carrière / Partnerbijdrage

Nog veel onzekerheid over het ravijnjaar

De belangrijkste, verwachte gevolgen op een rij.

27 januari 2025
ravijnjaar wyzer

Een aangekondigde miljardenbezuiniging op het gemeentefonds, hogere uitgaven door stijgende zorgkosten en voorlopig geen zicht op passende financiële compensatie vanuit de Rijksoverheid: het ravijnjaar 2026 kondigt zich al enige tijd aan. Het belooft een jaar te worden waarin gemeenten middelen tekortkomen en zo in een financieel ravijn belanden. Inmiddels is een deel van de verwachte gevolgen ondervangen door het Rijk, maar er blijft onzekerheid. Onzekerheid die ook nu al gevolgen heeft.

We zetten de belangrijkste verwachte bezuinigingen, herinrichtingen en financiële effecten van het ravijnjaar een rij. Verwacht, omdat de landelijke politiek voor 2026 op verschillende terreinen actie kan ondernemen en zo de gevolgen van het ravijnjaar kan beperken. Het maken van een financiële prognose is daarom lastig, maar er wordt gevreesd dat er bij gemeenten een gezamenlijk tekort van zo’n 2,5 miljard euro ontstaat.

Nieuwe normeringssystematiek gemeentefonds

Een eerste grote verandering is de nieuwe normeringssystematiek van het gemeentefonds. Het gemeentefonds is een belangrijke inkomstenbron voor Nederlandse gemeenten. Het betreft geld dat via de Algemene Uitkering rechtstreeks vanuit de Rijksoverheid naar gemeenten vloeit. Gemeenten bepalen zelf waar ze dit geld aan uitgeven, die uitgaven moeten wel aan de gemeenteraad worden verantwoord.

De nieuwe normeringssystematiek van het gemeentefonds houdt een systeemverandering in: volgens het oude systeem is de grootte van het gemeentefonds afhankelijk van de omvang van de uitgaven van de Rijksoverheid. Volgens deze ‘trap op trap af’-systematiek wordt het gemeentefonds groter als het Rijk meer uitgeeft, of kleiner als de rijksuitgaven dalen. In de nieuwe regeling wordt dit losgelaten en is de grootte van het gemeentefonds afhankelijk van de groei van het bruto binnenlands product (bbp). Dat zou in eerste instantie in 2027 gebeuren, terwijl het oude systeem tot 2026 zou lopen. Gevolg: een ravijn in 2026, de periode tussen de twee systemen. De invoer van het nieuwe systeem is inmiddels naar dit jaar gehaald, waardoor de financiële tekorten zijn gedempt, maar nog niet opgelost.

Afschaffen specifieke uitkeringen

Naast de nieuwe normeringssystematiek van het gemeentefonds worden de zogenaamde specifieke uitkeringen (SPUKS) grotendeels afgeschaft. Deze specifieke uitkeringen zijn zogenaamd ‘gelabeld geld’ van het Rijk naar gemeenten: in tegenstelling tot de middelen uit het gemeentefonds, moet het geld uit een SPUK aan een specifiek doel worden uitgegeven – het heeft een label meegekregen. Zo’n label kan bijvoorbeeld het stimuleren van lokaal sportbeleid zijn, of een gerichte aanpak om huiselijk geweld tegen te gaan.

In het hoofdlijnenakkoord van mei 2024 is benoemd dat de SPUKS gaan verdwijnen. Het geld dat daardoor vrijkomt wordt opgenomen in het gemeentefonds en is zo vrij te besteden. Daarbij zou een efficiëntiekorting van tien procent worden toegepast, te vertalen naar een bedrag van 638 miljoen euro. Inmiddels is duidelijk dat niet alle specifieke uitkeringen worden afgeschaft, maar dat een deel blijft bestaan. Daardoor valt de efficiëntiekorting ook lager uit. Welke SPUKS blijven bestaan – en hoeveel miljoenen efficiëntiekorting er overblijft – wordt in het voorjaar van 2025 duidelijk.

Toenemende druk op uitgaven

Naast de twee bovengenoemde bezuinigingen nemen de uitgaven van gemeenten de komende jaren alleen maar toe. De vergrijzing zorgt voor stijgende zorgkosten en daarnaast lopen de kosten in de jeugdzorg de komende jaren op, moet er veel geld worden uitgegeven om de energietransitie te realiseren en hebben gemeenten verantwoordelijkheden op het gebied van veiligheid. Gemeenten zijn verplicht om uitvoering te geven aan bovengenoemde taken, ook als het geld daarvoor ontbreekt.

Veelgehoorde kritiek op de nieuwe normeringssystematiek van het gemeentefonds hangt nauw samen met de bovengenoemde uitgavenverplichtingen. Omdat de verwachting is dat de kosten die gemeenten kwijt zijn aan bijvoorbeeld de Wmo een stuk sneller stijgen dan het bbp – leidend in de nieuwe financieringssystematiek – wordt gevreesd voor oplopende tekorten. Daarom is in het voorjaar van 2024 besloten dat een deel van de Wmo een aparte financiering krijgt, die losstaat van het gemeentefonds. Om welk deel of om welk bedrag dit gaat, is nog niet duidelijk. Hiervoor is een bedrag gereserveerd in de Miljoenennota, oplopend van 75 miljoen euro in 2026 tot 300 miljoen euro in 2029.

Duurzaam beleid

Deze onzekerheden maken dat het aanstaande ravijnjaar ook nu al gevolgen heeft. In meerjarenbegrotingen die worden opgesteld moeten gemeenten rekening houden met budgettaire kortingen. Nieuwe langjarige financiële afspraken worden uitgesteld; gemeenten willen immers niet vastzitten zitten aan verplichtingen die ze mogelijk niet kunnen nakomen. Dat staat het maken van goed en duurzaam beleid in de weg, wordt gewaarschuwd. Ook heeft het aanstaande ravijnjaar gevolgen voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026: binnen colleges van burgemeester en wethouders zorgen de bezuinigingen voor spanningen.

Dat maakt het ravijnjaar niet slechts een gevreesd toekomstbeeld, maar een vooruitzicht met verregaande impact. Voor gemeenten rest de taak om een omgang te vinden met de dreigende financiële afgrond, want als eenmaal duidelijk is hoe diep die is, moet er beleid liggen om de budgettaire kloof te dichten.

Meer weten?

Neem gerust eens contact met ons op.

Reacties: 3

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Hielco Wiersma
Als er al sprake is van een ravijnjaar in 2026 dan is/wordt dit vooral veroorzaakt door slecht financieel beleid van de Rijkoverheid. Kennelijk ontbreekt er een redelijk vlak oplopend uitgavenpatroon.
Overigens kan het geen kwaad om regelmatig matig de bezem door de publieke inkomsten en uitgaven te halen. Zeker bij het Rijk wordt dat veel te weinig gedaan (dereguleren, digitaliseren/robotiseren, innoveren, ombuigen/bezuinigen etc.).
De publieke kosten moeten uiteindelijk wel kunnen worden opgebracht door de private sector, dus de burgers en bedrijven.
Hielco Wiersma
De zéér noodzakelijke bezuinigingen bij het Rijk zelf worden zoals welhaast gebruikelijk veel te laat ingezet. Hierdoor dreigen de burgers en de bedrijven
-in plaats van lastenverlichting- opnieuw voor extra belastingverhogingen te worden geplaatst. Inmiddels heeft een deel van de middengroep volgens de media zelfs te maken met een lastendruk van meer dan 60%. De via onderuitputting structureel beschikbare overschotten op de rijksbegroting dreigen inmiddels in plaats van om te buigen/bezuinigen ten onrechte te worden bestemd om gaten in het financiële ravijnjaar 2026 te dichten. Politieke actie is dus urgent.
Agnes Van Arkel
De rijksoverheid, met haar politicie en overheidsorganen, zoals de NS, met 5 directeuren, die nagenoeg p.p 500.000 euro op jaarbasis verdienen. Is ook al weer 2 ,5 miljoen. Graag niet laten potverteren op de gemeentes, die het daarna verhalen op de burger. De regering dient voor een structureel klimaat voor de burger. Die regering kost een groots vermogen. Een aantal miljoenen. De laatste jaren bestaat de regering uit chaos. Elk jaar weer andere regelingen, voor de belasting, de toeslagen, noem maar op. De burger kan geen financiele planning meer maken. Laat de gemeentes met de burgers leven.