Overslaan en naar de inhoud gaan

Ook vroeger worstelde Nederland met afhankelijkheid

Lessen uit de geschiedenis van de telegrafie.

Digitale autonomie
- Nationaal Archief

De discussie over digitale soevereiniteit is verre van nieuw. In zijn proefschrift laat historicus Fons Borm zien dat het negentiende-eeuwse ‘wereldtelegraafnet’ Nederland voor vergelijkbare uitdagingen stelde.

Na zijn afstuderen als historicus in 1981 belandde Fons Borm in de ict-sector. Voor zijn promotieonderzoek combineerde hij zijn interesse in de negentiende-eeuwse economische geschiedenis met zijn kennis van netwerken. ‘Ik wilde weten welke bijdrage technologie heeft geleverd aan de spectaculaire groei van de Nederlandse economie na 1850’, vertelt hij. ‘Telegrafie was het ­internet van de negentiende eeuw.’

In 2017 begon hij als buitenpromovendus bij de Universiteit Utrecht aan zijn onderzoek. Tegen de tijd dat hij ging schrijven, in 2024, zag hij onmiskenbare parallellen opduiken met de huidige tijd, waarin geopolitieke spanningen tussen de Verenigde Staten en China grote impact hebben op de Europese digitale soevereiniteit. ‘Mijn onderwerp heeft steeds meer weg van een historische les.’

Rivaliteit met Engeland

In de negentiende eeuw bestond er rivaliteit tussen het Verenigd Koninkrijk, de dominante wereldmacht van dat moment, en het Duitse Keizerrijk. Vanaf 1871 ­liepen de spanningen hoog op, waarbij de zeekabels en telegrafie onderdeel werden van de geopolitieke strijd. Het Verenigd Koninkrijk deinsde er niet voor terug om economische druk, politieke spionage en militaire censuur in te zetten. Aan de ­andere kant van de wereld, in Nederlands-­Indië, had Nederland te maken met ­Japan, dat in ­oorlogstijd zo nodig zeekabels vernielde. ‘Ook toen stond Nederland voor het dilemma hoe we onze neutraliteit en onze soevereiniteit konden versterken en behouden.’

Het belangrijkste overheidsnieuws van de dag

Schrijf je in voor de Binnenlands Bestuur nieuwsbrief

Het telegraafnetwerk was in Nederland in handen van de staat. De binnenlandse telegrafiemarkt was gesloten voor buitenlandse aanbieders. In 1852 diende de liberale politicus Johan Rudolph Thorbecke de Wet tot Regeling van Gemeenschap door middel van elektromagnetische ­telegrafie in, beter bekend als de Telegraafwet. In de jaren daarvoor ging het matig met Nederland: het land was in 1839 bijna failliet gegaan en genoot nog weinig aanzien. ‘Volgens Thorbecke moest ­Nederland ­opnieuw worden uitgevonden, als een ­natiestaat waar alle burgers gelijke rechten en plichten hadden’, vertelt Borm.

‘In dat kader had hij ook de visie om een elektronische publieke gemeenschap te creëren, door middel van de Rijkstelegraaf. De natie had een verantwoordelijkheid om te zorgen dat iedereen binnen Nederland op een gelijke manier toegang zou kunnen krijgen tot de elektronische gemeenschap. Als Thorbecke nu geleefd zou hebben, dan had hij vast gezegd dat het internet een ­Rijksdienst moest zijn.’

Gelijk speelveld

Met de afschaffing van het afstands­tarief in 1858 ontstond een nationaal gelijk speelveld: iedereen betaalde ­hetzelfde tarief voor een telegram van twintig woorden, ongeacht de afstand. Je zou dit kunnen zien als een voorloper van de digitale publieke ruimte. Tegen 1913 vond je vrijwel overal in Nederland op loopafstand een Rijkstelegraafkantoor. Dat gold ook voor andere Europese landen, waardoor de Rijkstelegraaf mensen in de hele wereld met elkaar in verbinding bracht, met grote gevolgen voor de handel. ‘Er was sprake van een wereldtelegraafnet,’ zegt Borm.

Het belangrijkste overheidsnieuws van de dag

Schrijf je in voor de Binnenlands Bestuur nieuwsbrief

In 1865 ontstond de Internationale Telegraaf Unie, waarbij alle Europese landen zich aansloten. In 1870 ging de Britse ­regering over tot het nationaliseren van private telegraafmaatschappijen en sloot het zich aan bij de Internationale Telegraaf Unie. Nederland wilde via deze ­organisatie voor heel Europa, inclusief het Verenigd Koninkrijk, afspraken maken over het internationale telegraafverkeer. Borm vertelt: ‘Het doel van de Nederlandse regering was neutraliteit en versterking van soevereiniteit, zowel in Europa als
in Azië. Daarom had Nederland een ­voorkeur om multilaterale afspraken te maken en om zo veel ­mogelijk eigen ­zeekabels te hebben.’

Concessies doen aan soevereiniteit

Dat ging tien jaar lang goed, totdat de spanningen tussen het Duitse Keizerrijk en het Verenigde Koninkrijk vanaf 1875 zo opliepen dat deze landen voortaan ­liever voor bilaterale afspraken kozen. ‘Nederland moest schipperen met het Duitse Keizerrijk en met het Verenigd ­Koninkrijk om zelf in controle te blijven, maar tegelijkertijd samen te werken met die twee rivalen,’ zegt Borm. ‘Nederland bleef het liefst zo veel mogelijk afzijdig van alle discussies, maar kon af en toe niet voorkomen dat er concessies moesten ­worden gedaan aan de soevereiniteit.’

Wat kunnen we leren van de ­Nederlandse worsteling van destijds? ‘Er bestaat zoiets als politieke technologie. In de economische wetenschappen is ­politieke economie een welbekend begrip. Economie gaat over de verdeling van de schaarste en we vinden het logisch dat de politiek praat over die verdeling. Zo moeten we ook gaan praten over politieke technologie, want technologie is te belangrijk om aan de markt over te laten. De politiek moet gaan nadenken over hoe zij technologie kan gebruiken voor het ­algemeen belang, net zoals Thorbecke heeft gedaan voor de ­telegrafie.’

Laag pitje

Tegenwoordig bestaat er een breed scala aan technologische onderwerpen die strategisch zijn voor de continuïteit van de maatschappij: van internet en mobiele ­apparaten tot kunstmatige intelligentie. In Den Haag gaat de aandacht hier te weinig naar uit, zegt de it’er. Ook de politieke discussie over de bescherming van zeekabels staat nog altijd op een laag pitje. Borm verwijst naar een situatie in 1899, toen de Tweede Boerenoorlog uitbrak en de Britse regering besloot om militaire censuur in te stellen op de zeekabels tussen het Midden-­Oosten en Zuid-Afrika.

‘Alle berichten die via de zeekabels op een particulier ­telegraafkantoor binnenkwamen in het plaatsje Aden in het Midden-Oosten ­[tegenwoordig in Jemen, red.] werden ­gecheckt door een Britse militair. Die bepaalde van ieder bericht of hij het wel of niet zou doorsturen. Het was een schok voor de wereld destijds, dat de bijna-­monopolist op het gebied van zeekabels besloot om ­politiek in te breken in die particuliere omgeving. Het vrije verkeer was niet meer gegarandeerd.’

Zeekabels

Een aantal Nederlandse ondernemers ­legde miljoenen guldens bij elkaar om in samenwerking met het Duitse Keizerrijk eigen zeekabels in Azië aan te leggen. Bij de start van de Eerste Wereldoorlog brak op Sumatra en Java paniek uit. Toegang tot zeekabels was cruciaal voor het functioneren van de plantage-economie.
Hoe moest het nu met die samenwerking?

‘Het Duitse gedeelte van de zeekabels werd in augustus 1914 genationaliseerd door de Duitse regering. Het Nederlandse gedeelte bleef in bezit van het Nederlandse particuliere eigenaar. In feite viel het ­netwerk stil. Toen Japan het eilandje ­veroverde waarop het knooppunt van die ­zeekabels lag, werd het Duitse gedeelte ­vernietigd. Het Nederlandse gedeelte bleef beschermd, maar het werkte niet meer, want voor een netwerk heb je meerdere ­gedeelten nodig. We bleven weliswaar ­neutraal, maar het was een kapitaal­vernietiging van miljoenen. Die kabel was niks meer waard. En wat nog veel ­erger was: we waren weer terug bij een Brits monopolie.’

Lessen voor de toekomst

Welke les moeten we hieruit trekken? Nederland kan toch moeilijk alle ­technologie in eigen hand houden? ‘Denk na over waar je welke digitale ­soevereiniteit wil realiseren. Honderd procent gaat niet, maar je kunt wel een aantal ­strategische beslissingen nemen binnen je eigen grondgebied met een aantal bevriende relaties. Nu is dat de context van de Europese Unie, die in toenemende mate de nieuwe politieke technologiegemeenschap wordt waarin wij onze digitale ­autonomie moeten organiseren.’

Dinsdag 31 maart 2025 verdedigde historicus Fons Borm zijn dissertatie De adoptie van de telegrafie in Nederland en Nederlands-Indië, 1845-1914: politieke sturing en economische betekenis. Van dit proefschrift verscheen tevens een publieksversie bij Uitgeverij Verloren.

Lees het hele verhaal deze week in Binnenlands Bestuur magazine 8.

Besturen en toezicht van cyberrisicobeheer: grip op digitale dreiging

Besturen en toezicht van cyberrisicobeheer: grip op digitale dreiging

Ben je voorbereid op de digitale uitdagingen van morgen? Leer hoe je strategisch grip krijgt op cyberrisico's en bescherm de digitale soevereiniteit van jouw organisatie.

schrijf u vandaag nog in

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Melden als ongepast

Door u gemelde berichten worden door ons verwijderd indien ze niet voldoen aan onze gebruiksvoorwaarden.

Schrijvers van gemelde berichten zien niet wie de melding heeft gedaan.

Bevestig jouw e-mailadres

We hebben de bevestigingsmail naar %email% gestuurd.

Geen bevestigingsmail ontvangen? Controleer je spam folder. Niet in de spam, klik dan hier om een account aan te maken.

Er is iets mis gegaan

Helaas konden we op dit moment geen account voor je aanmaken. Probeer het later nog eens.

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heeft u al een account? Log in

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heeft u al een account? Log in