Net zoals sommige organisaties aan greenwashing doen en zich dus duurzamer voordoen dan ze zijn, zo bestaan er ook bedrijven die zich schuldig maken aan ‘soevereiniteitswashing’. Die term is afkomstig van informaticus Paul van Vulpen, die onlangs aan de Universiteit Utrecht promoveerde op digitale soevereiniteit. Zijn boodschap aan gemeenten: laat je niet in de luren leggen.
Soevereiniteitswashing? Zo stink je er niet in
Wees gewaarschuwd voor misleidende claims van techbedrijven.
Check de stack
Digitale soevereiniteit is het vermogen van samenlevingen, organisaties en individuen om keuzes te maken en beleid te voeren over hun technologie. Soevereiniteitswashing betekent dan doen alsof jouw product leidt tot digitale soevereiniteit, terwijl dat in de praktijk niet zo is. ‘Amerikaanse bedrijven vallen onder de Patriot Act en de Cloud Act, waardoor de Amerikaanse overheid opdracht kan geven om inzicht te krijgen in de data die bij hen zijn opgeslagen, zelfs als de servers in Europa staan’, zegt Paul van Vulpen. Als deze bedrijven toch zeggen dat de Amerikaanse overheid géén toegang heeft tot data die je bij hen opslaat, dan heb je volgens de informaticus te maken met soevereiniteitswashing.
Van Vulpen, die voorheen bij IT-bedrijf Centric werkte en de gemeentelijke wereld dus goed kent, raadt aan om goed onderzoek te doen voordat je soevereiniteitsclaims voor waar aanneemt. ‘Het is lastig hoor. Overal wordt met soevereine cloud geadverteerd. Maar wat is nou precies de partij die de infrastructuur levert? Met wie ga je afspraken aan? In principe heeft de hele stack toegang, in ieder geval tot de metadata en misschien ook tot interne data.’
Doorbreek de dynamiek
In zijn proefschrift Debating Digital Dominance onderzoekt Van Vulpen welke strategische keuzes nu moeten worden gemaakt om over dertig jaar écht te kunnen spreken van digitale soevereiniteit. ‘Het heeft dertig jaar gekost om zo vast te komen zitten. Het gaat dertig jaar kosten om er volledig uit te komen.’
Het heeft dertig jaar gekost om zo vast te komen zitten. Het gaat dertig jaar kosten om er volledig uit te komen.
Paul van Vulpen
Bijna alle gemeenten zitten vast aan Microsoft en met hen bijna alle overheden, universiteiten en zorginstellingen. ‘Is het nu werkelijk zo dat er voor kritieke infrastructuur van bijvoorbeeld gemeenten binnen heel Europa geen enkele aanbieder te vinden is? Er zijn best alternatieven, maar daar is gewoon nooit een markt voor geweest. En omdat er nooit vraag naar was, was het niet interessant voor bedrijven.’
Hoe doorbreek je deze dynamiek? Door gemeenten op te dragen om binnen vijf jaar een alternatieve oplossing te vinden. ‘Dan geef je de markt de gelegenheid om oplossingen te bedenken.’
SURF
Hij verwijst graag naar SURF als voorbeeld van hoe het ook kan. Deze ict-coöperatie voor het hoger onderwijs beheert de ict-infrastructuur van universiteiten, hogescholen, mbo’s, umc’s en onderzoeksinstellingen.
‘De instellingen bepalen het beleid en de koers van de organisatie, SURF voert het uit. Enerzijds heeft het schaal, anderzijds blijft het accountable.’
Met de Nederlandse Digitaliseringstrategie (NDS) proberen Nederlandse overheden tot verregaande samenwerking en standaardisering te komen. Maar vooralsnog bestaat de NDS vooral op papier. ‘Technologie wordt niet op beleidsniveau gedragen, meer door individuen en individuele organisaties. Met een paar enthousiastelingen kun je bijvoorbeeld al een transitie naar een Linux-omgeving voor elkaar krijgen. Er is een organisatie nodig die het onderhoud doet. Dat kan een bedrijf zijn of een technische middenorganisatie, zoals SURF. Met het juiste mandaat kan die ver komen.’
Wil je goed software ontwikkelen, dan moet je de hele tijd alleen maar standaardiseren.
Een partij als de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) ligt volgens hem minder voor de hand, omdat het ontwikkelen van technologische diensten om specifieke vaardigheden vraagt. De grootste frustratie van softwareleveranciers is dat iedere gemeente zegt dat de zaken bij hen nét iets anders zijn en dat er dus maatwerk nodig is. ‘Wil je goed software ontwikkelen, dan moet je de hele tijd alleen maar standaardiseren. Anders moet je allemaal koppelingen bouwen per organisatie of afdeling en is het een jaar later niet meer te onderhouden. Maatwerk maakt alles complex.’
Alternatieven opschalen
Momenteel werkt Van Vulpen als onderzoeker binnen de Amsterdam Business School van de Universiteit van Amsterdam. Daar houdt hij zich bezig met de vraag hoe alternatieven als (besturingssysteem) Linux, Nextcloud (voor documentbeheer), Signal (berichtendienst) of Mastodon (sociaal platform) kunnen opschalen. ‘Allereerst moeten bedrijven die deze open-source alternatieven kunnen implementeren tot een bepaalde volwassenheid komen, zodat het voor de gemeente mogelijk wordt om ervoor te kiezen. Daar gaat tijd overheen.’
Ook is er financiering nodig voor beter gebruikersgemak. Opnieuw een kip-of-ei-verhaal: alternatieven worden minder gebruikt en dus zijn ze minder gebruikersvriendelijk. Maar gemeenten kunnen eraan bijdragen om dat te veranderen. ‘Laat alternatieven bestaan binnen een organisatie, zodat je op klein niveau een bepaalde groep kan laten experimenteren. Ik hoop dat de overheid hierin leiding kan nemen.’
De overheid kan de vraag stimuleren, waardoor de markt voor alternatieven volwassener wordt en de producten dus ook gebruikersvriendelijker. Voorwaarde is wel dat overheden anders aanbesteden en bereid zijn tot tijdelijke offers. Je kunt je bijvoorbeeld afvragen of je écht alle dienstverlening nodig hebt die een Microsoft biedt. Het derde punt is de organisatiecultuur. Medewerkers moeten bereid zijn om iets te gebruiken dat anders werkt dan ze gewend zijn en misschien wat minder functies heeft.
Het regeerakkoord staat vol met fraaie zinnen over digitale autonomie. Bent u optimistisch?
‘Eigenlijk niet. Ik zie nog steeds heel weinig gebeuren. Het probleem is nog veel fundamenteler. Het vraagstuk is uiteindelijk niet wie de software beheert, maar hoe de IT-markt werkt. Stel dat we met z’n allen naar de cloudoplossing van Lidl gaan. Dan creëer je een gigantisch IT-conglomeraat in Duitsland. Waarom willen we een it-markt die uiteindelijk zo enorm naar gigantische schaalvoordelen leidt, dat je nooit meer accountability hebt over je kritieke infrastructuur? Daar hoor ik heel weinig over in het huidige debat.’
Waarom willen we een it-markt die uiteindelijk zo enorm naar gigantische schaalvoordelen leidt, dat je nooit meer accountability hebt over je kritieke infrastructuur?
Paul van Vulpen
Airbus
Als je over die vraag gaat nadenken, is er geen beginnen aan.
‘Precies. Het is een wicked problem. Tegelijk is dit nadenken een kans. Kijk maar wat de juiste wetgeving kan betekenen voor het vormgeven van een markt. Er zijn voorbeelden. Strategische visie heeft ons een Europese vliegtuigenproducent gegeven met Airbus; de zorgverzekeringswet heeft in Nederland een markt gemaakt voor zorgverzekeringen; en ook de elektrische automarkt is opgekomen door strategische wetgeving en subsidies. Is zoiets niet ook mogelijk voor digitale autonomie?
Gewetensvraag: denkt u dat de focus op digitale autonomie na een poosje een stille dood sterft?
‘Ja, natuurlijk. De politiek tuimelt van crisis naar crisis, terwijl de crisis ervóór nooit is opgelost. Op het moment dat de maatschappelijke interesse voor dit onderwerp is verdwenen, moeten we nog steeds hard werken om hier echt oplossingen voor te vinden. Dat is waar ik mijn rol in de academie voor zie. Ook als de politieke of maatschappelijke interesse wegebt, probeer ik met oplossingen te komen.’
Dit is een ingekorte versie. Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur #6 (inlog)
Paul van Vulpen is informaticus en schreef het proefschrift Debating Digital Dominance: Decentralized Technology Governance For Strategic Autonomy. Eind januari verdedigde hij zijn dissertatie aan de Universiteit Utrecht.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.