Ongeveer 10.000 huishoudens die in een sociale huurwoning wonen, bezitten tegelijkertijd structureel een eigen koopwoning. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Niet meegerekend zijn 2000 huurder-eigenaars die door bijvoorbeeld een scheiding of een erfenis langdurig in zo’n situatie verkeren. Evenmin meegeteld in het onderzoek zijn een kleine 8000 sociale huurders die minder dan een jaar een tweede, eigen woning bezaten.
Zo'n 10.000 sociale huurders bezitten ook een eigen woning
Dit blijkt uit onderzoek van het CBS.
Het CBS-onderzoek volgt op een primeur in de rechtszaal, in maart vorig jaar: voor het eerst stapte een woningcorporatie naar de rechter om een huurder uit zijn woning te zetten, omdat diegene eigenaar was van meerdere eigen koopwoningen. De Amsterdamse corporatie Ymere kreeg van de rechter het gelijk aan haar kant.
Drie extra woningen
Het ging om een inwoner van Amsterdam-Oost die in 2014 een sociale huurwoning van Ymere kreeg. De huurder betaalde voor zijn onderkomen op den duur 495,29 euro per maand, terwijl hij vanaf zomer 2016 een eigen koopwoning verhuurde voor 1.200 euro in de maand. Vijf jaar later kwam er nog een tweede koopwoning bij, die hij voor eerst 1500 en daarna voor 2000 euro per maand verhuurde. In 2024 kocht en verkocht de man nog een derde woning, met winst.
Maar een woningcorporatie mag alleen verhuren aan mensen die niet in hun eigen huisvesting kunnen voorzien. Toen Ymere om die reden het huurcontract opzegde, ging de huurder in verweer. Mensen die in Amsterdam een sociale huurwoning willen, staan tegenwoordig gemiddeld dertien jaar op een wachtlijst. Dat betekende volgens de huurder echter niet dat Ymere hem uit zijn huis moest zetten, maar vooral dat de corporatie meer moest bijbouwen. Bovendien zei de huurder-eigenaar dat hij zelf de maandlasten van zijn eigen koopwoningen niet kon betalen.
Desondanks moest hij vanaf 1 september vorig jaar zijn sociale huurwoning leeg achterlaten, oordeelde de rechter.
Eerder al het Kadaster
Het CBS-onderzoek is een vervolg op een studie van het Kadaster in 2021, naar een idee van journalisten van NRC Handelsblad. Zij hadden de tip gekregen dat er meerdere sociale huurders tevens woningeigenaar zijn. Uit de Kadaster-studie bleek dat een sociale huurder in de gemeente Súdwest-Fryslân zelfs 59 woningen bezat.
Het Kadaster keek zekerheidshalve alleen naar huurders met twee of meer eigen woningen. Op basis van eigen microdata uit het eigendomsregister dacht het CBS ook huurder-eigenaars met één eigen woning in kaart te kunnen brengen. Het Kadaster vond destijds 1055 mensen, die samen in het bezit waren van 3344 huizen. Het CBS komt nu op 11873 huurder-eigenaars die samen 14374 woningen bezitten. Vijf van de zes huurder-eigenaars kunnen waarschijnlijk weinig aan deze situatie doen. Maar dat geldt volgens het CBS niet voor de rest.
Zelfs tien of meer
Van deze laatste groep bezit 90 procent één woning. De andere 10 procent bestaat uit 1193 huurders, waarvan 779 huishoudens twee eigen woningen bezitten en een kleine groep van 33 huurder-eigenaars zelfs tien of meer.
Meer dan de helft van deze huurder-eigenaars heeft een inkomen boven de toelatingsgrens van de corporatiesector. Ook op basis van hun inkomen woont een groot deel dus scheef. Een reden dat zij desondanks een sociale huurwoning aanhouden, kan zijn dat deze aantrekkelijk gelegen is. De huizen staan vaak op duurdere locaties dan andere corporatiewoningen, en hebben een hogere woz-waarde.

Reacties: 1
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
"Een reden dat zij desondanks een sociale huurwoning aanhouden, kan zijn dat deze aantrekkelijk gelegen is. De huizen staan vaak op duurdere locaties dan andere corporatiewoningen, en hebben een hogere woz-waarde."
HUH?