De manier waarop de jeugdzorg door veel gemeenten wordt bekostigd werkt de gewenste transformatie van het jeugdzorglandschap direct tegen. Dat schrijven onderzoekers van Public Procurement Research Centre (PPRC) in een adviesrapport voor het Platform Sociaal domein. Terwijl wordt ingezet op de afbouw van de gesloten jeugdzorg, blijven gemeenten betalen per gevuld bed. Het gevolg is een perverse prikkel die leidt tot instabiliteit en zelfs het ‘imploderen’ van het zorglandschap.
'Bekostiging jeugdzorg werkt transformatie tegen’
Gemeenten straffen jeugdzorgaanbieders bij dalende bezetting, wat haaks staat op de gewenste afbouw van gesloten jeugdzorg.
Inspanningsgericht
De residentiële jeugdhulp wordt momenteel overwegend inspanningsgericht bekostigd. Dat wil zeggen dat de gemeente betaalt op basis van het aantal etmalen dat jeugdigen er verblijven. Veel gemeenten vinden dit de eerlijkste manier van bekostiging, omdat wordt betaald voor wat de inwoners daadwerkelijk gebruiken. Volgens PPRC is er in een situatie dat de bezettingsgraad bij jeugdzorginstellingen hoog is ook ‘niet zoveel aan de hand’ als wordt uitgegaan van deze manier van bekostigen. Dat is echter al jaren niet meer de realiteit.
Lage bezetting
Al sinds 2022 stuurt het rijk op een geleidelijke afbouw van de gesloten jeugdzorg, met als doel dat er in 2030 helemaal geen kinderen meer gesloten geplaatst zitten. Medio december bracht de Jeugdautoriteit weer cijfers naar buiten over de actuele bezetting. Geregistreerde jeugdzorginstellingen hadden toen 525 beschikbare plekken voor gesloten jeugdzorg, met een bezettingsgraad van 77 procent. In totaal zaten er dus 405 kinderen in de gesloten jeugdzorg.
Straf voor lage bezetting
Een bezettingsgraad van 77 is volgens de onderzoekers veel te laag voor jeugdzorgaanbieders om kostendekkend te zijn. Voor veel instellingen is die grens al rond de 90 procent. De inspanningsgerichte bekostiging past eigenlijk niet bij een situatie waarin plaatsing in een gesloten setting juist ontmoedigd wordt. ‘Bij inspanningsgerichte bekostiging wordt een zorgaanbieder financieel gestraft als de bedbezetting daalt,’ schrijven de onderzoekers. Terwijl het beleid erop gericht is om gesloten plaatsingen te verminderen, ‘werkt de bekostiging de transformatie dan tegen’.
Instabiel zorglandschap
Dat leidt tot grote risico’s. Aanbieders hebben nauwelijks invloed op instroom, maar dragen wel het financiële gevolg van leegstand. De onderzoekers zien dat aanbieders daarom noodgedwongen hun eigen plan trekken. Ze sluiten bijvoorbeeld in één keer hele verblijfsgroepen. ‘Door gebrek aan coördinatie overvalt dit andere aanbieders en gemeenten. Het hele verblijfslandschap wordt instabiel.’ Als hierdoor vervolgens gaten in het zorglandschap door ontstaan kan dat grote gevolgen hebben voor hulpvragers. Ook ziet PPRC dat er soms nieuwe zorgaanbieders opstaan die inspelen op het gebrek aan aanbod. Maar die aanbieders zijn soms van discutabele kwaliteit.
Nieuwe manier van registreren
De onderzoekers introduceren in het rapport de zogeheten ‘bevorderlijke kringloop’ om de problemen te doorbreken. In de kern moeten gemeenten niet meer gaan sturen op bezetting, maar op daadwerkelijke zorgbehoefte. Veel gemeenten houden enkel bij welke hulp iemand krijgt, maar niet welke ondersteuningsvormen er daadwerkelijk nodig zijn. Daardoor is het nu eigenlijk niet te zeggen welke zorgbehoefte er speelt onder jongeren in Nederland. Op basis van die daadwerkelijke zorgbehoefte zouden gemeenten hun inkoop moeten inrichten, aldus de onderzoekers.
Anders bekostigen
Bij het veranderende zorglandschap hoort volgens PPRC een andere manier van bekostigen. Een die niet direct een koppeling maakt tussen omzet en volume. Bekostigingsvormen zoals taakgerichte financiering, lumpsums of volumegaranties kunnen voorkomen dat instellingen omvallen terwijl zij uitvoeren wat beleid van hen vraagt, namelijk de afbouw van de gesloten jeugdzorg.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.