De recente wijziging van de Luchtvaartwet BES lijkt op het eerste gezicht een technische wetswijziging voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba. In werkelijkheid biedt zij een veel grotere kans, betoogt Carlson Manuel. De wet nodigt volgens hem uit tot een fundamentele vraag: hoe zorgen we ervoor dat alle Caribische delen van het Koninkrijk duurzaam met elkaar verbonden blijven?
Voor de Caribische eilanden is luchtvaart geen luxe, maar essentiële infrastructuur
De overheid erkent dat bereikbaarheid binnen het Koninkrijk soms een publieke verantwoordelijkheid is
Voor inwoners van Europees Nederland zijn wegen, spoorwegen en bruggen vanzelfsprekend. Voor de Caribische landen en eilanden is luchtvaart diezelfde essentiële infrastructuur. Zonder betrouwbare en betaalbare luchtverbindingen komen gezondheidszorg, onderwijs, economie, familiebanden en bestuurlijke samenwerking onder druk te staan. Bereikbaarheid is daarom geen luxe, maar een publiek belang.
Met de nieuwe wet krijgt de overheid de mogelijkheid om zogenoemde openbare dienstverplichtingen (Public Service Obligations) in te stellen wanneer de markt onvoldoende voorziet in maatschappelijk noodzakelijke luchtverbindingen. Daarmee ontstaat voor het eerst een instrument om essentiële verbindingen te beschermen als commerciële belangen alleen onvoldoende blijken.
De politieke betekenis van deze wet reikt verder dan de BES-eilanden. Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer werd nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de verbindingen tussen Bonaire en Curaçao, Aruba en Sint Maarten. De regering erkende dat ook deze routes kwetsbaar kunnen worden en dat de nieuwe wettelijke grondslag ruimte biedt om, wanneer sprake is van marktfalen en een dringende vervoersbehoefte, ook daar openbare dienstverplichtingen toe te passen.
Dat is een belangrijke ontwikkeling. Niet omdat de overheid iedere luchtverbinding zou moeten reguleren, maar omdat zij erkent dat bereikbaarheid binnen het Koninkrijk soms een publieke verantwoordelijkheid is. Dat principe verdient een bredere uitwerking.
Tijdens mijn periode als gevolmachtigd minister van Curaçao zag ik hoe afhankelijk de Caribische delen van het Koninkrijk zijn van goede luchtverbindingen. Ook het debat over de Nederlandse vliegtaks liet zien dat generiek beleid niet altijd recht doet aan de bijzondere positie van de Caribische landen en eilanden. Maatwerk bleek noodzakelijk. De nieuwe Luchtvaartwet BES sluit daar logisch op aan.
Daarom is dit het moment om verder te kijken dan deze ene wetswijziging. Het Koninkrijk heeft behoefte aan een gezamenlijke mobiliteitsvisie waarin Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de openbare lichamen samenwerken aan betaalbare, betrouwbare en toekomstbestendige luchtverbindingen. Niet om de markt te vervangen, maar om te waarborgen dat essentiële verbindingen behouden blijven wanneer de markt tekortschiet.
De Luchtvaartwet BES zou daarom niet het eindpunt van een discussie moeten zijn, maar het begin van een bredere Koninkrijksmobiliteitsstrategie. Een Koninkrijk wordt immers niet alleen verbonden door het Statuut, maar ook doordat zijn inwoners elkaar daadwerkelijk kunnen bereiken.
Carlson Manuel is voormalig gevolmachtigd minister van Curaçao. Tegenwoordig is hij consultant en strategisch adviseur.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.