of 59345 LinkedIn

Woningsluitingen Opiumwet ‘uit de hand gelopen’

Burgemeesters proberen te pas en te onpas woningen te sluiten waar illegale (hoeveelheden) drugs worden aangetroffen en gaan daarbij vaak voorbij aan het oorspronkelijke doel van artikel 13b van de Opiumwet, zegt hoogleraar algemene rechtswetenschap Jan Brouwer (Rijksuniversiteit Groningen). De recente uitspraak door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarmee de burgemeester van Terneuzen werd terugfloten, is daarvoor illustratief, vindt Brouwer.

Burgemeesters proberen te pas en te onpas woningen te sluiten waar illegale (hoeveelheden) drugs worden aangetroffen en gaan daarbij vaak voorbij aan het oorspronkelijke doel van artikel 13b van de Opiumwet, zegt hoogleraar algemene rechtswetenschap Jan Brouwer (Rijksuniversiteit Groningen). De recente uitspraak door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarmee de burgemeester van Terneuzen werd terugfloten, is daarvoor illustratief, vindt Brouwer.

Jurisprudentie

Volgens Brouwer is het zeker niet een van de eerste keren en zal het ook niet de laatste keer zijn dat een burgemeester bij een woningsluiting wordt teruggefloten. Hij wijst erop dat jurisprudentie van de Raad van State voorschrijft dat bij een geringe overschrijding van de toegestane hoeveelheid softdrugs of bij een geringe hoeveelheid harddrugs niet per se een woningsluiting hoeft te volgen. ‘Als iemand bijvoorbeeld wat verder weg van een coffeeshop woont, kan het best normaal zijn om iets meer in huis te hebben dan wettelijk is toegestaan. De bewijslast wordt dan wel omgedraaid. Een betrokkene moet dan aantonen dat de grotere hoeveelheid níét voor de handel is bestemd.’ De Terneuzenaar die werd vrijgesproken omdat hij met behulp van huisartsverklaringen en een goed onderbouwd betoog over zijn teeltmethodes kon aantonen dat hij zijn 40 planten voor eigen medicinaal gebruik teelde, is daar een goed voorbeeld van, vindt Brouwer.

 

Herstel openbare orde

Maar als er geen sprake is geweest van verstoring van de openbare orde, waarom zou een burgemeester dan gaan zwaaien met artikel 13b van de Opiumwet, per slot van rekening toch een bestuursrechtelijke maatregel met als doel de openbare orde te herstellen? Brouwer: ‘Dat is zeker een pijnpunt, de rigide toepassing van 13b. Het is inderdaad een ordeherstellende maatregel, maar hij wordt vaak eigenlijk ingezet als strafsanctie in de hoop dat er een afschrikkend effect vanuit gaat. Een burgemeester zal zoiets nooit toegeven, maar in feite gaat hij of zij gewoon op de stoel van de strafrechter zitten.’ Als voorbeeld noemt Brouwer een Venlose zaak waarbij een moeder met kleinkind, een psychisch labiele dochter en een hoogzwangere dochter op straat werden gezet nadat een schoonzoon er met een flesje GHB was gepakt. Een onnodig belastend besluit met geen enkele herstelfunctie, aldus Brouwer. ‘De burgemeester zei dat hij niet anders kon dan het pand te sluiten.’

 

Strijd tegen aanwezigheid drugs

Het gebruik van de Wet Damocles, zoals artikel 13b van de Opiumwet ook wel wordt genoemd, ‘is totaal uit de hand gelopen’. ‘Burgemeesters hebben de strijdbijl opgepakt in hun strijd tegen drugs en lijken zich daarbij steeds meer te richten tegen de aanwézigheid van drugs, en niet de handel.’ Desgevraagd geeft Brouwer de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een dikke pluim. ‘De redenering van de rechter lijkt mij juist, ook met het oog op het niet-commerciële karakter van de teeltmethode van de betrokkene. Bovendien: veel burgemeesters denken dat er met wiet vooral kommer en kwel gepaard gaat, maar ik weet dat er mensen zijn die enorm veel baat hebben bij medicinale cannabisproducten.’

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.