Advertentie

Filiaalhouders van het rijk

In Binnenlands Bestuur van vorige week stond het artikel ‘Gemeenten vrezen Albert Heijnmodel’ over de normering van het gemeente‑ en provinciefonds. Dat is de jaarlijkse compensatie voor inflatie en bevolkingsgroei, en voor meedelen in de bezuinigingen die nodig zijn.

02 juli 2010

Het ministerie van Financiën stelt serieus voor om af te stappen van het huidige systeem dat de twee fondsen ‘samen de trap op en af’ meegroeien en meekrimpen met de rijksuitgaven. Het wil in plaats daarvan per kostensoort bekijken hoeveel compensatie de gemeenten en provincies elk jaar nodig hebben voor loon‑ en prijsstijgingen en hoeveel ze moeten bezuinigen.

 

Directievoorzitter Pans van de VNG wil dat vooralsnog (!) niet. Hij noemt het voorstel een Albert Heijnmodel, omdat het Rijk in feite bepaalt voor welke gemeentelijke en provinciale taken er extra geld komt en op welke bezuinigd moet worden. Zo’n normeringssysteem zou voor hem wél kunnen na een grootschalige decentralisatie van taken, waarvan de VNG overigens een groot voorstander is.

 

Dit Albert Heijnmodel is niet nieuw. Bij de evaluatie van ‘samen de trap op en af’ in 1998 werd het ook al beschreven. De evaluatiewerkgroep, onder voorzitterschap van het ministerie van Financiën, gaf toen als vernietigend commentaar: ‘Dit leidt tot een veel tragere en dus minder actuele, maar wel adequate compensatie van de gemeenten voor loon‑ en prijsstijgingen.'

 

'Het gemeente‑ en provinciefonds delen dan helemaal niet mee in bezuinigingen en extra-uitgaven van het Rijk. Dit beperkt de mogelijkheid om in te spelen op voorziene en onvoorziene ontwikkelingen in een kabinetsperiode. Het is minder inzichtelijk dan de bestaande normering van samen de trap op en af.'

 

'Er zijn complexe en tijdrovende onderzoeken nodig, waarvan de objectiviteit niet kan worden gegarandeerd. De verleiding is groot om dan maar te kiezen voor koppeling van het gemeentefonds aan de feitelijke uitgavenontwikkeling op lokaal niveau, in plaats van aan de kostenontwikkeling van de taken. Hier zou een verkeerde prikkel van uitgaan. Dit alternatief valt daarom af vanwege de uitvoeringsproblemen. Er is geen alternatieve normeringssystematiek die op alle relevante criteria beter scoort dan het systeem van samen de trap op en af.’

 

Bovendien schreef de evaluatiewerkgroep dat een alternatief significant beter moet zijn dan de bestaande methode. Wijze woorden, uit 1998. Als het ministerie van Financiën bepaalt voor welke kosten de gemeenten en provincies extra geld krijgen en op welke kosten ze kunnen bezuinigen, dan betekent dat in feite het einde van het gemeente‑ en provinciefonds. De gemeenten en provincies kunnen dat dan niet meer vrij besteden, en zijn daarmee hun autonomie kwijt.

 

Zo’n systeem moeten de gemeenten en provincies niet willen, nooit! Ook niet na een grootschalige decentralisatie. Liever geen decentralisatie en behoud van de autonomie, dan decentralisatie waarbij de gemeenten en provincie filiaalhouders van het Rijk worden.

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie