Europa moet onafhankelijker worden van de rest van de wereld, met name op het gebied van het maken van spullen. Vandaar de initiatieven vanuit Brussel om oude industriegebieden te moderniseren. Oost-Nederland, Baskenland en Catalonië helpen elkaar verder.
Oost-Nederland en Noordwest-Spanje samen d’ran
Europa moet onafhankelijker worden van de rest van de wereld, met name op het gebied van het maken van spullen.
Maakindustrie
Made in Europe. Dat label mag, nee moét van de Europese Commissie aan veel meer producten komen te hangen dan nu het geval is. Onderdeel van die ambitie minder afhankelijker te worden van met name China en de Verenigde Staten is de oprichting van een speciaal Europees Concurrentiefonds (ECF), een investeringsfonds van ruim 400 miljard euro voor de periode 2028-2034. Komt dat even goed uit voor Oost-Nederland met zijn aloude maakindustrie. In de provinciehuizen van Gelderland en Overijssel en bij Ontwikkelingsmaatschappij Oost NL zitten ze op het vinkentouw om de nieuwe kansen te verzilveren die het voor het regionale bedrijfsleven biedt. Die kansen zitten met name op het gebied van samenwerking met regio’s die eenzelfde soort industrie hebben en zich qua ontwikkelingsgraad op ongeveer hetzelfde hoge niveau bevinden.
Bondjes sluiten
Dat sluiten van bondjes voor het midden- en kleinbedrijf binnen Europa gebeurt onder andere in het Vanguard Initiative-netwerk. Ruim twintig Europese regio’s zijn er inmiddels in vertegenwoordigd. Door de krachten te bundelen, moet de Europese maakindustrie een upgrade krijgen.
‘Eigenlijk’, zo legt Reinier Zweers uit, ‘lag de top van Vanguard al achter ons. In 2020/21 hebben we succesvol gelobbyd voor een nieuw EU-fonds van een half miljard voor projecten op Europese waardeketens. In Oost-Nederland hebben we daaruit nu een zestal projecten van elk tussen de 10 à 15 miljoen euro lopen. Met de oprichting van het Europees Concurrentiefonds in de nieuwe meerjarenbegroting van de EU zien wij nieuwe kansen.’ En als programmamanager Europese samenwerking bij de provincie Gelderland kan hij het weten. Gelderland levert de voorzitter van Vanguard Initiative en zit derhalve dicht bij het vuur in Brussel. ‘Ik zeg niet dat we daarmee in het centrum van de macht zitten, maar we zitten wel aan tafel’, vult Ellen Mulder aan. Zij is sinds afgelopen januari bestuursvoorzitter van Vanguard.
Datacenters
Belangrijke internationale partners voor het bedrijfsleven in onder andere de Achterhoek en Twente zijn de Spaanse regio’s Baskenland en Catalonië. Wat de streken met elkaar gemeen hebben is dat de maakindustrie er vanouds stevig geworteld is. Om mee te kunnen blijven doen in de concurrentiestrijd op het wereldtoneel is het voor die bedrijven nodig dat ze continu investeren in vernieuwing, in slimmer en efficiënter werken.
Vera Leonhart, coördinator Europa bij Ontwikkelingsmaatschappij Oost NL, legt uit wat de regio’s aan elkaar hebben. Zo werken Oost-Nederland en Baskenland samen aan het vraagstuk hoe grote datacenters en andere grote bedrijvenlocaties een plek kunnen vinden. ‘Zowel hier als daar lopen we tegen dezelfde uitdagingen aan, zoals een tekort aan water en stroom. En niet te vergeten de maatschappelijke setting’, benadrukt Leonhart. Met dat laatste doelt ze op omgaan met de weerstand die met name energie- en waterslurpende datacenters bij de bevolking oproepen. ‘Door samen te werken, kun je van elkaar leren, bijvoorbeeld waar je op moet letten.’
Hergebruik vezels
De Spaanse regio’s leerden bijvoorbeeld van Nederlandse partners de voordelen van smart energy hubs kennen. Dergelijke hubs zijn ontwikkeld door beide provincies en Oost NL: bedrijven die samen hun energievoorziening regelen door bijvoorbeeld gebruik te maken van elkaars zonnepanelen, batterijen en windmolens. Omgekeerd kan het Gelderse en Overijsselse midden- en kleinbedrijf leren van Baskenland. Mulder: ‘Die regio loopt in Europa namelijk voorop met de transitie naar een circulaire economie, met name op het gebied van het hergebruik van stoffen en vezels.’
En wat vooral in de samenwerking tot voordeel strekt, is dat Spaanse regio’s volgens Ellen Mulder ‘heel actief’ zijn in Europa. ‘Ze zijn goed vertegenwoordigd in Brussel en hebben een groot netwerk opgebouwd in Europa. Vooral op het gebied van industrie. Door met ze samen te werken, kun je daar als Nederlandse regio’s je voordeel mee doen. Het maakt het makkelijker contacten te leggen.’ Andere regio’s, Europese geldstromen, nieuwe ontwikkelingen: alles komt door het investeren in netwerken dichterbij.
Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur nr. 15 van deze week.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.