kiezen uit veel meer netwerken, waaronder BlueSky maar ook Mastodon.’
José van Dijck, universiteitshoogleraar Media en digitale samenleving aan de Universiteit Utrecht.
Na verschillende aanpassingen aan het platform en het gebruik ervan voor zijn eigen politieke agenda, besloten veel Nederlandse gebruikers X de rug toe te keren. Bijna een half miljoen Nederlandse gebruikers vertrokken in 2024. Het onderzoek laat zien dat de activiteit van Nederlandse raadsleden op X drastisch is teruggelopen en dat tegenhanger BlueSky flink is gegroeid. Beide platforms functioneren op vergelijkbare wijze microblogdiensten waarop gebruikers korte, veelal publieke berichten plaatsen en waar politieke discussies snel kunnen oplaaien.
Nieuwe verzuiling
De Nederlandse Vereniging voor Raadsleden stelde in 2023 bij een steekproef onder 580 raadsleden nog vast dat ongeveer 45 procent actief was op Twitter. Uit het huidige onderzoek blijkt dat nog slechts 20,4 procent van de accounts in dit kalenderjaar berichten plaatste op X. Intussen maakt het als alternatief geldende BlueSky een opmars. Een kleine 17 procent van alle politici is inmiddels op het platform actief.
Ondanks de verschuivingen moet volgens José van Dijck deze ontwikkeling niet te snel worden bestempeld als digitale verzuiling. ‘We moeten oppassen dat we niet meteen denken in termen van nieuwe zuilen’, zegt de universiteitshoogleraar Media en digitale samenleving aan de Universiteit Utrecht. Volgens haar is er eerder sprake van een bredere ontwikkeling waarbij meerdere platforms naast elkaar ontstaan. ‘Waar vroeger een paar grote platforms dominant waren, zie je nu dat gebruikers kunnen kiezen uit veel meer netwerken, waaronder BlueSky maar ook Mastodon.’
Tweestrijd
Tegelijkertijd zijn er wel degelijk patronen in politieke voorkeur zichtbaar. Het gebruik van X onder politici van rechtse en lokale rechtse partijen, waaronder FvD, PVV, JA21, VVD, BBB, SGP, Leefbaar Rotterdam en Hart voor Den Haag, ligt aanzienlijk hoger. Binnen deze groep is ongeveer 44 procent actief op X. Onder politici van linkse partijen is dat nog slechts 18 procent. Volgens Van Dijck hangt de keuze voor een platform wel deels maar niet uitsluitend samen met politieke voorkeur; ook de aard van het platform speelt een rol. ‘X is in sterke mate een zendplatform’, zegt ze. ‘Het algoritme beloont zichtbaarheid, conflict en opvallende boodschappen.’ Alternatieve platforms proberen volgens haar juist meer ruimte te bieden voor interactie tussen gebruikers. ‘Daar zit een andere dynamiek achter, meer gericht op gesprek en uitwisseling.’
Rechts laat Bluesky links liggen
Ook op BlueSky is een duidelijke politieke scheidslijn zichtbaar. Rechtse politici laten het relatief nieuwe platform links liggen: slechts 9 procent is er actief. Onder linkse politici ligt dat percentage op 46 procent. Met name binnen Progressief Nederland (voorheen: GroenLinks-PvdA) zijn inmiddels aanzienlijk meer politici actief op BlueSky dan op X. Dat geldt ook voor Volt Nederland en de Partij voor de Dieren. Zij zijn vooral zichtbaar op BlueSky en ontbreken tegenwoordig grotendeels op X. Een kleinere groep partijen vormt nog een brug tussen beide platforms. Bij bijvoorbeeld D66, CDA en DENK zijn politici verdeeld over zowel
X als BlueSky.
‘Dat mensen zich over meerdere platforms verspreiden betekent nog niet automatisch dat groepen volledig van elkaar afgesloten raken’, stelt hoogleraar Van Dijck. Volgens haar hangt dat vooral af van de vraag of gebruikers van verschillende platforms met elkaar verbonden kunnen blijven. Daarbij noemt ze interoperabiliteit als belangrijk begrip: de mogelijkheid om tussen platforms te communiceren. Op dit moment kun je geen boodschappen uitwisselen tussen BlueSky, X, Facebook en Mastodon. ‘De mate waarin netwerken met elkaar in verbinding blijven, bepaalt uiteindelijk of zo’n ontwikkeling democratisch gezond blijft.’ De Digital Markets Act (DMA) verplicht poortwachter-platforms zoals Meta en Google om bepaalde vormen van interoperabiliteit te bieden, bijvoorbeeld tussen messaging-diensten, maar dat geldt (nog) niet specifiek voor sociale media platformen.
Bluesky in Rotterdam en Amsterdam de grootste
BlueSky won tot nu toe vooral terrein onder raadsleden in grote steden en in de Tweede Kamer. In Amsterdam en Rotterdam wordt het platform inmiddels zelfs iets vaker gebruikt dan het ‘rechtse’ X (27 procent versus 33 procent). Voor beide microblogplatforms geldt: hoe kleiner de gemeente, hoe lager de activiteit. Tweede Kamerleden (62 procent) en raadsleden uit grote gemeenten (32 procent) zijn aanzienlijk actiever op X dan raadsleden uit kleine en middelgrote gemeenten (14 procent). Op BlueSky is een vergelijkbaar patroon zichtbaar. Een aanzienlijk deel van de politici in grote gemeenten (28 procent)
en Tweede Kamerleden (30 procent) is actief op het platform, terwijl slechts 2 procent van de raadsleden uit kleinere gemeenten er actief is.
Kamer blijft vasthouden aan X
Ondanks dat veel Nederlanders vertrokken en ook het aantal raadsleden aanzienlijk gedaald is, blijft de Tweede Kamer grotendeels vasthouden aan het platform. Daar blijft X nog altijd aanzienlijk dominanter dan BlueSky. Volgens Van Dijck hangt dat waarschijnlijk samen met het publiek dat politici willen bereiken. ‘Lokale politici communiceren vaak binnen een meer afgebakende gemeenschap’, zegt ze. ‘Landelijke politici hebben veel meer belang bij een nationaal podium en een zo groot mogelijk bereik.’
Naar aanleiding van een recent onderzoek in de Volkskrant heeft Progressief Nederland besloten te stoppen met het officiële account op X. Ook partijleider Jesse Klaver stopt met het platform. Daarnaast adviseert de Voorlichtingsraad het kabinet om de aanwezigheid van de Rijksoverheid op X grotendeels af te bouwen.
Van de Kamerleden is 62 procent actief op X, tegenover 30 procent op BlueSky. Het gebruik van X in de Tweede Kamer ligt daarmee zelfs drie keer zo hoog als onder raadsleden. Niet alleen bij de politieke debatplatforms X en BlueSky verandert het gebruik, ook bij andere sociale media zijn ontwikkelingen. Hoewel het gebruik van platforms als Facebook, LinkedIn en Instagram een ander karakter heeft en er minder politieke discussie plaatsvindt, zijn deze platforms ook relevant in het onderzoek. In tegenstelling tot X en BlueSky functioneren zij vooral als sociale netwerkplatforms, waarop gebruikers voornamelijk content delen binnen hun eigen kring van vrienden, familie of collega’s.
Het onderzoek laat daarmee ook zien in hoeverre X en BlueSky nog een afspiegeling vormen van de hele digitale samenleving. Slechts een minderheid zit op die platforms, terwijl LinkedIn door nagenoeg alle politici wordt gebruikt (91 procent). Het speelt echter nauwelijks een rol in het politieke debat. Het platform fungeert vooral als digitaal visitekaartje: een plek voor werkupdates en professionele zichtbaarheid, niet voor politieke confrontatie.
Groeiende diversiteit
Van Dijck stelt dat de huidige ontwikkeling vooral moeten worden gezien als onderdeel van een bredere beweging waarin gebruikers op zoek gaan naar alternatieve digitale ruimtes. ‘Het gaat niet alleen om bestaande alternatieven zoals BlueSky’, zegt ze. ‘Je ziet ook dat gebruikers zelf nieuwe digitale ruimtes proberen op te zetten en te beheren.’
Daarmee ontstaat volgens haar geen eenvoudige verschuiving van het ene naar het andere platform, maar een veel gefragmenteerder medialandschap. ‘We bewegen niet naar twee grote digitale kampen’, zegt Van Dijck. ‘We gaan eerder richting een divers en versnipperd platformlandschap.’ Of dat problematisch wordt, hangt volgens haar uiteindelijk af van de vraag of gebruikers elkaar nog weten te vinden. ‘De essentie is niet alleen waar mensen zitten, maar of communicatie tussen die verschillende netwerken mogelijk blijft.’
Verharding
Volgens John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, dat gemeenteraden en lokale bestuurders adviseert, hebben sociale media zeker invloed op de debatcultuur in de gemeenteraad, maar deze blijft fundamenteel anders dan in de landelijke politiek. Hij ziet enerzijds een verharding van het politieke debat ‘die wel degelijk met sociale media te maken heeft’, maar hij denkt niet dat digitale verzuiling daaraan bijdraagt. Ook verwerpt hij het idee dat er binnen gemeenteraden sprake zou zijn van ‘verschillende waarheden’. ‘In de raad word je snel op de vingers getikt als je met niet-kloppende informatie komt’, zegt hij.
Persoonlijk, écht contact met inwoners is voor de meeste raadsleden toch het belangrijkste. Het gaat veel meer om gesprekken voeren in het echte leven.’
John Bijl, directeur van het Periklesinstituut.
In de gemeenteraden is dan ook weinig te merken van digitale verzuiling. Volgens Bijl doen raadsleden er goed aan om steeds af te wegen welk platform daadwerkelijk iets toevoegt aan hun werk en bereik. In veelgemeenten speelt debat via sociale media nauwelijks een rol. ‘Dat zie je ook wel terug in het lage percentage gebruik in kleine en middelgrote gemeenten van dit onderzoek. Persoonlijk, écht contact met inwoners is voor de meeste raadsleden toch het belangrijkste. Het gaat veel meer om aanwezig zijn in de wijk en gesprekken voeren in het echte leven.’
Het verschil in gebruik van sociale media in de landelijke en lokale politiek is groot, ziet Bijl. Toch hebben sociale media indirect invloed op het debat, ook bij gemeenteraden. Tweede Kamerleden gooien elkaar op X regelmatig ‘voor de bus’ met beschuldigingen en maken elkaar belachelijk. Die felle online omgangsvormen hebben effect op de debatcultuur in de Tweede Kamer, zegt Bijl. ‘En helaas sijpelt het ook door in de gemeenteraad. 'Ik zie dat raadsleden zich soms spiegelen aan de Tweede Kamer. Dit komt niet per se door sociale media. De debatten die in de Kamer gevoerd worden geven een slecht voorbeeld, helaas tot inspiratie van sommigen.’
Dit is een ingekorte versie. De volledige versie van het artikel is te vinden in Binnenlands Bestuur nummer 10.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.