of 61043 LinkedIn

Eigen bijdrage Wmo moet op de schop

Het Wmo-abonnementstarief moet van tafel. Er moet weer een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen komen. Dat stelt de Visitatiecommissie financiële beheersbaarheid sociaal domein in haar derde tussenrapportage.

Er moet een einde komen aan het Wmo-abonnementstarief, waarin mensen met een Wmo-voorziening een inkomensonafhankelijke eigen bijdrage van 19 euro per maand betalen. In plaats daarvan moet er een afgewogen eigenbijdrageregeling komen, waarin inwoners naar draagkracht betalen voor de ondersteuning die ze nodig hebben. Gemeenten moeten ook meer te zeggen krijgen over de geboden hulp na verwijzingen voor specialistische jeugdhulp.

Worsteling

Dat stelt de Visitatiecommissie financiële beheersbaarheid sociaal domein in haar vrijdag verschenen derde tussenrapportage. Het macrobudget voor het sociaal domein is ontoereikend, gemeenten snakken naar duidelijkheid over de beschikbaarheid van het budget voor de lange termijn, maar geld is niet de enige oplossing om gemeenten te helpen bij hun worsteling met de uitgaven in het sociaal domein, stelt zij verder.

 

Beperken groei

Sinds de invoering van Wmo-abonnementstarief − per 2019 voor maatwerkvoorzieningen en per 2020 voor algemene voorzieningen − is het aantal aanvragen voor Wmo-voorzieningen gestegen. Los van deze aanzuigende werking en de vraag of gemeenten daarvoor voldoende door het rijk worden gecompenseerd, stelt de Visitatiecommissie dat met het Wmo-abonnementstarief een ‘belangrijk sturingsprincipe uit het lokale stelsel is verdwenen’. Het is ‘evident dat een passende eigen bijdrage kan helpen om de groei van vraag naar ondersteuning te beperken’.

 

Invloed

Gemeenten worstelen eveneens met de sturing op de jeugdhulp, constateert de Visitatiecommissie. Veel specialistische jeugdhulp wordt via wettelijke verwijzers zoals huisartsen en gecertificeerde instellingen ingezet. Gemeenten hebben daar zicht noch grip op, maar moeten wel de rekening betalen. De Visitatiecommissie vindt dat gemeenten invloed moeten krijgen op de geleverde hulp en ondersteuning. Dit zou via een zogeheten ‘kan-bepaling’ kunnen. Na verwijzing krijgt de gemeente de mogelijkheid invloed te hebben op de hulp die iemand krijgt, maar ze is daartoe niet verplicht. Betrokkenen moeten hierover het gesprek met elkaar aangaan, adviseert de Visitatiecommissie, en samen een ‘balans vinden tussen professionaliteit en autonomie van verwijzers enerzijds en grip op de uitgaven anderzijds’.

 

Gebruik data

De Visitatiecommissie komt met deze aanbevelingen na visitaties van vijftien gemeenten. Zij constateert dat de tekorten in het sociaal domein, en de maatregelen om die tekorten weg te werken, investeringen op de lange termijn verdringen. ‘Investeren in de echte transformatie raakt op de achtergrond, doordat de focus nu voornamelijk ligt op bezuinigen in plaats van investeren.’ Hoewel de vijftien gevisiteerde gemeenten op diverse vlakken van elkaar verschillen, ziet de commissie dat ze stuk voor stuk worstelen met sturing. ‘Het samenspel tussen bestuur, uitvoering en toegang kan beter: er is vaak een gat tussen visie en uitvoering. Ook is het gebruik van data om te sturen en de samenhang tussen de verschillende onderdelen van het sociaal domein zeer minimaal.’  

 

Preventie

Door de tekorten op het sociaal domein, die in sommige gemeenten oplopen tot een kwart van het beschikbare budget, komen investeringen in preventie in de knel. Ook omdat het draagvlak daarvoor wegebt. ‘Een dergelijke investering betaalt zich pas op lange termijn uit en zijn op de korte termijn financieel minder aantrekkelijk’, aldus de Visitatiecommissie. Ze waarschuwt voor een vicieuze cirkel, omdat het op de lange termijn ook vaak lastig is te beoordelen of een investering in preventie ook daadwerkelijk haar vruchten heeft afgeworpen. Die vicieuze cirkel moet worden doorbroken.

 

Meetbare doelstellingen

Gemeenten moeten meer dan nu bestuurlijke keuzes maken, vindt de commissie. Die moeten worden vertaald in duidelijke en meetbare doelstellingen, die vervolgens ook moeten worden gemonitord. Daarbij moet niet alleen worden gekeken of het beleid ook wordt uitgevoerd zoals afgesproken, maar ook of het gevoerde beleid effectief is. Daar ontbreekt het vaak aan. ‘Meer geld is zeker niet de enige weg vooruit’, stelt de commissie.

 

Prijskaartje

Medewerkers die belast zijn met de toegang, moeten door gemeenten meer kostenbewust worden gemaakt. ‘Veel gemeenten geven de instructie om te sturen op tevredenheid, en om de cliënttevredenheid zo hoog mogelijk te laten zijn. Dit geeft toegangsmedewerkers de ruimte om te zorgen dat ze de best mogelijke zorg kunnen toewijzen. Hierbij wordt echter geen rekening gehouden met de kosten van de verschillende interventies.’ Vaak weten de toegangsmedewerkers ook niet wat het prijskaartje van een traject is. De Visitatiecommissie stelt dat de instructie ‘doe wat nodig is’ moet worden aangevuld met ‘…en doe niet wat niet nodig is.’ Zonder richtinggevend beleid tot afschalen en lichtere hulpvormen, is er ‘vaak minder grip of mogelijkheid om effectiviteit en efficiency te vergroten.’

 

Informele zorg

Vrijwel alle gemeenten zien een stijging in het gebruik van jeugdhulp en Wmo-voorzieningen, terwijl het budget niet meegroeit. Om de kosten binnen de perken te houden, doen gemeenten er goed aan hun algemeen toegankelijk en collectief aanbod te vergroten. Ook moet meer worden gestuurd op de inzet van informele zorg, adviseert de Visitatiecommissie.  

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door G.Weerden ( Jur. adviseur overheid) op
Wat een gezwets om eerdere gemaakte gemaakte beleidskeuzes met vertaling in wetgeving te verhullen. Op basis van 30 jaar ervaring in het sociale domein, w.o. Abw, Wvg en WMO, was op voorhand 100% voorspelbaar dat het m.n. door het hanteren van een abonnemententarief voor Huishoudelijke Hulp, de kosten voor de gemeenten gigantisch uit de bocht zouden vliegen. Temeer omdat deze exercitie zich zo snel heeft geopenbaard, moeten de softies uit de politiek, samen met de beleidsmakers, bij hun keuzes zich eens vaker vergewissen van gelijksoortige besluittrajecten uit het verleden om bij gewenste veranderingen reëlere keuzes te maken en niet laten leiden door de waan van de dag!!
Door W.F.Willems (pensioen) op
Er zijn nooit lessen getrokken uit de ABW 1965. In aanvang was dit een maximaal gedecentraliseerde wet.
De gemeenten mochten hun eigen bijstandsnorm vaststellen, gekoppeld aan de plaatselijke lastendruk.
Verstrekkingen voor gehandicapten(TRM) tot f. 5000,-vrij te beslissen , bij hoger bedrag overleg CRM.
Eigen bijdrage(retributie) vast te stellen door Raad.
Gem. verhaalsrecht was fakultatief.
Bezwaar procedure via kollege of BenW
Al spoedig bleek, dat een aantal gemeenten, met bovenstaande wat al te kreatief omgingen,zodat het Rijk ingreep en het Besluit Landelijke Normering invoerde. De fout met de WMO is geweest, dat het verstrekkingenpakket uit de AWBZ grotendeels is overgenomen, daar had dus eerder stevig over gediscussieerd moeten worden.
Maar ja, ondanks alle waarschuwingen, door lieden die de transitie van 1968 nog hebben uitgevoerd, was dit bij de VNG aan dovemansoren gericht.
Door Henk op
Hou het simpel en schaf de eigenbijdrage af. Een stuk goedkoper!
Door mr LKD Poldervaart op
Het abonnementstarief verdient zeker niet de schoonheidsprijs, maar daar zit m.i. het pijnpunt helemaal niet. De financiële tekorten waarmee de gemeenten worden opgezadeld komen voort uit beroerde wetgeving en vaak ook ongelukkige beleidsafwegingen. Vanaf den beginne is de Wmo een bijna onuitvoerbare wet, veel te breed en veel te veel vrijheid gevend aan gemeenten. Wethouders willen vanuit de historie maar al te graag hun stempel drukken op uitvoering. Omdat de wet uitblinkt in open eindjes en gemeentelijke verordeningen en beleidsregels ook niet altijd op orde zijn, komt de trias politica (scheiding der machten) aardig onder druk te staan. De wetgevende macht is tegenwoordig nog amper in staat een goede wet te vervaardigen. Met enige regelmaat geeft de Raad van State vernietigende kritiek op wetsvoorstellen welke met de zelfde regelmaat aan dovemansoren zijn gericht. Door deze onkunde van de wetgever voelt de rechterlijke macht zich geroepen nadere in vulling te geven van wet- en regelgeving. De rechterlijke macht kijkt niet naar financiën waardoor je als gemeente op hoge kosten gejaagd kunt worden.. Misschien moeten we eens kijken hoe dit zo heeft kunnen gebeuren. Ligt de oorzaak van de huidige problematiek niet aan keuzes die al in de jaren 90 van de vorige eeuw zijn gemaakt. Toen hadden we nog wetgevingsjuristen en beleidsmedewerkers op het ministerie, werd beleid landelijk ontwikkeld en door gemeente en provincie uitgevoerd. Maar, nee het moest anders. Provinciebestuurders en gemeentebestuurders wilden meer zeggenschap met als gevolg dat er op het ministerie amper nog kennis zit en er in Nederland een beroepsgroep is bijgekomen, de beleidsmedewerkers. Werkten we in de vorige eeuw nog redelijk uniform, hoe anders is dat nu. 1 Wmo en thans 355 gemeenten die de wet middels verordening en beleidsregels naar eigen inzicht proberen uit te voeren. Willen we willekeur in de uitvoering tegengaan en willen we de totale maatschappelijke kosten beheersbaar maken dan moeten we terug naar de centralisatie van weleer. We maken een goede en gedegen wet, we geven daar aan wat mogelijk en niet mogelijk is, we voorzien de wet van een uitvoeringsbesluit en gemeenten voeren deze uit. Geef de gemeente eventueel de ruimte voor begunstigend beleid op eigen kosten die niet strijdig is met de wet en zowel de uitvoerders als de burger weten waar ze aan toe zijn. De rechterlijke macht kan dan haar taak ook weer uitvoeren zoals bedoelt.
De decentralisatiegedachten, hoe goed bedoelt, heeft inmiddels bewezen dat ze tegen haar uiterste houdbaarheidsdatum aanzit.
Door Spijker (n.v.t.) op
Een nogal dom advies van deze Visitatiecommissie. Kennelijk nog nooit gehoord van ons evenredig belastingstelsel. Dat kan natuurlijk niet te hooi en te gras worden aangetast. Als er op dit dossier al moet worden bezuinigd is m.i. het voorstel van Oldenzaal (alleen ondersteuning via de bijstandsverlening) een duidelijk betere oplossing.