Advertentie
sociaal / Nieuws

Meer gemeenten aan de slag met ‘leergeld’ voor jongeren

Wethouder Cees van Eijk: ‘We zijn niet een soort sinterklaas die geld weggeeft.'

21 januari 2022
Uitkering-eurobiljetten-geven-Shutterstock.jpg

In navolging van de gemeente Eindhoven, krijgen ook een aantal jongeren in Amersfoort en drie gemeenten in de Rijnstreek een zogenaamd ‘Bouwdepot’: een uitkering die bestaanszekerheid biedt en daarmee schulden en dakloosheid moet voorkomen. De waarschuwing van voormalig staatssecretaris van Sociale Zaken Dennis Wiersma leggen de gemeenten naast zich neer.

Eén-nul achter

‘Alle jongeren verdienen alle kansen op een goede toekomst. Jongeren met schulden of die pech hadden met een slechte start thuis, staan echter vaak al één-nul of meer achter op hun leeftijdsgenoten’, vindt jeugdwethouder Cees van Eijk (GroenLinks) van Amersfoort. Tien jongeren die in een dergelijke kwetsbare positie verkeren, krijgen daarom binnenkort een Bouwdepot. Dat betekent: elke maand 1050 euro aan ‘leef- en leergeld’ dat de jongeren naar eigen inzicht mogen besteden om te werken aan hun toekomst.

Inkomensondersteuning

Ook drie gemeenten in de Rijnstreek zetten een pilot met het Bouwdepot op. Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Kaag en Braasem bieden gezamenlijk een Bouwdepot-traject aan vijf jongeren aan. De methode is bedoeld om schulden of dakloosheid te voorkomen of, waar nodig, op te lossen. Jongeren tussen 18 en 21 die afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering en niet door hun ouders worden ondersteund, moeten rondkomen van zo’n 250 euro per maand, legt jeugdwethouder Han de Jager (CDA) van Alphen aan den Rijn uit. ‘Daar ga je het niet van redden. Met het Bouwdepot vindt daadwerkelijke inkomensondersteuning plaats.’

Rem op het leven

In Amersfoort wordt de methode onderdeel van een breder pakket aan instrumenten om jongeren met schulden te helpen. Dick van Maanen, directeur van Stadsring 51, de Amersfoortse schuldhulporganisatie, zag het aantal jongeren met schulden in zijn gemeente de afgelopen jaren toenemen. Aan de andere kant blijven er nog te veel jongeren buiten beeld. ‘Het blijkt ook moeilijk om jongeren vast te houden’, aldus Van Maanen. ‘Voor jongeren voelt een schuldregeling vaak als een rem op het leven. Een traject van drie jaar voelt heel lang.’

Turbo-schuldregeling

Daarom gaat de gemeente – ook omdat de verwachting is dat jongeren vanwege de coronacrisis vaker met schulden kampen – meer oplossingen kunnen bieden die op maat gemaakt zijn voor jongeren. Eén van die instrumenten is de zogenaamde ‘turbo-schuldregeling’, voor schulden van minder dan 1000 euro. Daarbij wordt de schuld binnen een week bij de schuldeisers afgekocht, waarna de jongere een jaar lang een bedrag aflost naar vermogen. Zo kunnen grotere schulden worden voorkomen. Voor schulden van meer dan 1000 euro komt er een saneringskrediet. Voor beide regelingen moeten de deelnemende jongeren wel een tegenprestatie leveren, zoals het afmaken van een opleiding of op zoek gaan naar werk.

Housing First

Voor de Rijnstreekgemeenten is dak- en thuisloosheid onder jongeren de belangrijkste aanleiding voor de nieuwe aanpak. De afgelopen jaren ziet de regio een stijging van een aantal jongeren in de maatschappelijke opvang. De drie gemeenten starten, naast het Bouwdepot-experiment, ook een ‘Housing First’ pilot, voor vijf inwoners die al lang dakloos zijn. Het principe is dat de deelnemers direct een woning en de nodige ondersteuning krijgen, zodat ze vanuit daar kunnen werken aan een stabiele toekomst.

Inkomensbeleid

Met de Bouwdepot-proeven volgen de vier gemeenten het voorbeeld van Eindhoven, die een aantal maanden geleden als eerste een eigen Bouwdepot-experiment opzette. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) reageerde daar niet onverdeeld positief op. Toenmalig staatssecretaris Dennis Wiersma (VVD) vond het project weliswaar ‘sympathiek’, maar schakelde ook de landsadvocaat in om te onderzoeken of de methode wel past binnen de grenzen van de Participatiewet. Gemeenten mogen geen eigen inkomensbeleid voeren dat daarvan afwijkt.

Politieke steun

Amersfoort en de Rijnstreek trekken zich er weinig van aan. ‘Het college is van mening dat het verlenen van een subsidie aan dit initiatief geen ongeoorloofde inkomenspolitiek is, maar slechts het ondersteunen van een initiatief uit de samenleving om kwetsbare jongeren de kans op een betere toekomst te geven’, schrijft het Amersfoortse college aan de gemeenteraad. Wethouder Van Eijk ziet het onderzoek van de landsadvocaat vooral als een juridische exercitie; de politieke steun vanuit Den Haag is er volgens hem wel degelijk. ‘Vanuit VWS [Volksgezondheid, Welzijn en Sport] wordt dit omarmd’, legt hij uit. ‘Bovendien ligt de Participatiewet toch al op de stapel om te worden herzien. Ook al zou het juridisch in strijd zijn met de Participatiewet, ik denk dat politiek alle neuzen dezelfde kant op gaan staan.’

Bestuurscultuur

‘Als we het hebben over een nieuwe bestuurscultuur, dan vind ik het niet het sterkste voorbeeld dat meteen de landsadvocaat op de proppen moet komen’, zegt wethouder De Jager over de reactie van Wiersma. ‘In het kader van de goede interbestuurlijke verhoudingen, zou ik het rijk willen vragen om de gemeenten ruimte te geven om pilots te doen, in plaats van te dreigen met toezicht.’ Ook Dick van Maanen, de directeur van Stadsring 51, benadrukt het belang van experimenteerruimte. ‘We hebben niet voor niks een experimenteerartikel in de Participatiewet. Juist door te experimenteren zorg je dat je betere interventies krijgt.’

Niet vrijblijvend

Het experimentele karakter van het Bouwdepot betekent ook dat de methode misschien niet voor alle jongeren werkt, erkennen beide wethouders. Maar weggegooid geld zal het in ieder geval niet zijn. Van Eijk: ‘We zijn niet een soort sinterklaas die geld weggeeft. Het is niet vrijblijvend, de jongeren moeten een goed plan maken waarmee ze aan de slag gaan. En met elk experiment loop je risico, dus ik ga er niet vanuit dat er tien succesverhalen in Amersfoort zijn. We zullen best onderuit kunnen gaan, maar dat risico wil ik graag lopen.’ De Jager: ‘We kunnen en moeten hiervan leren. Voor mij is het al geslaagd als we een goede evaluatie hebben om op voort te bouwen. Er valt hartstikke veel van te leren.’

Meer gemeenten

Het lijkt erop dat meer gemeenten de komende tijd pilots met het Bouwdepot gaan opzetten. Zo nam de gemeenteraad van Breda in november een motie aan om te onderzoeken of de methode daar ook kan worden ingezet. De gemeente Groningen zegt ook voorbereidingen te treffen voor een mogelijk Bouwdepot-experiment. 

Reacties: 1

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

H. Wiersma / gepens.
Experimenteren betekent dat je dit doet in overleg en met toestemming van het Rijk. Zelf experimenteren betekent dat daarvoor via de Gemeenteraad afzonderlijke budgetten vrijmaakt. Het beschikbaar stellen van de financiële middelen loopt dan niet via de Participatiewetgeving maar via de Gemeentebegroting. Uiteindelijk draaien dan de burgers op voor de lasten.



.
Uw emailadres wordt enkel gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is enkel zichtbaar voor de redactie.
Advertentie