of 59318 LinkedIn

Een omgekeerde Boston Tea Party

Als een soort moderne Cicero wilde wethouder Tycho Jansen van Zwijndrecht een streep in het zand zetten. Hoe lang nog zult u ons geduld misbruiken, Rijksoverheid? In juli maakte de gemeente Zwijndrecht bekend dat zij géén sluitende begroting zal indienen. Met unanieme steun van de gemeenteraad.

Zelfs na het doorvoeren van de boekhoudkundige truc, nu al de nog onzekere inkomsten van  2022 en 2023 te boeken, blijft er nog 1,5 miljoen euro tekort op de begroting staan. Het geduld met de speelbal spelen van ‘s Rijks financiën is in Zwijndrecht op. 

 

De reactie van de toezichthouder, de provincie Zuid-Holland, was vlot en voorspelbaar: dat gaan wij niet accepteren. Zwijndrechts verzet gaat zo te zien sneven in het systeem, want het systeem is onverbiddelijk. Gemeenten zijn nu eenmaal verplicht om een sluitende begroting in te leveren bij de provincie en als dat niet gebeurt, dan volgt extra toezicht. Mijn voorspelling is dat Zwijndrecht in november gewoon een sluitende begroting indient, al dan niet door enkele financiële kunstgrepen toe te passen. 

 

Toch is het onvoorstelbaar dat Zwijndrecht de enige is met dit signaal. Het is niet te begrijpen dat niet bij meer gemeenten de maat vol is.

 

Gemeenten zijn voor hun inkomsten voor het overgrote deel afhankelijk van het rijk. Als het rijk meer uitgeeft, krijgen de gemeenten via het gemeentefonds meer geld. Andersom komt er minder geld naar gemeenten als het rijk gaat bezuinigen. In die afhankelijkheid van het rijk is betrouwbaarheid en voorspelbaarheid voor gemeenten dus van belang. En juist op dat punt laat het rijk het de laatste jaren telkenmale afweten. Noemde de majesteit in de troonrede van 2015 de gemeente nog de eerste overheid, blijkt telkenmale weer dat het gemeentefonds de sluitpost is van de rijksbegroting. 

 

Zo werden taken overgedragen naar gemeenten, maar werd er tegelijk een kwart op het bijbehorende budget gekort. Vervolgens had het kabinet het plan om alle gemeenten te laten opgaan in grotere gemeenten en dat zou in de kosten schelen. Dát plan werd geschrapt, maar de ingeboekte korting op het gemeentefonds niet. Verlichting leek er te komen toen het rijk ambitieuze plannen aankondigde, meer geld leek te gaan uitgeven en de gemeenten  hun inkomsten zagen meestijgen. Totdat het rijk niet in staat bleek die plannen op tijd uit te voeren en de gestegen inkomsten voor gemeenten dus weer verdampten. Uit de lopende begroting, wel te verstaan.

 

Op deze plaats betoog ik steeds dat de gemeenteraad de baas is, want immers het hoogste orgaan. En rechtstreeks door de bevolking gekozen. Toch hebben gemeenten maar zeer beperkt de mogelijkheid om hun eigen inkomsten te verhogen met belastingen. Hondenbelasting, OZB, toeristenbelasting zijn de bekendste voorbeelden. Maar die maken gemiddeld nog geen tien procent uit van de gemeentebegroting. Bovendien is het aantal belastingen voor gemeenten strikt beperkt. Een belasting op betegelde tuinen, de tegeltax, mag dus niet. Sturing van gedrag door belastingen is voorbehouden aan het rijk. 

 

Dit wringt. Zeker omdat gemeenten er dus steeds meer taken bijkrijgen. Het is dus niet raar dat sommige gemeenten een soort omgekeerde Boston Tea Party organiseren. 

 

Zo moeten we de actie van Zwijndrecht interpreteren. De kolonisten in Amerika kwamen in 1773 in opstand tegen Engeland omdat zij wel belasting betaalden maar geen zetels in het parlement hadden: ‘no taxation without representation!’ was de leus, terwijl ze de handelswaar van een schip in de haven in het water gooiden. Onze gemeenten verkeren in de omgekeerde toestand: representation without taxation. Met unanieme steun van de gemeenteraad een niet-sluitende begroting indienen. Ik vind de 'opstand' van Zwijndrecht nog beschaafd. 

 

Hoog tijd voor een uitbreiding van het lokale belastinggebied. Maar ja, daar is het rijk voor nodig.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.