Advertentie

De Woo en de juridisering en administratieve lasten

In deze zevende column over de Wet open overheid is het tijd voor een moment van terugkijken en bezinnen. Niet in de laatste plaats omdat een deel van de columns vooral wat kritische kanttekeningen zet bij de wet en de Eerste Kamer in oktober weer verder zal gaan met de behandeling.

02 september 2016

In deze zevende column over de Wet open overheid is het tijd voor een moment van terugkijken en bezinnen. Niet in de laatste plaats omdat een deel van de columns vooral wat kritische kanttekeningen zet bij de wet en de Eerste Kamer in oktober weer verder zal gaan met de behandeling. 

Die kritische kanttekeningen zijn er niet omdat uw columnist tegen transparantie is. Een nieuwe wet is immers altijd goed nieuws voor een advocaat. De wet is alleen op onderdelen niet goed doordacht of onduidelijk. Dat moet je niet willen, zeker niet als je ziet wat er nu echt verandert ten opzichte van de huidige Wet openbaarheid van bestuur en het doel wat initiatiefnemers voor ogen staan.

Met de initiatiefnemers (en nu dus ook de Tweede Kamer, de wet is daar immers al aangenomen) ben ik van mening dat bij bepaalde overheden een cultuuromslag moet plaatsvinden, zeker bij ministeries. Procedures kosten soms onnodig veel tijd en niet voor niets is de beeldvorming dat na die tijd zwarte A4-tjes de boventoon voeren. De grap van de minister-president tijdens het ‘Correspondents’ dinner’, over de redactieslag van minister Van der Steur is wat dat betreft pijnlijk illustratief. Ik geloof alleen niet zo in een cultuuromslag vanwege een wetswijziging. Daarnaast wees ik vooral op de grote impact van de Woo op de dagelijkse praktijk van overheden, verzoekers en personen en bedrijven die in documenten staan die bij de overheid berusten. Het is daarom ook maar goed dat minister Blok in een brief van 1 september jl. een impactanalyse aankondigt die eind november gereed zou moeten zijn.

Nog even kort, wellicht als geheugensteun voor ABDTOPConsult, dat de impactanalyse gaat uitvoeren, de belangrijkste punten op een rij:
Alles moet actief openbaar, in elk geval een categorie van documenten die zijn opgesomd in de wet. Is wel voldoende duidelijk om welke documenten het gaat? Is dat niet een zodanig aantal documenten (want onbegrensd in tijd, aard en onderwerp) dat het doel – controle van het bestuur – niet echt meer in beeld is?

Wat is vervolgens de impact van die toename van actieve openbaarmakingsbesluiten? Overheden moeten al die documenten inhoudelijk gaan beoordelen op betrokken belangen en belanghebbenden. Betrokkenen moeten in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze te geven en kunnen, als die zienswijze niet tot geheimhouding leidt, gedwongen worden in bezwaar te gaan en bij de bestuursrechter publicatie te voorkomen via een voorlopige voorziening.

Leidt al die actieve openbaarmaking niet juist tot meer verzoeken om openbaarmaking? Een keur aan onderwerpen wordt mooi inzichtelijk gemaakt. Op het oog valt niet alles onder de actieve openbaarmakingsplicht. Is niet juist te verwachten dat alle onderliggende stukken ook maar worden opgevraagd? En wat betekent het voor het vestigingsklimaat dat bedrijfsgeheimen minder vanzelfsprekend geheim zijn? Zo maar een aantal aspecten.

Interessant zou ook nog zijn te verkennen of alles dat wijzigt met de Woo, niet gewoon met een kleine wijziging van de Wob kan worden geregeld. Goede onderdelen zijn er immers ook. Nuttig is immers dat een besluit tot openbaar maken vanzelf wordt geschorst als een belanghebbende bezwaar heeft gemaakt en bij de rechter om een voorlopige voorziening heeft verzocht. Ook is voor de praktijk wenselijk dat – zoals de Woo ook regelt – voor bijzondere doeleinden (zoals wetenschappelijk onderzoek) informatie kan worden verstrekt zonder dat de informatie daarmee gelijk voor een ieder openbaar is. 

Cornelis van der Sluis 

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie