De gemiddelde pensioenleeftijd in Nederland is in 2025 gestegen naar 66 jaar en 4 maanden. Ook ambtenaren en andere werknemers in het openbaar bestuur gaan steeds later met pensioen. Toch stromen werknemers in de sector openbaar bestuur en overheidsdiensten nog altijd vroeger uit dan in andere bedrijfstakken.
Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) die donderdag 23 april zijn gepubliceerd. In 2025 gingen ruim 100.000 werknemers met pensioen, gemiddeld twee en een halve maand later dan een jaar daarvoor.
Ambtenaren later met pensioen, maar eerder dan anderen
De leeftijd waarop mensen met pensioen gaan is gestegen naar 66 jaar en 4 maanden. Ambtenaren stoppen gemiddeld met 65 jaar en 2 maanden.
Ruim een jaar eerder
Ook ambtenaren gaan steeds later met pensioen. Aan het begin van deze eeuw gingen overheidsmedewerkers gemiddeld op hun 60 jaar en 8 maanden met pensioen. Dat was ruim een jaar eerder dan de gemiddelde werknemer in die tijd. Ook nu gaan de medewerkers in het openbaar bestuur nog altijd ruim een jaar eerder met pensioen dan de gemiddelde leeftijd waarop andere sectoren stoppen met werken.
Die stijging van het moment waarop ambtenaren met pensioen gaan met bijna 4,5 jaar in twee decennia toont aan dat het pensioenstelsel fundamenteel is veranderd. Een belangrijke verklaring voor de algehele stijging is dat minder werknemers voor de AOW-leeftijd stoppen. Landelijk daalde het aandeel werknemers dat voor hun 67e met pensioen gaat van 46 procent in 2024 naar 40 procent in 2025. In de overheidssector was dit patroon al eerder zichtbaar door de afbouw van vut- en prepensioenregelingen.
Meer vrouwen
Van alle werknemers die in 2025 met pensioen gingen, was 45 procent vrouw. Begin deze eeuw lag dat percentage op 28 procent. Vrouwelijke werknemers gaan gemiddeld vijf maanden eerder met pensioen dan hun mannelijke collega's.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.