Gemeenten moeten veel actiever sturen op de gemeentelijke lijkschouw. Gebeurt dat niet, dan kunnen ernstige maatschappelijke en juridische problemen ontstaan.
Gemeentelijke lijkschouwing schiet tekort
Gemeenten moeten veel actiever sturen op de gemeentelijke lijkschouw.
Mogelijke misdrijven worden niet altijd herkend
Uitstellen van euthanasie, missen van niet-natuurlijke doodsoorzaken of zelfs over het hoofd zien van moorden. Als gemeenten niet actiever sturen op de gemeentelijke lijkschouw, dan kunnen dit soort problemen vaker voorkomen.
Dat concluderen onderzoekers van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur in een rapport dat in opdracht van diverse ministeries is opgesteld. De gemeentelijke lijkschouw is een wettelijke taak van het college. Wanneer een behandelend arts twijfelt of sprake is van een natuurlijke dood, wordt een gemeentelijke lijkschouwer, een forensisch arts, ingeschakeld. Die bepaalt of nader onderzoek of het inschakelen van justitie nodig is.
Volgens de onderzoekers is de uitvoering inhoudelijk in handen van deskundige professionals, maar ontbreekt het aan actief bestuurlijk opdrachtgeverschap. Daardoor zijn verantwoordelijkheden onduidelijk, zijn er geen kwaliteitscriteria waarop gestuurd kan worden, zijn er geen garanties voor beschikbare capaciteit en is onduidelijk wie aanspreekbaar is als problemen ontstaan.
Dit heeft in de praktijk al tot problemen geleid
Dit heeft in de praktijk al tot problemen geleid. De onderzoekers wijzen op een voorval in Zeeland. Daar vroeg de GGD vorig jaar aan huisartsen om euthanasie- verzoeken indien mogelijk uit te stellen omdat er onvoldoende forensisch artsen beschikbaar waren voor de verplichte lijkschouw na de euthanasie. Dat leidde tot scherpe kritiek vanuit de medische beroepsgroep, omdat uitstel van euthanasie patiënten met ondraaglijk en uitzichtloos lijden kan schaden.
Niet-natuurlijke dood
Daarnaast verwijst het rapport naar eerdere waarschuwingen van onder meer het Nederlands Forensisch Instituut en de commissie Hoes. Door versnippering, een tekort aan ervaring en het ontbreken van uniforme kwaliteitsnormen bestaat volgens hen het risico dat niet-natuurlijke overlijdens onopgemerkt blijven. Ook is het aantal gerechtelijke secties de afgelopen jaren sterk afgenomen, terwijl daar geen eenduidige verklaring voor bestaat. Dat versterkt het vermoeden dat mogelijke misdrijven niet altijd worden herkend, vinden de onderzoekers.
Om de risico’s te verkleinen adviseren de onderzoekers gemeenten allereerst hun bestaande wettelijke verantwoordelijkheid daadwerkelijk in te vullen. Colleges zijn formeel opdrachtgever, maar hebben die rol in de praktijk vrijwel overal gemandateerd aan de directeuren publieke gezondheid van de GGD, en bemoeien zich daarna nauwelijks nog met de uitvoering.
Daar ligt volgens het rapport de eerste winst. Gemeenten hoeven de organisatie niet direct ingrijpend te veranderen, maar moeten hun opdrachtgeverschap actief invullen. Dat betekent concreet: expliciete afspraken maken over verantwoordelijkheden, periodiek evalueren of de uitvoering nog voldoet, en regelmatig met de uitvoerende organisaties in gesprek gaan over kwaliteit, capaciteit en continuïteit. Ook moeten colleges erop toezien dat mandaatregelingen juridisch op orde zijn en dat gemeentelijke lijkschouwers daadwerkelijk rechtsgeldig zijn benoemd.
Daarnaast moeten gemeenten schaarste niet langer overlaten aan uitvoerende organisaties. Als er onvoldoende forensisch artsen beschikbaar zijn, hoort het college volgens de onderzoekers bestuurlijk verantwoordelijkheid te nemen en daarover afspraken te maken met de GGD. Wanneer inwoners bijvoorbeeld geen euthanasie kunnen krijgen doordat geen gemeentelijke lijkschouwer beschikbaar is, is dat volgens het rapport nadrukkelijk een bestuurlijk probleem waarvoor het college aanspreekbaar is.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.