of 59082 LinkedIn

Scheiding stuwt gebruik jeugdhulp niet per se op

Tussen wijken zijn er grote verschillen in jeugdhulpgebruik. Scheidingen leiden niet per se tot een groter beroep op jeugdhulp zonder verblijf. Dat blijkt uit de donderdag verschenen publicatie Jeugdhulp in de wijk van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Niet alleen tussen gemeenten, maar ook tussen wijken zijn er grote verschillen in jeugdhulpgebruik. Scheidingen leiden niet per se tot een groter beroep op jeugdhulp zonder verblijf. Ook medicijngebruik, afstand tot de huisarts, opleidingsniveau en woningvoorraad niet per se. De samenstelling van huishoudens zoals het aantal eenoudergezinnen in de wijk speelt wel mee in de mate van gebruik van jeugdhulp, als ook het aantal bijstandsgerechtigden, het aantal kinderen in speciaal onderwijs en het aandeel niet-westerse migranten.

Wijkkenmerken

Dat blijkt uit de donderdag verschenen publicatie Jeugdhulp in de wijk van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). De verschillen in gebruik van jeugdhulp zonder verblijf hangen meestal samen met kenmerken van inwoners in een wijk, laat een door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) ontwikkeld model zien. Dat model legt voor heel Nederland, op wijkniveau, de relatie tussen het jeugdhulpgebruik en kenmerken van de wijken. Maar niet alles is op basis van wijkkenmerken te verklaren. ‘In sommige wijken is het werkelijke gebruik (veel) hoger of (veel) lager dan we zouden verwachten op basis van de kenmerken van de bevolking in die wijken’, aldus het SCP. Nader onderzoek is nodig.

 

Inzicht

Gemeenten weten niet altijd waarom de jeugdhulp in een bepaalde wijk erg hoog of laag is. Het is voor gemeenten belangrijk om inzicht te hebben in de (bevolkings)kenmerken die samenhangen met het gebruik van jeugdhulpvoorzieningen, stelt het SCP. Gemeenten kunnen daar hun aanbod, op wijkniveau, op afstemmen. Het donderdag gepresenteerde onderzoek is een ‘eerste stap in het verder begrijpen van verschillen in het gebruik van jeugdzorgvoorzieningen op wijkniveau’, aldus het SCP.

 

Verschillend beeld

Groningen, Drenthe en delen van Zuid-Holland en Limburg kennen relatief veel wijken

met een hoog aandeel gebruikers, constateert het SCP. In Overijssel en delen van Noord-Holland zijn er daarentegen veel wijken met een relatief laag aandeel jongeren in zorg. Uit het donderdag gepresenteerde onderzoek, op basis van cijfers uit 2017, is duidelijk geworden dat wijken binnen gemeenten een heel verschillend beeld kunnen laten zien. ‘Terwijl in de ene wijk het gebruik hoog is, kan dat in een aangrenzende wijk in dezelfde gemeente laag zijn.’ Zo had in 2017 veertien procent van de jongeren in Scheveningen jeugdhulp, tegen acht procent in de naastgelegen wijk Belgisch Park. Gemiddeld maakt in Nederland 8,5 procent van de jongeren gebruik van jeugdhulp. Slechts in enkele wijken (ongeveer een procent) ligt het gebruik boven de twintig procent en in anderhalf procent van de wijken onder de vijf procent.     

 

Praktijkondersteuners

Het is niet altijd verklaarbaar hoe verschillende wijkkenmerken samenhangen met het gebruik van jeugdhulp, stelt het SCP. Zo heeft het SCP aanwijzingen dat een hoog inkomen leidt tot een lager beroep op de jeugdhulp, maar tegelijkertijd ook dat een hoog inkomen juist tot meer jeugdhulp leidt. ‘Dit soort bevindingen behoeven nader onderzoek’, aldus het SCP. Tegelijkertijd kan ook het gevoerde beleid invloed hebben op het jeugdhulpgebruik in een gemeente en wijk. Daarbij denkt het SCP aan de samenstelling van wijkteams, de aanwezigheid van praktijkondersteuners jeugd bij huisartsen, maar ook aan verschillen in inkoopcontracten en gemeentelijke of regionale cultuur. De genoemde wijkkenmerken verklaren veel, maar niet alles, wil het SCP maar zeggen.

 

Goed of slecht

De verschillen tussen wijken zeggen ook niets over de passendheid van de jeugdhulp, tekent het SCP aan. En evenmin of het beleid van een gemeente goed of slecht is. Een relatief hoog gebruik kan duiden op een wijk met veel problemen, maar het kan evenzo goed zijn dat de gemeenten door het bieden van laagdrempelige hulp mensen met problemen goed bereikt.  

 

Aanvulllend onderzoek

Het SCP hoopt dat gemeenten zelf aanvullend onderzoek gaan doen. ‘Het model is een startpunt voor gemeenten om te kijken waar in hun gemeente het gebruik van jeugdhulp zonder verblijf mee samen hangt. In wijken waar een groot verschil is tussen de verwachting van het model en het werkelijk gebruik, spelen kenmerken mee die nog niet in het model zitten’, aldus SCP-onderzoeker Roelof Schellingerhout.

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
Het hoeft allemaal niet zo moeilijk te zijn als VNG/gemeenten en het Rijk het eens zijn over de kernelementen en waardering daarvan voor de verdeling van het Gemeentefonds.
Aandacht per gemeente dienen o.a. te krijgen:
-oppervlakte grond en water
-samenstelling grond (veen, klei, zand)
-lengte wegennet
-bovenlokale jeugdhulp
-bovenlokale scholen
-sociale situatie
-vergroening/vergrijzing
-aantal/opvang migranten
-wat is het niveau van de inkomsten van de belastingen (OZB) per inwoner
-wat is het niveau van de inkomsten uit de tarieven
-musea, schouwburg (regionaal)
etc.
Waardeer iedere gemeente op deze elementen. De computer doet de rest. Een kind kan de was doen!
Door Mark op
Men weet het niet. Ondertussen is het wel één van de belangrijkste 'objectieve' maatstaven in het verdeelmodel van het gemeentefonds.
Misschien tijd om het gemeentefonds af te schaffen en het geld algemeen te verdelen.