of 59318 LinkedIn

‘Blue Zones’ in de jeugdhulp

Castricum, Edam-Volendam, Scherpenzeel en Uitgeest komen het dichtst in de buurt van een ‘Blue Zone’ voor de jeugdzorg. In deze gemeenten wordt substantieel minder gebruik gemaakt van jeugdhulpvoorzieningen.

De gemeenten Castricum, Edam-Volendam, Scherpenzeel en Uitgeest komen het dichtst in de buurt van een ‘Blue Zone’ voor jeugdhulp. In deze gemeenten wordt substantieel minder gebruik gemaakt van jeugdhulpvoorzieningen. Ook kennen deze gemeenten (vrijwel) geen wachtlijsten. De gemeenten tellen daarnaast minder jongeren die een Halt-traject hebben moeten volgen en minder voortijdig schoolverlaters.

Bepalende factoren

Twee factoren dragen bij aan het relatief lage gebruik van jeugdhulpvoorzieningen: de organisatie van zorg en de sociale verbintenis tussen inwoners. Dat blijkt uit het dinsdag gepresenteerde onderzoek ‘Op zoek naar Blue Zones in de jeugdhulp’ van Garage 2020 in samenwerking met de gemeente Amsterdam en AHTI. Ook bevolkingsomvang, sociaaleconomische status en het aandeel jongeren ten opzichte van werkenden zijn bepalende factoren.

 

Inzicht in bestaan

Een Blue Zone is gedefinieerd als een gemeente waar in 2017 substantieel minder specialistische jeugdhulp, jeugdreclassering en jeugdbescherming is geboden. Substantieel minder is gelijk aan of minder dan twee derde van het landelijk gemiddelde. Dat betekent onder meer dat het gebruik van jeugdhulp gelijk is aan of onder de 6,6 procent ligt; het landelijk gebruik in 2017 lag op 10 procent. Het onderzoek is uitgevoerd op verzoek van het ministerie van VWS, naar aanleiding van een opiniestuk van Levi van Dam, landelijk kwartiermaker van Garage 2020 in Binnenlands Bestuur. Daarin betoogde Van Dam dat we op zoek moeten naar de ‘blue zones van de jeugdhulp’. De term Blue Zone is overgewaaid uit Italië, waar onderzoekers in 2004 ontdekten dat in het dorpje Silanus op Sardinië langer, gezonder en gelukkiger leven. Zij omcirkelden om een landkaart het dorpje met een blauwe stift en noemde het een Blue Zone. Het ministerie van VWS wilde inzicht in het al dan niet bestaan van Blue Zones binnen de jeugdzorg. Het dinsdag gepresenteerde onderzoek is een eerste verkenning naar het mogelijke bestaan ervan.

 

Elf gemeenten

Er is eerst een beschrijvende data-analyse gemaakt met behulp van CBS-cijfers uit 2017. Bij de gemeenten die er na de data-analyse als Blue Zone naar voren kwamen, zijn interviews gehouden om te controleren of er daar inderdaad sprake van is. In eerste instantie rolden er na de data-analyse elf gemeenten als Blue Zone uit: Aalsmeer, Beemster, Bloemendaal, Castricum, Edam-Volendam, Heemstede, Laren, Scherpenzeel, Staphorst, Uitgeest en Waterland.

 

Significante voorspellers

Sociaaleconomische status (SES) en groene druk zijn ‘significante voorspellers’ van Blue Zones, zo stellen Van Dam en zijn collega-onderzoekers. ‘Een hogere sociaaleconomische status leidt tot minder gebruik in jeugdhulpvoorzieningen’, aldus Levi. Ook is op basis van data-analyse duidelijk geworden dat hoe meer jongeren er zijn ten opzichte van werkenden, hoe minder gebruik er wordt gemaakt van de jeugdhulpvoorzieningen. Het lijkt er op dat men in deze gemeenten meer naar elkaar omziet. Dat kan zijn omdat de inwoners daarvoor meer tijd hebben, maar het kan ook aan de cultuur liggen’, verklaart Van Dam. Een aantal van de elf gemeenten kenden echter wachtlijsten voor specialistische jeugdhulp, jeugdreclassering en/of jeugdbescherming. Een aantal gemeenten stelde dat er veel particuliere zorg wordt ingekocht. Zo bleven er vier gemeenten over.

 

Geloofsovertuiging

Edam-Volendam en Scherpenzeel erkennen dat het relatief lage jeugdhulpgebruik kan liggen aan het feit dat problemen binnenshuis worden gehouden en er te laat jeugdhulp wordt ingeschakeld. Dit heeft volgens de gemeente Scherpenzeel voor een deel te maken met de reformatorische geloofsovertuiging, ‘waardoor veel achter gesloten deuren gebeurt als het gaat om overbelasting in het gezin en gedragsproblemen van kinderen’, aldus de onderzoekers. Gemeente Edam-Volendam wijt het lage gebruik ‘aan de vele familiebanden tussen inwoners en daardoor de hoge mate van sociale controle en groepsdruk’. De onderlinge cohesie en de beschikbare algemene voorzieningen zijn volgens Castricum en Uitgeest verklaringen voor het relatief lage gebruik van jeugdhulpvoorzieningen. De vier gemeenten stellen allemaal dat toegankelijkheid van jeugdhulp en de algemeen beschikbare voorzieningen leiden tot relatief laag jeugdhulpgebruik.

 

Complexe problematiek

De onderzoekers noemen het opvallend dat het aantal inwoners van de elf gemeenten tussen de 9.000 en 36.000 ligt. ‘Dit bevestigt eerder onderzoek, waarin naar voren komt dat er in grootstedelijk gebied vaker sprake is van meervoudige en complexe problematiek’, aldus de onderzoekers. Ze concluderen dat twee factoren bijdragen aan minder gebruik van jeugdhulpverlening: de organisatie van zorg en de sociale verbintenis tussen inwoners van een gemeente. ‘De organisatie van formele zorg en de informele verbintenissen lijken elkaar positief te versterken.’ Een verminderd gebruik van jeugdhulpverlening betekent overigens niet altijd dat het goed gaat met kinderen en jongeren. Het moet daarom ook geen doel op zich zijn, tekenen de onderzoekers aan.

 

Knelpunten

‘Het interessante aan deze benadering is dat niet alleen naar de knelpunten of slechte voorbeelden wordt gekeken, maar dat we proactief op zoek gaan naar de goede voorbeelden en kijken wat er daarvan kunnen leren’, vindt Van Dam. ‘Laten we leren van data in plaats van enkel te reageren op knelpunten.’ Het onderzoek heeft zich niet gericht op budgetten en financiële problemen bij gemeenten. ‘Met dit onderzoek kun je niet verklaren waarom de ene gemeente een enorm tekort heeft en de ander geen tekort.’

 

Sociale cohesie

Gemeenten kunnen wat met de twee belangrijkste bevindingen uit het onderzoek – sociale verbintenissen en de organisatie van zorg  –, vindt Van Dam. ‘Dat kun je de informele en de formele zorg noemen. Als die twee goed in balans zijn, zou dat positief kunnen zijn. Het is goed om daar op te sturen.’ Ook het belang van sociale cohesie komt uit het onderzoek naar voren als factor voor relatief minder jeugdhulpgebruik. ‘Dat is een mooie term om verder te exploreren. Wat is dat dan en hoe kun je dat verder stimuleren. Zou je dat bijvoorbeeld via culturele activiteiten of via sport kunnen stimuleren? Als we die sociale cohesie meer stimuleren, zou dat wel eens helpend kunnen zijn.’   

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Martin Hagen op
Heel erg goed dat dit type onderzoek plaatsvindt! Ik ben nieuwsgierig naar twee zaken:

- kan je de resultaten van het onderzoek nog iets scherper maken, en herformuleren tot één of meer 'best practices'? Misschien lukt dat al op basis van de huidige resultaten; anders wellicht aanvullend verdiepend onderzoek?
- Zou je, kijkend naar de omvang van de betrokken gemeenten, de resultaten kunnen vertalen naar buurt- of wijkniveau van een grotere stad? Dan zouden de onderzoeksresultaten nog breder bruikbaar zijn!

Tenslotte: hoopgevend nieuws in moeilijke tijden!
Door Dhr. mr R.J. Taling (innovator en waarden influencer, gemeente Amsterdam) op
'Het lijkt er op dat men in deze gemeenten meer naar elkaar omziet'. Zit hier niet de kern van een blue zone. Sociale cohesie. Als deze onvoldoende aanwezig is, is er geen gemeenschap. In een gemeenschap spreek je elkaar aan op houding en gedrag. Buiten een gemeenschap wordt dat een stuk lastiger. Grote steden zijn van oudsher meer parallelle samenlevingen van groepen dat naar elkaar omziende gemeenschappen. De overheid kan gebrek aan gemeenschap maar beperkt opvangen.
Door Lerringa op
Jeugdhulp