Bijna een kwart van de gemeente- en provinciebestuurders heeft de afgelopen twee jaar gebruik gemaakt van de nieuwe regeling om woningen beter te beveiligen. Maar omdat individuele gemeenten weinig ervaring hebben met de beveiliging, kan er incidenteel toch ‘gedoe’ ontstaan.
Incidenteel 'gedoe' om beveiliging woning lokaal bestuurder
Bijna een kwart van de gemeente- en provinciebestuurders heeft gebruik gemaakt van een regeling om hun woningen beter te beveiligen.
Dat blijkt uit een evaluatie van de regeling in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK). Sinds 1 januari geldt de Regeling preventieve beveiligingsmaatregelen decentrale bestuurders. Bestuurders van gemeenten en provincies kunnen een beveiligingsadvies op maat aanvragen bij het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Het gaat dan bijvoorbeeld om het verbeteren van de sloten in de woning en het aanbrengen van goede verlichting.
Het lokaal bestuur is als werkgever verplicht de maatregelen uit te voeren. Daarvoor krijgen ze van BZK een tegemoetkoming van ruim 7.000 euro per organisatie.
Verhogen weerbaarheid
De nieuwe regeling voor het beveiligen van woningen van bedreigde gemeente- en provinciebestuurders wordt positief beoordeeld. In 2024 en 2025 heeft 23 procent van de bestuurders van gemeenten en provincie gebruik gemaakt van de regeling, blijkt uit de evaluatie. Dat is meer dan onder de voorgaande regeling. Het gaat om 433 bestuurders in totaal. Het leeuwendeel daarvan betreft wethouders (237) en burgemeester (154). Zij waarderen de regeling goed: de inhoud krijgt een 7,9, de uitvoering een 8,0. De onderzoekers concluderen daarom dat de maatregelen ‘voor veel decentrale bestuurders [bijdraagt] aan het veiliger maken van hun woning, en daarmee aan het verhogen van de weerbaarheid van politieke ambtsdragers’.
Incidentele taak
Toch worden niet alle geadviseerde maatregelen uitgevoerd. Volgens de onderzoekers komt dat onder meer omdat gemeenten en provincies niet altijd weten hoe ze met de regeling moeten omgaan, omdat het ‘een incidentele taak is die ze moeten uitvoeren.’ ‘Bij een deel van de overheden (vooral gemeenten) blijkt er onbekendheid met de details van de regeling en wijze van bekostiging.’ Daardoor kunnen er alsnog discussies ontstaan over de uitvoering van de maatregelen.
Streng politiekeurmerk
Een ander knelpunt is de eis dat de maatregelen voldoen aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW). Bestuurders en overheden vinden de strenge eisen uit dat keurmerk soms ‘disproportioneel’, onder meer omdat de kosten in sommige gevallen flink kunnen oplopen. De onderzoekers adviseren daarom om tot een ‘passend en proportioneel alternatief’ voor het PKVW-vereiste te komen. Voor individuele gemeenten en provincies leiden de strenge adviezen uit het keurmerk dat er ook toe dat ze meer geld kwijt zijn aan de maatregelen dan de 7.000 euro die ze van het rijk krijgen.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.