De komst van een Europese digitale identiteit moet het voor burgers makkelijker maken om online zaken te regelen. Maar voor gemeenten betekent het weer een nieuwe en complexe uitvoeringsopgave, zo blijkt uit onderzoekvan Innovalor in opdracht van de VNG. Vanaf eind 2026 moeten zij naast DigiD ook de Europese digitale identiteit, de zogeheten EDI-wallet, accepteren.
Europese digitale identiteit stelt gemeenten voor lastige puzzel
Voor gemeenten betekent de invoering van de EDI-Wallet voorlopig vooral een organisatorische puzzel die nog opgelost moet worden.
Met die wallet kunnen inwoners straks zelf hun digitale identiteit en persoonlijke gegevens beheren en delen. Voordat gemeenten daarmee kunnen werken, moeten zij zich eerst registreren in een nationaal register als ‘relying party’. In de praktijk komt dat neer op een ingrijpende voorbereiding van hun dienstverlening. Per gemeentelijke dienst moet namelijk worden vastgelegd welke gegevens nodig zijn, waarom die nodig zijn en of die via de wallet mogen worden opgevraagd.
Werk aan de winkel
Dat raakt de dagelijkse praktijk van gemeenten direct. Neem een aanvraag voor een parkeervergunning. Nu logt een inwoner in met DigiD en regelt de gemeente intern welke gegevens nodig zijn. In de nieuwe situatie moet vooraf expliciet worden bepaald of bijvoorbeeld adresgegevens via de wallet worden opgevraagd en of dat echt noodzakelijk is voor deze aanvraag. Hetzelfde speelt bij veel andere diensten, zoals het aanvragen van een uittreksel of ondersteuning. Gemeenten moeten duidelijk maken welke informatie zij nodig hebben en dat juridisch onderbouwen.
Volgens het onderzoek van Innovalor dat in opdracht van VNG Realisatie is uitgevoerd, zit daar een flinke uitdaging voor gemeenten. Veel gemeentelijke diensten lijken sterk op elkaar, maar zonder gezamenlijke aanpak dreigt iedere gemeente dit opnieuw zelf te moeten uitzoeken. Dat kan ertoe leiden dat vergelijkbare aanvragen in verschillende gemeenten anders worden ingericht. Waar de ene gemeente bepaalde gegevens via de wallet opvraagt, kiest een andere daar mogelijk niet voor of onderbouwt dit anders. Dat maakt de invoering ingewikkelder en kan tot vertraging leiden.
Zelf het wiel uitvinden
De kern van de uitdaging ligt volgens het rapport dus niet zozeer in de techniek van de wallet, maar in het opnieuw beschrijven van bestaande dienstverlening in een systeem waarin gegevensuitwisseling vooraf expliciet moet worden vastgelegd. Als gemeenten dit ieder afzonderlijk doen, kost dat veel tijd en capaciteit en neemt de kans op verschillen toe. Het onderzoek wijst er daarom op dat samenwerking nodig is om te voorkomen dat honderden gemeenten dezelfde complexe exercitie apart moeten uitvoeren.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.