of 59147 LinkedIn

Een eeuw van falend woonwagenbeleid

Wat vooral uit het boek 'Woonwagenbewoners laten zich niet afschaffen', door auteur Gerda Godrie-van Gils, spreekt is het zwalkende beleid zoals dat door de gemeenten werd gevoerd. Vaak in weerwil bovendien van door het rijk gemaakte afspraken.

Wat heeft honderd jaar van gemeentelijk woonwagenbeleid de doelgroep in kwestie opgeleverd? Die vraag staat centraal in het boek Woonwagenbewoners laten zich niet afschaffen, waarvoor auteur Gerda Godrie-van Gils de geschiedenis van de woonwagenbewoners in Brabant onder de loep nam. 

Om maar meteen het antwoord te verklappen: niet veel. Wat vooral uit het boek spreekt is het zwalkende beleid zoals dat door de gemeenten werd gevoerd. Vaak in weerwil bovendien van door het rijk gemaakte afspraken. Zo werden met de Woonwagenwet van 1918 gemeenten verplicht gesteld om een terrein voor woonwagenbewoners in te richten, compleet met voorzieningen als schoon drinkwater, een verharde ondergrond en aansluiting op het riool. Maar de meeste Brabantse gemeenten wilden zo ver niet gaan. Men was de woonwagenbewoners liever kwijt dan rijk. Vooroordelen over en weer zaten de integratie van de 'kampers' in de weg. Ook toen de overheid besloot te grote terreinen in te ruilen voor kleinere centra, waarbij veel werkplekken voor woonwagenbewoners verloren gingen. Verder was er een vrijwel voortdurend tekort aan standplaatsen en zette vrijwel geen enkele gemeente zich in om lokale emancipatie van woonwagenbewoners te bevorderen.

'Niet meer over elkaar praten maar met elkaar in gesprek gaan', luidt de belangrijkste conclusie in het boek. Dat het geen loze woorden zijn, wordt bewezen in Zeist waar het grote woonwagenkamp Beukbergen recentelijk in goed overleg een facelift kreeg.

Woonwagenbewoners laten zich niet afschaffen, een eeuw woonwagenbewoners in Noord-Brabant 1918-2018, Eburon, € 24,50.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Romeijn (Adviseur) op
Woonwagens passen door hun flexibiliteit weer helemaal in de huidige trend van tiny houses op tijdelijke locaties. Juist met de huidige woningnood in de Randstad kunnen kleine verplaatsbare woningen een belangrijke rol spelen bij het tegengaan van onnodige woon-werkverkeer, files en daklozen. Woonboten zijn zelfs klimaatbestand op de lange termijn. De tijd van voor 80 jaar wonen heipalen de grond injagen zou eigenlijk voorbij moeten zijn. Snel aan wisselende energiebronnen aanpasbare duurzame woningen van lichte materialen; daar is nu vraag naar. Helaas is de door de politiek gestuurde overheid nog niet in staat daar op in te spelen.
Door B. Janssen (Ambtenaar) op
Tsjah.....wat is falen? Wanneer we grootschalig artikel 5 toepassen hadden gemeenten beter hun best moeten doen. Tuurlijk en laten we vooral het bovenmatige aandeel negeren in ongewenste activiteiten op deze plaatsen. De bewoners heoeven niet beter hun best te doen, die mogen zich onaangepast blijven gedragen. Het enige waar deze zich in aangepast hebben is dat de "wagens" steeds meer op woningen zijn gaan lijken. Het meest succesvolle woonwagenbeleid is geen beleid. Simpelweg voldoen aan waar anderen ook aan moeten voldoen en daar zelf verantwoordelijk voor zijn, niet gemeenten opzadelen met het voorzien in faciliteiten die onder de eigen verantwoordelijkheid van elke Nederlander vallen. Kortom de onderzoeker faalt, deze begrijpt niet het maatschappelijke belang van de ontmanteling van deze woonwagenkampen. De bedreigde burgemeesters kunnen hem daar wellicht nog wat meer over vertellen!
Door Monique op
Als ik zo naar villa's op de foto kijk, vind ik er toch weinig woonwagenachtigs meer aan.
Door J. de Niet (fin. adviseur) op
Sorry hoor, als je de door gemeenten geinvesteerde bedragen per woning afzet tegen die per woonwagen, dan zal je nogal verschieten. En heeft het de gemeenten veel opgeleverd? Of de gemeenschap? Ik ben bang van weinig. Wat mij betreft kan er afscheid genomen worden van het woonwagenbeleid dat nog uitgaat van erfopvolging. Laten we dat in Nederland voorlopig alleen nog bij het koningshuis handhaven. Voor het overige past het niet meer in de moderne tijd.