Advertentie
ruimte en milieu / Nieuws

Wat nodig is voor onze Grote Verbouwing

Het schort aan uitvoeringskracht bij de aanpak van grote maatschappelijke opgaven als de energietransitie of woningbouw. Hoe kan het anders?

26 november 2023
Landschap-Nederland-met-windmolen.jpg

Om tegemoet te komen aan ruimtelijke opgaven is een Grote Verbouwing van Nederland nodig. Aan beleidsvoornemens, geld en interbestuurlijke afspraken geen gebrek. Toch blijft de uitvoering ver achter bij de ambities. Willem Buunk en Jeroen Niemans stellen een andere aanpak voor, geïnspireerd op de Omgevingswet.

Ambitie

Aan ambitie ontbrak het niet bij minister De Jonge (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, CDA). Het kabinet-Rutte IV was bereid tot forse investeringen in de grote transities van de fysieke leefomgeving: woningbouw, energietransitie, klimaatverandering, natuur en de transitie van de landbouw. Er is veel in gang gezet met verschillende en meestal informele instrumenten en procesinterventies. Daarbij heeft het rijk een strategie gevolgd waarin veel werd verwacht van andere overheden en maatschappelijke partners. Samen moet men aan de slag, vastgelegd in deals en interbestuurlijke akkoorden. Het demissionaire kabinet heeft er tientallen miljarden aan transitiefondsen voor beschikbaar ­gesteld. Het heeft allemaal de geur van uitvoeringsgerichtheid, maar de echte uitvoering komt moeizaam van de grond.

Onaf

Een probleem dat daarbij opspeelt, is dat de inhoud van de deals en de interbestuurlijke afspraken niet worden doorvertaald naar formele beleidsinstrumenten van rijksbeleid. Het rijk heeft daardoor moeite om de eigen inbreng waar te maken. De kwaliteit van deze informele beleidsinstrumenten is dat ze opgavegericht zijn en uitgaan van samenwerking tussen overheidslagen en samenwerking met de samenleving. Hun tekortkoming is dat ze niet publiekrechtelijk zijn verankerd. Ze zijn niet vertaald naar of uitgewerkt in formele plannen. Ze zijn beleidsinhoudelijk vaak onaf en hun onderlinge samenhang blijft onuitgewerkt.

Natuurpact

Een voorbeeld van zo’n afspraak is het Natuurpact uit 2013 tussen rijk en provincies. In het kader van de decentralisatie van de uitvoeringsverantwoordelijkheid voor natuurdoelen naar de provincies worden afspraken gemaakt over de gewenste uitbreiding van natuur. De Ecologische Hoofdstructuur wordt ingeruild voor het Natuur Netwerk Nederland. Het natuurbeleid blijft daarna een optelsom van afzonderlijke natuurdoelen.  Tien jaar later moet vanwege die natuurdoelen een stikstofcrisis worden opgelost met rijksprogramma’s, zonder dat een uitwerking van het in 2013 gelanceerde ­beleidsconcept beschikbaar is. Het laat zien dat afspraken op thema’s zonder onderliggende visie voortdurende afstemmings­problemen creëren in de uitvoering.

De wet heeft een betere set instrumenten voor de opgaven van deze tijd.

Omgevingswet

De Omgevingswet biedt vanaf volgend jaar een uitweg. De wet heeft een betere set instrumenten voor de opgaven van deze tijd. Het rijk had al geschoffeld in de beleidsstapel van nota ruimtelijke ordening en sectorale beleidskaders, door te komen met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Dit is de integrale langetermijnvisie voor de hele fysieke leefomgeving, voor heel Nederland. De Omgevingswet biedt nu het instrument om deze visie verder handen en voeten te geven. Een eenduidig bouwwerk van beleidskaders voor het rijk bestaat uit een actuele omgevingsvisie met een overzichtelijk aantal programma’s waarin de uitvoering wordt georganiseerd.

Goede voorbeeld

Het is de kunst om overzicht te houden in de complexiteit van het omgevingsbeleid. Werk met een beperkt aantal programma’s, geef richting en breng samenhang aan met de actuele beleidskaders in de omgevings­visie. Het rijk mag daarin meer het goede voorbeeld geven, vooral wanneer provincies en gemeenten nodig zijn in de uitvoering. Zorg voor een beperkt aantal programma’s, bijvoorbeeld acht à tien, elk met een verbindend thema.

Structurerende keuzes

Zo brengt het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) alle doelen uit het rijksbeleid voor natuur, water, klimaat en landbouw bij elkaar. Als uitvoeringsprogramma van de NOVI geeft het invulling aan de principes voor het landelijk gebied en brengt het een breed assortiment aan doelen van rijksbeleid bijeen. Door middel van de programmatische aanpak voor de transitie van het landelijk gebied wordt een tijdspad voor uitvoering gecreëerd. Zo is het rijk in staat te sturen op een samenhangende gebiedsgerichte aanpak. Het rijk geeft structurerende keuzes mee die ruimte laten aan de provincies en gebiedspartijen voor de best passende regionale inhoudelijke afweging, waarmee de bijdrage aan de uitvoering zowel inhoudelijk als proces­matig van karakter is.

Er blijft zo een complexe afstemmingsbehoefte tussen de betrokken beleidssectoren van ministeries en de provincies bestaan

Niet uitgewerkt

Lastig daarbij is dat de status van de doelen van het rijksbeleid varieert van wettelijk verankerde Europese verplichtingen tot beleidsvoornemens die in Kamerbrieven zijn verwoord en verder (nog) niet zijn uitgewerkt. Er blijft zo een complexe afstemmingsbehoefte tussen de betrokken beleidssectoren van ministeries en de provincies bestaan. Actualisatie en versterking van onderlinge samenhang van het rijksbeleid voor het landelijk gebied zal de uitvoering verder versterken.

Programma's

Het is dus belangrijk om het beleidshuis op orde te brengen door de inrichting van programma’s hand in hand te laten gaan met de tijdige bijstelling en actualisatie van de beleidskaders, in het bijzonder de omgevingsvisie. Programma’s zijn gericht op uitvoering op de korte en middellange ­termijn. Ze bundelen budgetten, samenwerkingsprocessen en juridische instrumenten. Het opstellen van zo’n programma omvat onvermijdelijk de nadere invulling en uitwerking van het strategische omgevingsbeleid. Dan is het van belang om de wederzijdse aansluiting te behouden tussen visie en uitvoering. Een mooi voorbeeld is de jaarlijkse APK op de omgevingsvisie ­zoals Overijssel dat doet. Daarmee zorgt de provincie voor de partiële wijziging van het strategische beleidskader voor wat betreft de keuzes die inmiddels zijn gemaakt of die nodig zijn voor de uitvoering.

Lees het hele essay van Willem Buunk en Jeroen Niemans deze week in BB22 (inlog). 

Reacties: 2

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Hans Bakker
Energietransitie en woningbouw worden hier als grote maatschappelijke opgaven benoemd. Maar is dat wel zo? De grote maatschappelijke opgave is eerst het terugbrengen van de kwantitatieve groei van Nederland, die veroorzaakt wordt door bevolkingsgroei. Die bevolkingsgroei wordt voor het grootste deel veroorzaakt door laagwaardige arbeidsmigratie. Al decennia. Het kan niet zo zijn dat een relatief nieuwe sector als de distributiesector, althans grote delen daarvan, zich alleen kan handhaven door voortdurend mensen uit armere EU landen aan te trekken, tegen arbeidsvoorwaarden die naar Nederlandse maatstaven zeer slecht zijn. 70-80% flexwerk. Geen pensioenregelingen. Alleen minimumloon. Honderdduizenden personen. Meer vrachtverkeer. Wegen kapot rijden. Al die mensen moeten ook weer wonen, eten en recreëren. Er is sprake van een vicieuze kwantitatieve groeicirkel. Het doorbreken van die cirkel is op dit moment de grote opgaaf. Het is niet voor niets zo dat half Brabant en Limburg de PVV hebben gestemd. Zolang dit niet stopt, blijven de “grote opgaven” achter. Nieuwe woonwijken, kwantiteit, heeft altijd meer prioriteit dan de energietransitie.
Hielco Wiersma
Om de nieuwbouw van woningen weer echt op gang te krijgen dient het Rijk voldoende faciliteiten te creëren voor:
-een transitie van de kwantitatieve bevolkingsgroei.
-een transitie van het stroomnet (voldoende capaciteit voor nieuwe aansluitingen).
-een actieve rol van woningbouwcorporaties én beleggers (pensioenfondsen moeten overigens voor hun deelnemers ook voldoende rendement kunnen maken).
-een doorzettingsmacht voor snelle planontwikkeling.
-een grondbank voor het garanderen van grondaankopen.
Kortom er is de afgelopen jaren héél veel blijven liggen. Door het langdurig achterwege blijven van evenwichtig volkshuisvestingsbeleid kunnen nieuwe plannen alleen snel van de grond komen met een Rijkscommissaris voor de woningbouw, die nauw zal moeten samenwerking met andere relevante ministeries.
Advertentie