ruimte en milieu / Partnerbijdrage

Fijnstof, een ongrijpbaar probleem, maar wat is fijnstof?

Een minicollege van TNO-expert Paula Bronsveld

TNO
20 juli 2022
Fijnstof

De blootstelling aan fijnstof leidt tot menselijk leed en hoge kosten. Maar wat is fijnstof precies? Wat maakt het zo gevaarlijk en wat doe je ertegen? Paula Bronsveld, programmamanager Klimaat en Luchtkwaliteit van TNO, geeft een ‘minicollege’ fijnstof en beantwoordt de 3 belangrijkste vragen over fijnstof.

  • Wat doet fijnstof met je gezondheid?
  • Hoe ontstaat fijnstof?
  • Wat maakt fijnstof zo gevaarlijk?

Wat doet fijnstof met je gezondheid?

In Nederland overlijden jaarlijks 11.000 mensen vroegtijdig aan de gevolgen van luchtverontreiniging. 4 op de 5 keer is fijnstof de oorzaak. Fijnstof leidt tot menselijk leed. En vlak ook de sociale kosten niet uit. Als je het verlies aan gezonde levensjaren omrekent naar euro’s, kost het fijnstofprobleem in Nederland 10 tot 15 miljard euro per jaar. Niet zo gek dat TNO hier al jaren onderzoek naar doet. Wij ontwikkelen technologieën om fijnstof in kaart te brengen en bij de bron te bestrijden.

Niet al het fijnstof is van zichzelf schadelijk. Het wordt pas een probleem als het ultrafijn is.

Grafiek
Verlies aan jaren door vroegtijdige sterfte en gezonde jaren door verschillende oorzaken in 2015, Bij verlies in gezonde levensjaren staat luchtverontreiniging op de 6e plaats tussen te weinig bewegen en overgewicht.

Ultrafijn en dus gevaarlijk
“Fijnstof is een containerbegrip voor alles wat in de lucht zweeft en kleiner is dan 10 micrometer”, vertelt Paula Bronsveld. “Directe emissies van deeltjes in de lucht, noemen we primair fijnstof. Hieronder scharen we onder meer de deeltjes die door de mens veroorzaakt zijn, zoals PAK’s en metalen. Secondair fijnstof ontstaat door chemische reacties van gassen in de atmosfeer, zoals ammoniumnitraat ontstaat uit de combinatie van ammoniak uit de intensieve veeteelt en stikstofdioxide uit andere bronnen.

Niet al het fijnstof is van zichzelf schadelijk. Het wordt pas een probleem als het ultrafijn is – kleiner dan 0,1 micrometer – of uit stoffen bestaat die zeer schadelijk zijn voor de mens. Als je hieraan wordt blootgesteld, kan het via de luchtwegen doordringen tot in de bloedbaan.”

Hoe ontstaat fijnstof en waar komt het vandaan?

Huishoudens (vooral door houtstook), industrie en landbouw leveren de grootste bijdrage aan de fijnstofemissie in Nederland. Andere bronnen zijn onder meer de zee- en binnenscheepvaart, het wegverkeer en de bouw.

Verschillende bronnen veroorzaken verschillende fijnstofmengsels. En het ene mengsel is schadelijker dan het andere. Bronsveld: “Fijnstof waarin metalen zitten, heeft een verhoogd risico op gezondheidseffecten, zeker als de deeltjes ultrafijn zijn. Belangrijke bronnen van metalen zijn slijtage-emissies uit het wegverkeer en industriële emissies. Ook bij bepaalde organische componenten, bijvoorbeeld in houtrook, treden gezondheidsrisico’s op. En ook bij andere verbrandingsprocessen kan het fijnstofmengsel schadelijke componenten bevatten, zoals roet en PAK’s.”

Figuur5
Diverse bronnen veroorzaken verschillende fijnstofmengsels. TNO doet een voorstel voor een plan van aanpak voor continue verbetering.

Wat maakt fijnstof zo gevaarlijk?

Het effect van fijnstof op de gezondheid is afhankelijk van wat blootstelling hieraan in het lichaam teweegbrengt. Dit hangt af van de reactiviteit van het fijnstof. Je kijkt hiervoor niet alleen naar de massa, maar ook naar de vorm en de grootte van de deeltjes en naar de samenstelling van het fijnstof.

Bronsveld: “De kleinste deeltjes, ultrafijnstof, zijn het gevaarlijkst. Niet alleen omdat ze vanwege hun geringe omvang ver doordringen in het lichaam, maar ook omdat ze bij het bestrijden van fijnstofemissies vaak buiten schot blijven, omdát ze zo klein zijn. Terwijl honderd fijnstofdeeltjes vanwege hun kleine omvang een veel groter reactief oppervlak hebben in verhouding tot een veel kleiner aantal grotere fijnstofdeeltjes die samen dezelfde massa hebben. De reactiviteit is hiermee voor een mengsel met veel kleine deeltjes veel groter dan voor een mengsel met veel grote deeltjes.”

Hoe kleiner de deeltjes, hoe verder ze in het lichaam doordringen.
Hoe kleiner de deeltjes, hoe verder ze in het lichaam doordringen.

Gezondheidswinst

TNO gebruikt haar eigen technologie om fijnstofemissies te meten en heeft rekenmodellen ontwikkeld om voorspellingen te doen over de verspreiding en blootstelling. Voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat verzamelen we bijvoorbeeld gegevens over de uitstoot van fijnstof door dieselvoertuigen. Ook hebben we samen met het RIVM onderzoek gedaan naar de relatie tussen blootstelling aan houtrook en gezondheidsklachten.

Bronsveld: “Inmiddels zijn we nog beter in staat om luchtfilters te analyseren en de samenstelling en reactiviteit van fijnstof te bepalen. Het verzamelen van deze informatie gaat ons de mogelijkheid geven om fijnstofemissies effectiever te bestrijden dan we nu doen. Hiervoor is een andere fijnstofaanpak nodig. We hebben een stappenplan ontwikkeld waarmee we meer gezondheidswinst kunnen behalen dan we in Nederland nu al doen."

Paula Bronsveld

Contact: 


Dr. Paula Bronsveld
Aandachtsgebieden: Luchtkwaliteit | Milieu | Fijnstof | Gezondheid | Stikstof
paula.bronsveld@tno.nl
06 114 970 94

Reacties: 1

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Wijbrand Pauw
Graag reageer ik op de mini cursus over fijn stof van mevrouw Bronsveld van TNO en de opmerkingen daarin over houtrook door huishoudens.

Ze vertelt dat huishoudens, vooral door houtstook, een grote bron van fijnstof zijn. Echter, volgens hoofd emissie registratie bij het RIVM mevrouw van Zanten dragen Nederlandse huishoudens maar 2% bij aan de uitstoot van fijnstof (programma NPO1 Spraakmakers in februari 2021). De beruchte 23% is een lokaal piek gemiddelde in het stookseizoen en geen landelijke jaargemiddelde.

Wèl goed om te lezen dat TNO nu duidelijk stelt dat het meten van alleen de hoeveelheid fijnstof weinig zegt over de gezondheidsrisico’s van fijnstof. Mevrouw Bronsveld schrijft “Niet al het fijnstof is van zichzelf schadelijk. Het wordt pas een probleem als het ultrafijn is of uit stoffen bestaat die zeer schadelijk zijn voor de mens”.

Vanwege dat laatste heeft TNO ook, samen met o.a het RIVM en de universiteit van Maastricht een onderzoeksvoorstel ingediend bij de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Daarbij willen ze de samenstelling, en daarmee de gezondheidsrisico’s, van houtrook onderzoeken in relatie tot de omstandigheden waaronder het gevormd wordt. Volgens de aanvraag is dit nog niet eerder onderzocht. Het is dus ook wat kort door de bocht om alle houtrook op één hoop te gooien en te stellen dat houtrook per definitie gezondheidsrisico’s geeft.

Ik snap dat er in een mini cursus niet teveel details kunnen worden besproken maar, zeker in het geval van houtrook, maken die details wel het verschil!

Fijnstof bestaand uit een schoon mineraal of zout zal veel minder problemen geven dan hetzelfde mineraal of zout vervuilt met een laagje PAK’s. De laatste vorm ontstaat vooral door open vuur, zoals de open haard en vuurkorf en door slecht gestookte oude én nieuwe houtkachels.
De eerste vorm fijnstof uit een goede houtkachel, uitgerust met een katalysator en gestookt met goed droog hout, zal een stuk minder problemen geven.

Indicatief onderzoek (zie VVM Lucht oktober 2020) heeft aangetoond dat door goed stoken in een goede kachel met een katalysator de hoeveelheid organisch gas dat zich hecht aan fijnstof, waardoor “slecht” fijnstof kan ontstaan, daalt met 97%. En dat restant organisch gas is ook nog eens extreem minder schadelijk. Het NWO onderzoek moet exact antwoord geven op hoeveel minder schadelijk.

Om de gezondheidsrisico’s ten gevolge van huishoudelijk houtrook op eenvoudige wijze fors te verminderen kunnen gemeenten, net als Arnhem en Nijmegen, inzetten op stookcursussen voor hun bewoners.

Wijbrand Pauw
Chemisch Technoloog én houtkachelverkoper
Uw emailadres wordt enkel gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is enkel zichtbaar voor de redactie.