De Autoriteit Consument en Markt (ACM) maakt zich zorgen over de rendementen die Nederlandse warmtebedrijven behalen. Dat blijkt uit de nieuwe rendementsmonitor van de marktautoriteit. Dankzij nieuwe rapportageregels brengt deze nieuwe monitor voor het eerst in beeld wat het rendement specifiek is op de warmtelevering aan kleinverbruikers en aan grootverbruikers. Onder die eersten vallen kleinere bedrijven en 700.000 huishoudens.
Zorgen over de negatieve rendementen van warmtebedrijven
De Autoriteit Consument en Markt publiceert haar rendementsmonitor.
De helft van de dertig Nederlandse warmtebedrijven behaalde in 2024 een negatief rendement op de eigen investeringen als het ging om de levering van warmte aan die kleinverbruikers. De rendementspreiding is behoorlijk groot, variërend van -55 procent tot maximaal 15 procent. Vier warmtebedrijven behaalden een groter rendement dan wat de ACM als ‘redelijk’ ziet, dus meer dan het maximum van 6,8 procent. De marktautoriteit gaat deze warmtebedrijven onderzoeken, maar zegt tegelijk dat deze hogere rendementen een goede reden kunnen hebben en niet onmiddellijk een overwinst van het bedrijf betekenen.
Driekwart
De warmtemarkt bestaat voor driekwart uit drie private bedrijven: Eneco, Vattenfall en EnNatuurlijk. Maar omdat de nieuwe Wet collectieve warmte, die vanaf 1 januari volgend jaar ingaat, voorschrijft dat warmtebedrijven voortaan in publieke meerderheidshanden moeten zijn, worden er in hoog tempo publieke warmtebedrijven opgericht. Onder de huidige warmtebedrijven, die onder het toezicht van de ACM vallen, zitten de pioniers, zoals Warmtebedrijf Ede, Warmtebedrijf Hengelo, Gemeente Eindhoven, HVC Energie, en Duurzame Energie Veenendaal-Oost (DEVO). Deze zijn al goeddeels in handen van overheden.
Dalend
Volgens ACM daalt het gemiddelde rendement van warmtebedrijven, waardoor ze minder makkelijk investeringen kunnen doen. De grootste kostenposten zijn de inkoop van energie en daarna de overhead, gevolgd door afschrijvingen en onderhoud. De opbrengsten leunen voor 95 procent op de warmtetarieven. Maar opvallend genoeg nemen huishoudens en kleine bedrijven minder warmte af dan eerder.
In de jaren vóór de hoge gasprijzen en de coronapandemie verbruikten huishoudens gemiddeld 30 gigajoule per jaar, wat sindsdien is teruggezakt naar 20 gigajoule. Hierdoor krijgen de warmtebedrijven minder geld binnen, ook al bestaat het warmtetarief dat huishoudens betalen voor ongeveer een derde uit een vast bedrag.
Voor het eerst
Warmtebedrijven zouden hun negatieve resultaten op het verwarmen van kleinverbruikers kunnen compenseren met hun warmtelevering aan grootverbruikers. Maar in de regel zijn juist bij grootverbruikers de kosten voor het warmtebedrijf hoger dan de opbrengsten. Alles bij elkaar opgeteld, behaalden warmtebedrijven in 2024 een gemiddeld rendement van -0,3 procent. Het gemiddelde rendement is dus negatief, wat niet eerder voorkwam in de tien jaar dat de ACM dit monitort. Wel was 2024 volgens het KNMI een mild jaar qua temperaturen.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.