Leerlingenvervoer lijkt synoniem voor een taxibusje dat elke dag leerlingen naar de dichtstbijzijnde school brengt en ophaalt. Maar dat hoeft niet. Sommige kinderen zijn beter af op een e-bike of in het OV. De gemeente Rhenen gooide het roer om.
‘Helemaal gelukkig naar school’
Leerlingenvervoer lijkt synoniem voor een taxibusje dat elke dag leerlingen naar de dichtstbijzijnde school brengt en ophaalt.
Rigide leerlingenvervoer transformeert
Roerige tijden binnen het leerlingenvervoer. Personeelstekorten bedreigen de dienstverlening, het landelijk overleg over leerlingenvervoer lijkt geklapt nu meerdere belangengroepen zich hebben teruggetrokken. Tegelijkertijd worden op verschillende plekken in Nederland experimenten uitgevoerd die afwijken van het klassieke taxibusje dat iedere dag van en naar school rijdt.
Het kan beter voor zowel ouder, leerling als de lokale overheid, zo ontdekte onder andere de gemeente Rhenen. Gemeenten passen sommige regels rondom leerlingenvervoer te strikt toe, aldus Karin Smits, expert Jeugd bij advies- en opleidingsbedrijf Wolters Kluwer Schulinck in een ANP-expertquote. Lokale overheden doen nogal eens moeilijk bij het toekennen van een indicatie voor leerlingenvervoer, vindt zij. ‘In principe gaat het om vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Maar als een jeugdige niet meer thuis kan wonen en bijvoorbeeld naar een instelling gaat, is het vaak niet in zijn belang om ook nog van school te wisselen. Toch zie ik dat de verantwoordelijke gemeente dan weigert het leerlingenvervoer toe te kennen, omdat er een passende school in de buurt van de instelling ligt.’
Overstapmoment
Is er echt zo weinig maatwerk bij de schoolkeuze? In Rhenen ligt dat genuanceerder, aldus wethouder Hans Boerkamp en beleidsadviseur Ingrid Sloot. ‘De schoolkeuze gaat in overleg met ouders en samenwerkingsverbanden, en de vervoersvraag is onderdeel van dat hele plaatje’, aldus Boerkamp. ‘Het blijft altijd een individuele afweging. Als de meest fantastische school voor een kind anderhalf uur reizen is, kan dat voor sommige kinderen alsnog de beste keuze zijn. Maar voor andere kinderen is die reistijd te veel.’ Sloot: ‘Als een leerling verhuist, kijken we in overleg met de ouders wat een goed overstapmoment naar een andere school zou zijn. Dingen veranderen nu eenmaal, ook in het leven van leerlingen in het speciaal onderwijs.’
De gemeente Rhenen kiest niet blind voor de dichtstbijzijnde school, verzekert Sloot. ‘Het gaat ten eerste om de dichtstbijzijnde toegankelijke school, en toegankelijkheid verschilt per kind. Bij ons geldt dat als de meest passende school niet de dichtstbijzijnde is, maar nog steeds wel bereikbaar, we die meenemen in de overweging. We zijn als gemeente niet rigide. Behalve als ouders echt niet willen: er zijn grenzen aan het vervoer dat de gemeente kan en wil bieden.’ Soms biedt een school de juiste zorgprogramma’s, maar willen ouders per se een andere. ‘Dan zeggen we: u krijgt een vergoeding voor vervoer tot aan de school die wij hebben gevonden en niet verder.’
Misverstanden
Hoe ver strekt de verantwoordelijkheid van de gemeente eigenlijk als het gaat om leerlingenvervoer? Daarover bestaan volgens Sloot hardnekkige misverstanden. ‘Ouders zijn verantwoordelijk voor het schoolbezoek van hun kind. Als gemeenten zijn we enkel verplicht om de ouders die daar recht op hebben een vergoeding te geven. De wet gaat uit van zoveel mogelijk zelfstandigheid bij ouders en leerlingen, maar het taxibusje is toch verworden tot de standaard.’ Wethouder Boerkamp vult aan: ‘Dat was in onze gemeente eerlijk gezegd tot voor kort ook zo. De keuze was óf een taxibusje vijf dagen in de week, óf helemaal niet. Daar zijn we nu van afgestapt.’
Steeds meer gemeenten laten dat los, zij het soms gedwongen door personeelstekorten bij vervoersbedrijven. Zo schreef Binnenlands Bestuur in januari nog over een experiment waarbij zes gemeenten leerlingen e-bikes gaven. Ook pasten tal van gemeenten, waaronder Heerlen, Veenendaal, Best en Oldenzaal, het afgelopen jaar hun verordeningen aan om dergelijke oplossingen mogelijk te maken.
Ze lijken hiermee gehoor te geven aan de oproep van Carolien Aalders, de adviseur die in 2020 in opdracht van de VNG de nieuwe Model Verordening bekostiging leerlingenvervoer schreef. ‘Alleen in situaties dat er geen of slecht openbaar vervoer is, ouders in samenwerking met hun netwerk hun kind onmogelijk naar school kunnen brengen of wanneer de leerling medisch gezien niet anders kan reizen, dan pas is de gemeente verantwoordelijk voor taxivervoer’, schreef zij vorig jaar in een position paper voor de Tweede Kamer.
Hij dacht dat hij iedere dag met een busje naar school moest
Ook Rhenen heeft de verordening veranderd. Met positieve resultaten als gevolg. ‘Zo was er een jongen die eigenlijk helemaal niet naar het speciaal onderwijs wilde’, vertelt de wethouder, ‘terwijl dat wel het beste voor hem zou zijn. Toen we doorvroegen bleek dat hij dat vooral niet wilde omdat hij dacht dat hij dan iedere dag met een busje naar school moest. Hij was erg zelfbewust over wat mensen daardoor van hem zouden denken.’
Sloot vult aan: ‘Toen ik zei dat reizen met het busje helemaal niet hoefde en de gemeente een elektrische fiets voor hem zou kopen, begon hij helemaal te glunderen. Hij vroeg wel nog of dan niet het logo van de gemeente er heel groot op zou staan. Maar nee, wij stellen gewoon budget beschikbaar en het gezin mag vervolgens de fiets uitkiezen. Ik kreeg later een appje van zijn moeder waarin stond dat hij helemaal gelukkig naar school was gegaan.’
Bezuinigingswens
Maar niet bij ieder kind leidt een ander vervoersmiddel tot meer zelfstandigheid. Critici kunnen zeggen dat het gaat om ordinaire bezuinigingen verpakt in zelfredzaamheid. ‘Het is geen dwang’, benadrukt Boerkamp. ‘Als het niet kan, is er altijd nog het taxibusje. Zeker bij fysieke beperkingen is die voorziening belangrijk.’ Volgens de portefeuillehouder is het nieuwe beleid niet geboren uit noodzaak of bezuinigingswens. Het past gewoonweg beter in de nieuwe manier van denken binnen het sociaal domein: uitgaan van de kracht van de inwoners.
‘We vragen gezinnen wat zij nodig hebben. Soms is dat een fiets, anderen kunnen met het OV. Een andere nieuwe norm bij ons is dat ouders van leerlingen in het speciaal onderwijs hun kinderen één dag per week naar school brengen. Daarvoor krijgen ze een kilometervergoeding. Wat we terugkrijgen is dat ze het fijn vinden om meer betrokken te zijn bij de school van hun kinderen.’ ‘Zeker oudere kinderen kunnen vaak prima zelf fietsen. Die werden voorheen in een busje gezet, maar dat beperkt de vrijheden die ze hebben enorm’, meent de wethouder.
Niemand wordt zelfstandig op de achterbank van een taxibusje
Sloot over kinderen die zelf fietsen: ‘Ze krijgen er regie door. Ze kunnen na school nog even een broodje halen bij de supermarkt of even in de stad shoppen. Dingen die schoolgaande kinderen altijd doen, maar die niet kunnen als na de schooldag het busje weer voor de deur staat te wachten. Begrijp me niet verkeerd, het busje is een goed vangnet voor leerlingen waarbij dat niet gaat, maar het moet niet het uitgangspunt zijn. Niemand wordt zelfstandig op de achterbank van een taxibusje.’
Het positieve effect strekt volgens Sloot verder dan enkel het vervoer tussen school en thuis. ‘Laatst hebben we een jongen geleerd zelfstandig te reizen met het OV. Daardoor kan hij nu ook in de weekenden zelf naar de zorgboerderij waar hij werkt. Dat geeft ouders weer meer vrijheden.’
Meer flexibiliteit
De gemeente Rhenen gaat met alle gezinnen die gebruik maken van leerlingenvervoer in gesprek. Eerst bij verhuizing of schoolwisseling, uiteindelijk zal bij iedereen de vervoerswens opnieuw bekeken worden. ‘Het vraagt loslaten van ouders, dat is niet zomaar iets’, aldus Boerkamp. ‘Daar gaan we als gemeente heel zorgvuldig mee om, want het moet in één keer goed. Uiteindelijk geloof ik wel dat je hierdoor voor alle partijen een veel prettigere situatie krijgt.’
Voor de vervoersbedrijven, die kampen met personeelstekorten, is de ontwikkeling overwegend positief, volgens de wethouder. ‘Je vraagt minder capaciteit; dus dat is fijn gezien de tekorten. Anderzijds is meer flexibiliteit nodig. Waar het voorheen een vaste groep was die iedere dag met het busje meereisde, zal dat nu veel wisselender zijn.’

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.