De liberale democratie geldt in het Westen nog altijd als het vanzelfsprekende eindpunt van politieke ontwikkeling. Vrijheid, gelijkheid en legitimiteit vormen haar morele fundament. Toch groeit het ongemak. Niet omdat burgers verlangen naar autoritair bestuur, maar omdat democratische systemen steeds vaker moeite hebben om te leveren wat uiteindelijk van bestuur wordt verwacht: voorspelbaarheid, bestuurskracht en oplossingen voor structurele problemen.
De verleiding van de sterke staat
De liberale democratie geldt in het Westen nog altijd als het vanzelfsprekende eindpunt van politieke ontwikkeling. Toch groeit het ongemak.
Voor veel ambtenaren en bestuurders is dit herkenbaar. Verkiezingen volgen elkaar snel op, beleid wisselt van koers en langetermijnopgaven blijven liggen. Incidenten, mediadynamiek en maatschappelijke polarisatie bepalen het tempo. Bestuurders opereren onder permanente publieke druk, terwijl de ruimte om consistent en doordacht beleid te voeren steeds kleiner wordt. Democratie functioneert procedureel, maar raakt inhoudelijk uitgeput. In die context duikt steeds vaker een ongemakkelijke vergelijking op. Niet als ideaal, maar als spiegel.
Singapore is geen liberale democratie naar westerse maatstaven. Politieke oppositie en publieke kritiek kennen duidelijke grenzen. Tegelijkertijd scoort het land structureel hoog op welvaart, veiligheid, onderwijs, gezondheid en bestuurskwaliteit. Beleidskeuzes zijn consistent, de uitvoering is strak en publieke voorzieningen functioneren. Het ongemak zit niet in het bestaan van Singapore, maar in het feit dat dit systeem aantoonbaar resultaten oplevert waar westerse democratieën moeite mee hebben.
Democratie functioneert procedureel, maar raakt inhoudelijk uitgeput
Dat roept vragen op die direct raken aan de dagelijkse bestuurspraktijk. Neem de vrijheid van meningsuiting. In Nederland is die breed verankerd, maar in de praktijk leidt elke beleidsfout of onvolkomenheid tot publieke escalatie. De beleidsruimte krimpt. Bestuurders vermijden keuzes die op korte termijn weerstand oproepen, ook als ze op lange termijn noodzakelijk zijn. Het gevolg is uitstel, versnippering en symbolisch beleid.
Hetzelfde geldt voor het demonstratierecht. Protest is een essentieel democratisch middel, maar steeds vaker raakt het verweven met ontwrichting. Blokkades van infrastructuur, bezettingen van publieke gebouwen en geïmporteerde internationale conflicten verplaatsen maatschappelijke spanningen naar het lokale bestuur. Ambtenaren en bestuurders staan voor het dilemma: handhaven en escalatie riskeren, of gedogen en gezagsverlies accepteren.
Singapore kiest hier consequent voor orde, voorspelbaarheid en bestuurlijke controle. Niet omdat vrijheid onbelangrijk zou zijn, maar omdat maatschappelijke stabiliteit en beleidsuitvoering prioriteit krijgen. Dit is geen pleidooi om dit model één op één te kopiëren, maar het dwingt wel tot reflectie.
De kernvraag is niet of we de democratie moeten opgeven. Die vraag is misleidend. De werkelijke vraag is waarom we zo weinig durven te spreken over de spanning tussen vrijheid en bestuurlijke effectiviteit. Democratische legitimiteit wordt vaak gereduceerd tot procedures en participatie, terwijl burgers bestuur uiteindelijk beoordelen op resultaten: veiligheid, betaalbaarheid, bereikbaarheid en sociale samenhang.
Vrijheid van meningsuiting is waardevol, maar geen doel op zich. Welvaart, gezondheid, veiligheid en sociale cohesie zijn dat wel. Wanneer burgers in een autocratisch systeem aantoonbaar beter leven, dwingt dat tot intellectuele eerlijkheid. Misschien is de grootste bedreiging voor de democratie niet de autocratie, maar haar eigen zelfgenoegzaamheid: de overtuiging dat procedurele legitimiteit belangrijker is dan inhoudelijke prestaties.
Ehsan Jami, Faculty of Governance and Global Affairs, Leiden University

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.