Overslaan en naar de inhoud gaan

Toezicht energiebesparing schiet nog tekort

Zo'n negentigduizend bedrijven moeten plannen maken om energie te besparen. Maar het overheidstoezicht op die plicht wil is niet op orde.

Verlichte kassen in het Westland
Kassen in het Westland - Robin Utrecht/ANP

Het conflict tussen Iran en de Verenigde Staten drukt Nederland (en de rest van de wereld) met de neus op de feiten. Door de blokkade van de Straat van Hormuz liggen schepen vol olie en gas doelloos dobberend te wachten. Het gevolg: de brandstofprijzen rijzen de pan uit. ‘We moeten zo snel mogelijk weerbaarder en minder kwetsbaar worden’, schreef minister Stientje van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei eind april aan de Tweede Kamer. Twee weken daarvoor noemde ze energiebesparing al een ‘essentieel onderdeel’ van de strategie om minder afhankelijk te worden van andere landen. ‘Energie die we niet gebruiken, hoeven we niet te produceren, te importeren, te vervoeren of te betalen’, schreef ze voor alle duidelijkheid. Kortom: de hoogste tijd om nu echt eens werk te maken van de energiebesparingsplicht, die geldt naar schatting negentigduizend bedrijven.

Terugverdientijd

Op het eerste gezicht lijkt dat een overzichtelijke klus. Bedrijven die meer dan 50.000 kilowattuur elektriciteit of 25.000 kuub gas verbruiken, vallen onder de energiebesparingsplicht. De meeste bedrijven kunnen op een van de Erkende Maatregelenlijsten kijken welke maatregelen zij moeten toepassen om te voldoen aan de plicht. Op zo’n lijst staan maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder.

Verder moeten deze bedrijven rapporteren welke maatregelen ze hebben getroffen; de zogenaamde informatieplicht. De grootverbruikers, vanaf 10 miljoen kilowattuur of 170.000 kuub gas, hebben een onderzoeksplicht. Zij moeten zelf onderzoek doen naar maatregelen die ze binnen vijf jaar kunnen terugverdienen en deze vervolgens uitvoeren. Het toezicht op de naleving van deze regels ligt voor de meeste bedrijven in handen van de gemeente, bij de grootste ondernemingen houdt de provincie toezicht. Beide bevoegde gezagen hebben deze toezichtstaak neergelegd bij de omgevingsdiensten.

Basistaak

Deze simpele opsomming van plichten en taken doet echter geen recht aan de realiteit. De energiebesparingsplicht kent een moeizame geschiedenis. De plicht werd al in 1993 ingevoerd als onderdeel van de Wet milieubeheer. Bedrijven moesten zuinig omgaan met energie. Maar het bleef lang onduidelijk hoe ze dat moesten invullen. Pas in 2015 zagen de Erkende Maatregellijsten (EML) het licht; de informatieplicht volgde in 2019. In 2023 werd energietoezicht een basistaak voor de omgevingsdiensten en werd de doelgroep van de energiebesparings­plicht uitgebreid. Sindsdien geldt die ook voor bedrijven die een milieuvergunning moeten hebben, glastuinbouwbedrijven en bedrijven die onder het ETS-systeem vallen. Dat zijn ondernemingen die niet zonder (verhandelbare) CO2-rechten in bedrijf mogen zijn. Grootverbruikers kregen daarbij een onderzoeksplicht naar energiebesparende maatregelen.

Het belangrijkste overheidsnieuws van de dag

Schrijf je in voor de Binnenlands Bestuur nieuwsbrief

Toezichthouders hebben daarmee een extra taak, naast het toezien op het navolgen van de erkende maatregelen, constateerde de Algemene Rekenkamer eind 2024 in een onderzoek. Tegelijkertijd stelde de rekenkamer vast dat juist ‘minder is gecontroleerd op de naleving van de plicht dan de minister nodig vindt.’ Ook concludeerde de rekenkamer dat de minister niet wist ‘hoeveel geld er nodig is om het aantal gewenste controles uit te voeren’. Wel was duidelijk dat het budget ontoereikend was.

In 2023 werden er 9.400 controles uitgevoerd op de energiebesparingsplicht. Dat was het hoogste aantal tot dan toe, maar ruim onder het doel van 22.500 controles. Alle bedrijven zouden namelijk eens in de vier jaar moeten worden gecontroleerd, vond de minister. Verder turfden de rekenmeesters hoeveel bedrijven zich hielden aan de informatieplicht. Slechts 30 procent van de bedrijven had op de deadline van 1 december 2019, de eerste keer dat de informatieplicht gold, de vereiste gegevens aangeleverd. Bij de tweede ronde, in 2023, leverde 44 procent van de bedrijven op tijd de vereiste gegevens aan.

Geen inzicht

Een fundamenteler probleem kwam bovendrijven in een onderzoek van de Vereniging van Rekenkamers, dat gelijktijdig werd uitgevoerd met het onderzoek van de Algemene Rekenkamer. De vereniging noteerde in haar rapport dat omgevingsdiensten ‘geen inzicht hebben in energieverbruiksgegevens van bedrijven en instellingen.’ Dat maakt het lastig om bedrijven aan te spreken op energiebesparing (zie kader). Verder worstelen de om­gevingsdiensten met ingewikkelde regels. Het lukt ze niet goed om het juiste personeel te vinden, omdat energiecontroles vaak technischer zijn ‘dan de gemiddelde toezichthouder gewend is uit te voeren’. 

Het belangrijkste overheidsnieuws van de dag

Schrijf je in voor de Binnenlands Bestuur nieuwsbrief

De keerzijde van alle problemen met toezicht en naleving is dat er volop ruimte voor verbetering is. De actualisatie van de energiebesparingsplicht, die op de rol staat voor volgend jaar, kan daarbij helpen. Adviesbureau CE Delft zocht in opdracht van de minister uit waar de kansen liggen. Volgens de onderzoekers vinden veel bedrijven en instellingen zowel de Erkende Maatregellijsten als het rapportageformat en de methode waarmee de terugverdientijd wordt uitgerekend, ingewikkeld. ‘Er is in vrijwel alle gevallen discussie mogelijk over de invulling van de berekening’, schreef CE. Dat maakt het ‘moeilijk om hard te handhaven’. De rapportage moet korter, en ook de maatregellijsten moet korter en eenvoudiger, luidde dan ook het CE-advies.

Constructief gesprek

Hoewel de regels ingewikkeld zijn en de rapportages van de bedrijven met informatieplicht een slechte kwaliteit hebben, ‘presteren de omgevingsdiensten goed’, aldus CE. ‘Omgevingsdiensten slagen er goed in om een constructief gesprek aan te gaan met bedrijven en instellingen. Wel zien we grote verschillen tussen omgevingsdiensten met betrekking tot de aanpak.’

Die verschillen constateert ook Omgevingsdienst NL, de vereniging van de 28 omgevingsdiensten. ‘Omgevingsdiensten werken veelal nog steeds als eilandjes’, schrijft de vereniging afgelopen januari in het Programma Energiebesparing.

Inmiddels is duidelijk dat de actualisatie van de energiebesparingsplicht in 2027 een aantal veranderingen brengt. Zo wil het kabinet vanaf 2027 energiebesparende maatregelen verplichten met een terugverdientijd van zeven jaar of minder, in plaats van vijf jaar of minder. Dat betekent dus dat er meer maatregelen verplicht zijn. Ook komen er voor een aantal sectoren, waaronder glastuinbouw en ziekenhuizen, maatregellijsten.

Lees het volledige artikel in BB08 van deze week (inlog).

ESG en duurzaamheid in de publieke sector

ESG en duurzaamheid in de publieke sector

Ben je voorbereid op de toenemende eisen rondom energiebesparing en duurzaamheid? Leer hoe je effectief inspeelt op ESG-ontwikkelingen en versterk je organisatie tegen toekomstige uitdagingen.

schrijf u vandaag nog in

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Melden als ongepast

Door u gemelde berichten worden door ons verwijderd indien ze niet voldoen aan onze gebruiksvoorwaarden.

Schrijvers van gemelde berichten zien niet wie de melding heeft gedaan.

Bevestig jouw e-mailadres

We hebben de bevestigingsmail naar %email% gestuurd.

Geen bevestigingsmail ontvangen? Controleer je spam folder. Niet in de spam, klik dan hier om een account aan te maken.

Er is iets mis gegaan

Helaas konden we op dit moment geen account voor je aanmaken. Probeer het later nog eens.

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heeft u al een account? Log in

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heeft u al een account? Log in