Digitale soevereiniteit als gezamenlijke opgave voor overheid en markt
Interview met Maarten Hillenaar en Aart Jochem.
Ze waren beiden betrokken bij de formulering van opeenvolgende versies van het rijksbrede cloudbeleid. Nu werken ze bij Centric aan een soevereine cloud en een soevereine werkplek voor de overheid. Hoe kijken Maarten Hillenaar en Aart Jochem naar het debat over digitale soevereiniteit?
De ophef over de overname van Solvinity laat zien hoe actueel het vraagstuk van digitale soevereiniteit is. Het toont ook waar de pijn zit, zeggen Hillenaar en Jochem. Hillenaar was onder meer de eerste CIO Rijk. Nu bouwt hij als directeur Corporate Development bij Centric in een alliantie met partners aan een nieuwe propositie voor de Nederlandse overheid: een soevereine cloud en een soevereine werkplek. Zijn team is sinds kort versterkt met Jochem, voormalig CISO Rijk. Hillenaar en Jochem vinden het terecht dat digitale autonomie nu op de politieke agenda staat, en zelfs wordt geborgd met een staatssecretaris voor digitale autonomie en soevereiniteit, op het ministerie van Economische Zaken.
Flexibiliteit inbouwen
De ophef rondom Solvinity laat zien dat alleen het werken met Europese spelers niet genoeg is om je autonomie te borgen, zegt Hillenaar: “Je moet bij een samenwerking vooraf vastleggen hoe je afscheid kunt nemen van een partner, als die wordt overgenomen door een ongewenste partij.” Jochem vult aan: “De overheid doet er goed aan flexibiliteit in te bouwen en altijd controle te houden over haar gegevens. Als het dan toch nodig is, moet je relatief eenvoudig kunnen overstappen naar een andere leverancier. Dat vraagt onder meer om eigenaarschap van data, om het gebruiken van open standaarden en om het borgen van interoperabiliteit. Dat is ook een nadrukkelijk aandachtspunt voor Centric, dat in een alliantie met onder andere Uniserver, Intermax en Nextcloud bouwt aan een soevereine cloud en werkplek voor de overheid.”
Eindelijk aandacht
Hillenaar was als CIO Rijk betrokken bij het eerste rijksbrede cloudbeleid, in 2012. Jochem werkte als CISO Rijk mee aan de opvolger, het cloudbeleid van 2022. Jochem: “Toen het opvolgende rijkscloudbeleid werd gemaakt, speelde het thema van autonomie en soevereiniteit nog beperkt. Het ging toen vooral over de bescherming van gegevens van burgers tegen meelezen door andere overheden. Althans, in de politiek en het ambtelijk bestuur. De in het beleid ingebouwde begrenzing ging nog niet over een mogelijke ongewenst grote afhankelijkheid van niet-Europese partijen of overheden.” Hillenaar: “De gang naar de cloud werd vanzelfsprekend. Raamcontracten, gebruiksgemak, gewoonte en keuzevrijheid speelden allemaal een rol. Natuurlijk waren er mensen die waarschuwden dat onze afhankelijkheid van cloudaanbieders steeds groter werd. En dat het een probleem kon worden. Maar een gevoel van urgentie ontstond pas toen die afhankelijkheid gebruikt werd op het geopolitieke strijdtoneel.” Dat heeft de toon van het debat veranderd, zegt Hillenaar: “Digitale soevereiniteit is een belangrijk thema, Europa moet meer op eigen benen staan en het verkleinen van de afhankelijkheid van grote, niet-Europese techspelers is een aandachtspunt van de politiek. Ook het investeren in de Europese en Nederlandse capaciteit hoort daarbij. Het coalitieakkoord benoemt digitale autonomie zelfs tot uitgangspunt van de overheidsdigitalisering.”
Geen gemakkelijke transitie
“De overheid kan zeker haar digitale autonomie vergroten. Maar het zal niet makkelijk zijn,” stelt Hillenaar. Het is een transitie en die kost aandacht en tijd, van zowel overheid als markt. Aan de kant van de overheid vraagt het onder meer om inspanningen op het gebied van inkoop en informatiehuishouding. Jochem geeft een voorbeeld: “Om de juiste keuzes te maken in het niveau van autonomie dat je nodig hebt, heb je een overzicht nodig van je risicovolle data en processen. Dat overzicht is er nog beperkt en moet vollediger.” Ook de inkoop verandert: in plaats van alle IT bij één leverancier af te nemen, zoals nu veelal gebeurt bij de Amerikaanse hyperscalers, zal eerder worden gekozen voor diverse oplossingen van verschillende partijen. Autonomie en soevereiniteit worden aspecten die meewegen bij deze keuze. Daarnaast betekent deze transitie een grote verandering voor de gebruikers. Hillenaar: “Iedereen bij de overheid, maar ook bij de IT-bedrijven zelf, want bij ons speelt het net zo goed, zal eraan moeten wennen dat er verschillende tools worden gebruikt die passen bij het beveiligingsniveau dat nodig is voor de data en processen waarmee je werkt.” Jochem: “Er is dus serieus aandacht nodig voor deze overstap, met onder meer begeleiding en training.”
Goede moed
“Ik heb goede moed dat we nu grote stappen kunnen zetten naar meer digitale autonomie, mede dankzij de huidige politieke en bestuurlijke aandacht voor digitale soevereiniteit. Ik zeg met opzet ‘we’, want dit is een uitdaging die overheid en markt gezamenlijk moeten aangaan,” zegt Hillenaar. Hij besluit: “Er liggen volop kansen. Nederlandse IT-bedrijven met ambitie en kennis, een overheid die de regie pakt, de inspirerende rapporten van Draghi en Wennink. En de urgentie om nu echt stappen te zetten en te investeren in soevereine diensten. Aan ons en onze collega’s in de alliantie zal het niet liggen”.
De ophef over de overname van Solvinity laat zien hoe actueel het vraagstuk van digitale soevereiniteit is. Het toont ook waar de pijn zit, zeggen Hillenaar en Jochem. Hillenaar was onder meer de eerste CIO Rijk. Nu bouwt hij als directeur Corporate Development bij Centric in een alliantie met partners aan een nieuwe propositie voor de Nederlandse overheid: een soevereine cloud en een soevereine werkplek. Zijn team is sinds kort versterkt met Jochem, voormalig CISO Rijk. Hillenaar en Jochem vinden het terecht dat digitale autonomie nu op de politieke agenda staat, en zelfs wordt geborgd met een staatssecretaris voor digitale autonomie en soevereiniteit, op het ministerie van Economische Zaken.
ICT-dienstverlening voor de overheid

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.