Advertentie
sociaal / Achtergrond

Toga de kast in

Rechters vormen de enige beroepsgroep met een wettelijk recht op een carrière tot hun 70ste verjaardag. Toch zwaait de overgrote meerderheid massaal af voor hun 65ste. ‘Het werk is mentaal zwaar.’

24 april 2009

Rob de Vries is 65, maar werken doet hij nog steeds. Drie dagen per week is hij raadsheer in het gerechtshof Amsterdam. Daarnaast is hij raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Den Haag, een soort invalrechter. ‘In Den Haag heb ik vorig jaar dertig zittingen gedaan. Ik heb daar gevraagd of ik meer zittingen kon doen, maar dat ging niet. In Amsterdam kon het wel, dus ben ik daar drievijfde van de tijd aanwezig.’

 

Rechters boven de 65 zijn minder bijzonder dan ze lijken. Leden van de rechterlijke macht hebben de bij wet geregelde mogelijkheid om door te werken tot hun 70ste. De Vries besloot om van dit recht gebruik te gaan maken. ‘Leuk om te doen’, zegt hij. ‘Toen ik de pensioengerechtigde leeftijd bereikte, voelde ik mij nog te jong om uitgerangeerd te worden. Ik was advocaat-generaal. Daarmee moest ik stoppen op 65-jarige leeftijd. Maar ik kon wel rechter worden en doorwerken. Dat heb ik dus gedaan. Een reden om door te werken is dat mijn partner ook nog werkt.’

 

Proeftuin

 

De rechterlijke macht is in Nederland de enige sector die al jarenlang ervaring heeft met doorwerken tot 70 jaar. Doorwerken na 65 jaar kreeg een nieuwe lading nu het kabinet overweegt om de pensioenleeftijd op te rekken naar 67 jaar. Sindsdien zijn er veel discussies over dit onderwerp. Niet alleen over nut en noodzaak, maar ook over de mogelijkheden. Lukt het werknemers wel om jaren langer dezelfde inspanning te leveren?

 

Opeens lijken rechtbanken met terugwerkende kracht de ideale proeftuin voor langer werken. Een omgeving waarin doorwerken tot 70 jaar minimaal is belast door fysieke beperkingen of financiële noodzaak. Rechters doen immers geen fysiek zwaar werk, dus is lichamelijke slijtage nauwelijks een argument om op 65-jarige leeftijd de hamer neer te leggen. Financiële dwang om door te gaan na de pensioengerechtigde leeftijd is er niet. Een rechter die besluit om niet door te werken, bijt allerminst op een houtje. Doorwerken is hier dus een vrije keuze.

 

Toch haken rechters massaal af op 65-jarige leeftijd. De meeste rechtbanken geven aan dat ze nauwelijks 65-plus-rechters hebben. ‘Hier zijn geen rechters die doorwerken na hun 6ste’, zegt Nicole Reijnen, woordvoerder van de rechtbank in Alkmaar. ‘Plaatsvervangende rechters die ouder zijn dan 65 hebben we wel.’

 

Bij veel andere rechtbanken klinkt hetzelfde geluid. Arjen van Tilborg, personeelsmanager van de rechtbank van Rotterdam, denkt even na als hem de vraag wordt gesteld naar het aantal 65-plus-rechters. Er schiet hem geen eentje te binnen die ouder is dan 65. ‘We hebben hier 160 rechters. Die stoppen als ze 65 worden, soms al eerder. ‘Een enkele keer stelt een rechter er een vraag over, maar het onderwerp leeft niet bij ze.’

 

Vervroegd uittreden komt daarentegen veel vaker voor. ‘Opvallend veel rechters nemen deel aan de levensloopregeling’, zegt Van Tilborg. ‘Ik hoor bedragen van duizend tot tweeduizend euro per maand die ze storten. Als je dat een aantal jaren volhoudt, heb je goede mogelijkheden om eerder te stoppen met werken. Dat kan doordat zeventig procent van onze rechters vrouw is. Zij hebben werkende partners en zijn daardoor in staat om veel van hun salaris voor de levensloopregeling te reserveren.’

 

Geredeneerd vanuit de rechtbank is dat een prima ontwikkeling. Zo blijft er een gezonde doorstroming plaatsvinden. Van Tilborg peinst er dan ook niet over om rechters over te halen nog een paar jaar langer te blijven zitten. Het tegenovergestelde gebeurt wel: rechters krijgen de mogelijkheid om al jaren voor de pensionering af te bouwen. ‘We hebben een regeling, die rechters in staat stelt om minder te gaan werken naarmate ze ouder worden. Ze leveren daarvoor betrekkelijk weinig salaris in.

 

‘Rechters maken daar veel gebruik van, want ook voor hen geldt dat het werk op latere leeftijd fysiek en mentaal wat zwaarder wordt. Terwijl hier wel gewoon productie moet worden gedraaid. Wij stellen bepaalde productienormen. Soms geeft dat inderdaad wel eens spanningen, zeker nu we zien dat de productienormen eerder worden aangehaald dan worden versoepeld.’

 

Geen enkele rechtbank zal het toegeven, maar vanuit het organisatiebelang is het prima als de oude rechter uit beeld verdwijnt. Alleen als plaatsvervangende rechters zijn ze af en toe handig. Maar over het algemeen zijn jongere rechters beter in staat de werkdruk het hoofd te bieden.

 

Personeelskrapte die de rechtbanken op andere gedachten zou kunnen brengen, is er niet. De instroom van nieuwe rechters is van een behoorlijk niveau. Onlangs heeft de Raad voor de Rechtspraak een campagne gehouden om juristen te interesseren voor een baan bij de rechterlijke macht. Dat leidde tot vierhonderd reacties.

 

‘We hebben geen noodzaak om rechters langer in dienst te houden’, zegt Van Tilborg. ‘We kunnen het ze natuurlijk niet verbieden, want doorwerken is hun wettelijke recht. Ook stimuleren wij hen niet om sneller uit te stromen. Het is en blijft hun eigen keuze. Wat dat betreft is hier wel een verschil met de politiek. Daar kijkt men anders tegen dit onderwerp aan dan wij.’

 

Ongunstig

 

Bij het ABP schat men desgevraagd het aantal doorwerkende rechters op hooguit een paar procent. De animo om door te gaan is zelfs gedaald de laatste jaren, is de inschatting. Dat heeft alles te maken met de financiële pensioenconstructie die ongunstig uitpakt voor doorwerkende rechters. In 2006 werd in de Tweede Kamer de motie Vendrik aangenomen die bepaalde dat 62-jarige werknemers een financiële beloning krijgen als zij nog drie jaar blijven werken. Die financiële prikkel houdt ook een extra pensioenopbouw in. Die pensioenprikkel vervalt echter voor werknemers die doorwerken na hun 65ste.

 

Rechters zijn zich drommels goed bewust van deze bepaling. Zij onderzochten destijds juridische mogelijkheden om deze pensioenkorting voor 65-plus-rechters aan te vechten, maar zagen uiteindelijk af van een rechtszaak. Het heeft hun animo om door te werken er niet groter op gemaakt. Wie al door wil gaan, bewandelt doorgaans de sluiproute: eerst netjes met pensioen gaan, daarna proberen door te gaan als plaatsvervangend rechter. De mogelijkheden daarvoor zijn echter ongewis, aangezien een rechter dan de functie als zittend magistraat heeft opgegeven.

 

Toch hangt de bereidheid van rechters om door te werken nauwelijks samen met de financiële mogelijkheden. Het enthousiasme is altijd lauw geweest bij rechters. Zelf kennen zij weinig collega’s die hun carrière hebben voortgezet nadat ze 65 zijn geworden. ‘Ik heb 23 jaar in de rechterlijke macht gewerkt en ik heb in die tijd drie rechters meegemaakt die doorgingen tot hun 70ste’, zegt Ian Pieter de Bie.

 

De Bie ging een klein jaar geleden met pensioen zonder gebruik te maken van zijn recht om door te werken tot 70 jaar. ‘Na al die jaren vind ik het wel mooi geweest.’ Jaren geleden heeft hij nog wel eens gedacht aan de mogelijkheid om toch door te gaan. Een enkele keer sprak hij er over met een collega. ‘Maar het is nauwelijks een onderwerp hier.’

 

De afweging om te stoppen ligt voor De Bie in de werkdruk. ‘Nee, we sjouwen geen stenen en hoeven ook niet hard te lopen. Maar je hebt wel elke dag te maken met mensen in wier leven je soms zwaar ingrijpt. Dat vraagt concentratie en verantwoordelijkheid. Er komt veel leeswerk bij kijken, want je moet wetgeving en vooral jurisprudentie bijhouden.

 

‘Soms heb je te maken met megazaken, met meer dan dertig zittingsuren. Lopen zaken uit, dan moeten we zorgen dat de betrokkenen te eten krijgen. Ook moeten we nagaan of veiligheidsmaatregelen in orde zijn. Het is niet zo dat uiteindelijk de rek eruit is, maar toch treedt er na jaren wel sleet op. Ik doe dit gewoon al heel lang. Ook al volgde ik opfriscursussen en deed ik aan intervisie met collega’s. Een baaldag heb je als rechter nooit.’

 

Vol overgave

 

Zelfs Rob de Vries, de 65- plus-rechter die nog met veel plezier recht spreekt in Amsterdam en Den Haag, vindt het geen aanbeveling om rechters massaal langer te laten werken. ‘Dit werk doe je niet als togavulling, je moet je er vol overgave in storten. Je moet er voor blijven studeren en het is tot op zekere hoogte ook zwaar. Ik ben er dan ook helemaal geen voorstander van om iedere rechter door te laten werken tot zeventig jaar. Het is een heel intensief beroep.’

 

Welk argument is er uiteindelijk voor rechters om door te gaan met werken, afgezien van persoonlijke passie en werklust? Het is toch wel een bijzonder beroep, zegt Ian-Pieter de Bie. ‘Wat ik zal missen zijn de bevoegdheden die helemaal wegvallen. Predikanten houden die hun hele leven; ze mogen blijven prediken. Bij ons is het afgelopen. Terwijl ik meer dan twintig jaar in het strafrecht heb gezeten en over zaken als vrijheidsbeperking en gratieverzoeken heb geoordeeld. Zulke zaken hakken erin bij mensen. Dat dit tot het verleden behoort, is toch wel iets waar ik even bij stil sta.’

 

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie