of 63372 LinkedIn

NJi: Laat jeugdzorgstelsel met rust

In plaats van een stelselherziening zijn andere maatregelen om het jeugdzorgstelsel te verbeteren effectiever. Dat stelt het Nederlands Jeugdinstituut (NJi).

Om de transformatie van de jeugdzorg tot een succes te maken, moet de ‘verleiding van slingerend beleid’ worden weerstaan. In plaats van een stelselherziening zijn andere maatregelen om het jeugdzorgstelsel te verbeteren effectiever. Zo moet paal en perk worden gesteld aan de winstgevendheid van uit publieke middelen bekostigde jeugdzorg.

Reikwijdte jeugdzorg

Daarover moet ‘Den Haag’ zich uitspreken. ‘Gemeenten krijgen daarmee rugdekking om in hun beleid om te gaan met de groei van het aantal commerciële ondernemers in de jeugdzorg’, stelt het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Ook moet maatschappelijk debat over de reikwijdte van de jeugdzorg worden gevoerd. Als alleen de Haagse politiek daarover besluit, komt dat later als een boemerang bij de landelijke politici terug. Als door begrenzing zorg minder toegankelijk wordt, wachtlijsten gaan ontstaan en/of aanbieders er de brui aan geven, ontstaat vanuit de maatschappij politieke druk en zal de neiging in ‘Den Haag’ groot zijn om de gestelde grenzen weer open te gooien.

 

Beheersbaarheid

Dat stelt NJi in reactie op de suggesties en voorstellen van de Stuurgroep Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet en onderzoeksbureau AEF. AEF bracht eind vorig jaar niet alleen het structureel tekort van gemeenten op de jeugdzorg in kaart (jaarlijks 1,7 miljard euro), maar deed in zijn ‘Stelsel in groei’ ook besparingsvoorstellen. De Stuurgroep heeft op verzoek van rijk en gemeenten eind vorige maand maatregelen in kaart gebracht die moeten leiden tot een toekomstbestendig jeugdstelsel. Over beide rapporten heeft het NJi zijn licht laten schijnen.

 

Heldere koers

Transformeren blijft noodzakelijk, er moet worden gewerkt aan doelgericht, vasthoudend en verbindend beleid en een recentralisatie is daarbij niet behulpzaam, stelt het NJi. Nieuwe beleidsmaatregelen om het jeugdstelsel te verbeteren, werken alleen als er een gezamenlijke visie aan ten grondslag ligt en een ‘heldere koers’ wordt gevaren.

 

Maatschappelijke discussie

De roep om een ingrijpende stelselherziening wordt ingegeven door de financiële tekorten bij gemeenten, de wachtlijsten voor specialistische zorg en het ontbreken van passende hulp bij gezinnen met complexe en meervoudige problemen, schetst het NJi. De schuld wordt vaak bij ‘het stelsel’ gelegd, maar ‘keuzes in de jeugdzorg zijn niet alleen beleidskwesties, maar verbonden zijn met maatschappelijke discussies over opgroeien en opvoeden’, benadrukt het NJi. Zo stelt de commissie Sint dat de politiek zich moet uitspreken over de reikwijdte van de Jeugdwet. Het terugdringen van zorggebruik kan niet zonder maatschappelijk debat, stelt het NJi. ‘Als de maatschappelijke dynamiek niet prominent als onderdeel van het probleem wordt geagendeerd, zal diezelfde politiek vervolgens onder maatschappelijke druk komen te staan om de consequenties van het beleid, zoals verminderde toegankelijkheid, wachtlijsten en aanbieders die afhaken, weer ongedaan te maken.’

 

Lokaal

Aan de logica achter de keuze om de jeugdzorg bij gemeenten neer te leggen, is ‘nog steeds weinig af te doen’, stelt het NJi verder. Het leven van kinderen en gezinnen speelt zich lokaal af en zorg en ondersteuning kan grotendeels lokaal worden gegeven. ‘De problemen qua organisatie, beheersbaarheid en efficiëntie, en andere kwesties die oplossing vragen, zijn dus het beste binnen dat systeem te zoeken.’

 

Politieke rugdekking

Dat er iets moet gebeuren, erkent het NJi volmondig. ‘De verbeteringen die nodig zijn mogen niet afleiden van de eigenlijke opgave van de transformatie.’ Gemeenten kunnen het echter niet alleen, en hebben hulp van het rijk nodig, zonder dat het rijk al te veel op de stoel van gemeenten gaat zitten. Het kan in de ogen van het NJi helpen als de inkoop van bepaalde voorzieningen, ondersteund door het rijk, wordt georganiseerd. ‘Dat geeft gemeenten de ruimte om zich te focussen op inhoudelijke samenwerking in de uitvoering en biedt ruimte aan het professionele veld om zich te focussen op effectieve hulp.’ Ook rondom inkoop moeten rijk en gemeenten samenwerken. ‘Een individuele gemeente kan proberen te sturen op faire inkoop, maar zodra dat beleid spanning gaat oproepen, bijvoorbeeld omdat er wachtlijsten ontstaan vanwege een beperking van commerciële aanbieders, is ze sterk afhankelijk van lokale én landelijke politieke rugdekking om koersvast te blijven.’

 

Inkoop als kwaliteitsinstrument

Gemeenten en aanbieders moeten met elkaar inhoudelijk in gesprek over de inkoop van jeugdzorg. De financier mag eisen stellen aan de (bewezen) effectiviteit en kwaliteit van het aanbod en aan te behalen resultaten. Op hun beurt mogen aanbieders vragen om vrijheid in handelen en financiële ruimte voor scholing en deelname aan onderzoek. ‘Inkoop kan voor de gemeenten een krachtig kwaliteitsinstrument zijn’, aldus het NJi.

 

Versterken rol gemeenten

Transformatie is een proces van vallen en opstaan, stelt het NJi. ‘Het is zaak om de te nemen obstakels in de transformatie niet steeds te projecteren op de stelselvorm en ons te laten verleiden tot polariserend en slingerend beleid.’ Een gezamenlijke visie is nodig met een daarop gebaseerde heldere en stabiele koers. Op die manier kan de rol van gemeenten in de transformatie worden versterkt in plaats van verzwakt.

 

Inmiddels zijn er overigens nog twee andere rapporten/adviezen verschenen om te komen tot een beter jeugdstelsel; van de Sociaal-Economische Raad (SER) en van de FNV en Stichting Beroepseer. Daar heeft het NJi zich niet over gebogen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
Toekomstige financiële budgetten dienen beter en meer uitgebalanceerd te worden bekeken in relatie met:
a. de gewenste/noodzakelijke reikwijdte van de wetgeving.
b. de prioriteitstellingen (de specialistische jeugdhulp dient voorrang te krijgen boven alles).
c. de balans (wat betaalt de Overheid en waarvoor en wat kunnen/moeten ouders zelf betalen).
d. het benodigde (flexibele) vastgoed, de organisatie en de locaties daarvoor (wat lokaal, regionaal/provinciaal en landelijk).
etc.
Kortom, er moet nog veel meer 'water door de Rijn' voordat de Jeugdzorg goed is geregeld.