Het Europese coronaherstelfonds van 577 miljard euro biedt burgers en controleurs onvoldoende inzicht in wie het geld ontvangt, wat het werkelijk kost en welke resultaten ermee worden bereikt. Dat concludeert de Europese Rekenkamer (ERK) in een nieuw rapport. Nederland scoort daarin middelmatig: beter dan Duitsland en Frankrijk, maar minder goed dan landen als Bulgarije, Estland en Letland.
EU-coronafonds niet transparant genoeg
Het EU-coronafonds is volgens de Europese Rekenkamer niet transparant genoeg. Nederland scoort middelmatig.
De herstel- en veerkrachtfaciliteit (RRF), zoals het coronaherstelfonds officieel heet, werd in februari 2021 opgericht als tijdelijk instrument om EU-landen te helpen herstellen van de coronapandemie. Het fonds werkt met een bijzonder financieringsmodel: betalingen zijn niet gekoppeld aan werkelijke kosten, maar aan het behalen van vooraf vastgestelde mijlpalen en doelstellingen. Dat maakt het lastiger om de geldstroom te volgen.
Werkelijke kosten buiten beeld
Uit het rapport blijkt dat Nederland zijn RRF-managementsysteem gebruikt om gegevens over eindontvangers en aannemers systematisch bij te houden, maar zonder de werkelijke kosten te registreren. Daarmee behoort Nederland, samen met Spanje, tot een tussencategorie van landen die weliswaar gegevens verzamelen, maar niet volledig. Landen als Bulgarije, Estland, Letland, Malta en Roemenië gaan verder en leggen ook de werkelijke kosten per maatregel vast.
Op het gebied van kostenraming gebruikt Nederland werkelijke kostgegevens om ramingen bij te stellen wanneer de reikwijdte van een maatregel verandert, maar doet het dat niet systematisch bij mee- of tegenvallers. Dat plaatst Nederland in dezelfde groep met Estland, Malta en Spanje. De Rekenkamer benadrukt dat geen enkel onderzocht land de besparingen systematisch herverdeelt. Dat brengt een risico met zich mee, want als werkelijke kosten structureel lager uitvallen dan geraamd, ontvangt een lidstaat mogelijk meer geld dan dat er feitelijk is besteed.
Vertekend beeld
Alle lidstaten, ook Nederland, publiceren de verplichte lijst van hun honderd grootste eindontvangers. Maar die lijst schiet tekort, aldus de Rekenkamer. In de meeste gevallen zijn meer dan de helft van de vermelde ontvangers overheidsinstanties zoals ministeries en uitvoeringsorganen, terwijl zij meer dan tachtig procent van de gepubliceerde bedragen vertegenwoordigen. Wat er daarna met het geld gebeurt via aanbestedingen aan private aannemers, blijft buiten beeld.
Nederland beschouwt het RRF-plan bovendien als onderdeel van de nationale begroting en publiceert geen aparte RRF-begroting, anders dan landen als Bulgarije, Estland, Letland en Roemenië. Dat maakt het voor burgers en volksvertegenwoordigers moeilijker om de besteding te volgen.
Verplichte publicatie
De Rekenkamer doet twee aanbevelingen. Ten eerste moet de Europese Commissie bij de volgende herziening van het Financieel Reglement verplichte, systematische en tijdige publicatie van gegevens over alle ontvangers en aannemers voorschrijven. Daarnaast moet de Commissie beschikbare gegevens over de kosten bij lidstaten actief opvragen en gebruiken om de efficiëntie van het fonds te beoordelen. Dat gebeurt nu niet.
‘Burgers hebben minder vertrouwen in de overheidsfinanciën als het geld niet honderd procent transparant wordt besteed,’ zei ERK-lid Ivana Maletić bij de presentatie van het rapport. De bevindingen komen op een moment dat EU-wetgevers onderhandelen over de volgende meerjarenbegroting, die op hetzelfde financieringsmodel is gebaseerd.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.