Advertentie

Van ongeduld naar ‘niet zonder ons’

Taaie vraagstukken oplossen lukt beter in kleine stapjes, leren we bij de Dag van het Bestuur, maar ook samen tussen besturen en burgers.

21 maart 2023
dag van het bestuur 2023
Minister Bruins Slot (tweede van links), Rogier van der Sande (UvW), Jan van Zanen (VNG) en Jaap Smit (IPO)

‘We moeten iets doen aan polarisatie zonder tot nietsdoen te vervallen’, aldus trapte de Leidse burgemeester Henri Lenferink, die op 1 september a.s. na twintig jaar zijn ambt neerlegt, de Dag van het Bestuur afgelopen maandag af. Een dag die verschillende handvatten gaf om het vertrouwen van de burger in het openbaar bestuur op te krikken.

Inkomensconsulent

BMC
Inkomensconsulent

Klantmanager Werk Brabant

BMC
Klantmanager Werk Brabant

Gunnen

Lenferink noemt het Leidse Stadslab als voorbeeld van een initiatief waarin een netwerk van Leidenaren allerlei projecten bedenken en uitvoeren die goed en leuk zijn voor de stad. Het leidde bijvoorbeeld tot het Singelpark. ‘Dat kost dan 16 miljoen, maar dan heb je ook wat.’ Hij wijst ook op een bestuurlijke noviteit in Leiden. Wij zijn af van de tegenstelling coalitie-oppositie, dat lukt hier heel aardig. Het gaat om elkaar wat gunnen. Er was een bedrag over, waarvoor de oppositie als eerste voorstellen mocht doen. Die heeft de raad unaniem aangenomen. En het geld is niet eens op.’

Ongeduld

Een optimistisch begin van de dag en dat ging daarna verder met ‘positieve bestuurskunde’ door hoogleraar bestuurskunde Katrien Termeer. ‘Betekenisvol besturen voor taaie vraagstukken’ was de titel van haar keynote. ‘Je moet het hebben van kleine betekenisvolle stapjes’, daar kwam het eigenlijk om neer. Ze merkt overigens in haar collegezaal dat studenten ‘ongeduldiger worden over duurzaamheidsvraagstukken’. Verandering moet sneller, maar dat gaat dus het beste in kleine stappen.

Small wins

Ze onderscheidt drie reflexen op deze ‘wicked problems’: het probleem overschatten (en/of de eigen kunde overschatten), overweldigd raken door een vraagstuk (wat kan leiden tot apathie of cynisme) en de kop in het zand steken: er is geen vraagstuk. Die reflexen leiden ertoe dat burgers minder vertrouwen hebben in het bestuur. Zelf biedt ze dus een vierde alternatief: met kleine betekenisvolle stapjes een bijdrage leveren aan deze vraagstukken. Ze noemt small wins, zoals burgerinitiatieven (energiecoöperaties), start ups (Vegetarische Slager) of overheidsinitiatieven (aardgasvrije wijk).

Nederigheid

Het moet gaan om radicale verandering, het moet echt anders zijn, want meer van hetzelfde werkt niet. Ook moet het leiden tot tastbare resultaten. En het moet betekenisvol zijn voor mensen en hun ambities. En dan is het een kwestie van systeembreed verspreiden, verbreden en verdiepen. De overheid dient daarnaast te prikkelen en ruimte te bieden aan initiatieven die passen bij haar eigen ambities. Ook kan de overheid wetgeving aanpassen ‘of een schouderklopje geven’. Wat de overheid niet moet doen is: initiatieven pamperen, doorgaan met de ‘eeuwige pilots’, overdreven bureaucratisch werken en afdelingen langs elkaar heen laten werken. ‘En ga dan in gesprek met die initiatieven.’ Dit moet leiden tot een bestuurscultuur met het individu op de achtergrond: gepassioneerde nederigheid.

Je zet drie Nederlanders bij elkaar en je hebt een stichting

Theo Schuyt, socioloog en hoogleraar filantropie

Vermogensoverdracht

Daarna roemt socioloog en hoogleraar filantropie Theo Schuyt de zegeningen van de Nederlandse vrijwilligerscultuur. Hij wijst erop dat we aan de vooravond staan van de ‘grootste intergenerationele vermogensoverdracht in de geschiedenis’ en Nederland de grootste non-profitsector ter wereld heeft. Nederland is het land van het maatschappelijk initiatief. ‘Je zet drie Nederlanders bij elkaar en je hebt een stichting. Er is heel veel vertrouwen in al die organisaties. Waarom doen gemeenten hier niet meer mee?’ De overheid staat er niet alleen voor. Nu is het zaak om elkaar te leren kennen.

Samenwerking

Dan is het tijd voor de presentatie van De Staat van het Bestuur (zie kader) en het ondertekenen van de geactualiseerde code interbestuurlijke verhoudingen. BZK-minister Hanke Bruins Slot maakt zich zorgen over het aantal raadsleden dat stopt en over het feit dat bevoegdheden en taken van het decentraal bestuur niet goed bekend zijn. Ze neemt de gelegenheid te baat om te benadrukken dat de huidige uitdagingen alleen kunnen worden aangepakt door samenwerking ‘tussen besturen en burgers’.

Code

De rode draad van de essaybundel bij ‘De Staat van het Bestuur’ is volgens haar dat het rijk en de decentrale overheden niet tegenover elkaar moeten staan, maar met elkaar moeten samenwerken. ‘Ook moet duidelijker zijn wie waarvoor staat. En mensen moeten niet meer als kostenpost of klant worden gezien. ‘We moeten naar hen luisteren.’ De code interbestuurlijke verhoudingen is de basis voor gelijkwaardig partnerschap, aldus Bruins Slot. ‘Het is aan ons om de code levend te houden en ernaar te handelen.’

Geen VAR

Even later ondertekenen de minister en de drie koepelvoorzitters Rogier van der Sande (Unie van Waterschappen), Jaap Smit (IPO) en Jan van Zanen (VNG) de vernieuwde code. Van Zanen constateert dat de minister aandringt op samenwerking. ‘Maar ik wil ook kijken naar: hoe houden we het vol?’ Er was nog nooit zoveel contact en noodzaak om samen te werken en hij noteert de mooie woorden. ‘Maar we hebben geen VAR, we moeten eraan werken: the proof of the pudding is in the eating.’ De overheden gaan elkaar niet verrassen. ‘Bij taken horen knaken’, rijmt Van Zanen. ‘En we willen geen freeriders bij gemeenten, maar ook de andere organen moeten zich aan de afspraken houden.’

stadsgehoorzaal
De Leidse Stadsgehoorzaal waar de Dag van het Bestuur plaatsvond

Shaffy

Even daarvoor mag de Leidse hoogleraar decentrale overheden Geerten Boogaard terugblikken op de Provinciale Statenverkiezingen. Waar hij eerst dacht aan een sterke proteststem, zag hij later dat dit niet het hele verhaal was. ‘Ik moest denken aan het lied ‘Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder’ van Ramses Shaffy. Dat eindigt met: niet zonder ons.’ Hij herkent het ongeduld onder studenten, waar Termeer eerder over sprak. ‘Dat heeft ook een keerzijde. De druk zit in de urgentie van de opgaven, maar het is ook: niet zonder ons.’ Hij stelt vast dat de proteststem wel een plek aan tafel heeft gekregen. ‘We hebben het een plaats gegeven, ze kunnen meedoen.’

Tegenstrijdigheden

Daarna laat Boogaard zijn licht schijnen op De Staat van het Bestuur 2022, waar hij uithaalt dat het langjarige vertrouwen in de overheid nog wel hoog is. Fijntjes stelt hij vast dat 85 procent van de Nederlanders zeer tevreden is over de straatverlichting. ‘Die overige 15 procent zit dan toch anders in de wedstrijd.’ De belangrijkste les uit de Staat van het Bestuur vindt hij dat het een vat vol met tegenstrijdigheden is. ‘Een grote meerderheid is voor de gekozen burgemeester, maar de meest vertrouwde institutie is de niet-gekozen burgemeester.’

Lasten

De bijgevoegde ‘Atlas van Afgehaakt Nederland’ laat volgens hem zien waar de lasten neerkomen. ‘Zorg ervoor dat het leed niet altijd op dezelfde plek terechtkomt. Zeg tegen de mensen die hun wachtlijstplek kwijtraken aan een statushouder: dit komt bij jullie neer, maar de overlastgevende asielzoekers zetten we in de villawijk neer.’

Verloop onder raadsleden en wethouders groot

Veel raadsleden en wethouders vertrekken en dat draagt niet bij aan de stabiliteit van het bestuur, schrijft het ministerie van Binnenlandse Zaken in het tweejaarlijks rapport De Staat van het Bestuur. Tussen de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 en 2022 stopte 38 procent van de raadsleden en 47 procent van de wethouders.
Vaak is er een praktische reden, zoals een raadslid of wethouder die een andere politieke functie krijgt. Bij de helft van de vertrokken gemeenteraadsleden en een derde van de wethouders tellen ook andere overwegingen. Raadsleden vinden dat hun werk veel tijd in beslag neemt en moeilijk te combineren is. Ze doen het raadswerk vaak naast een andere baan. Wethouders struikelen vaak over ‘politiek-bestuurlijke kwesties’, bijvoorbeeld als ze in opspraak raken.
Ook in provincies is het verloop hoog. Een ruime meerderheid van de Statenleden (71 procent) kwam na de verkiezingen van 2019 voor het eerst als volksvertegenwoordiger de provincie in. In Gelderland zit 31 procent langer dan vier jaar in de Staten, in Overijssel 30 procent. Vrouwen houden het eerder voor gezien dan mannen. De zittingsduur van gedeputeerden is ongeveer vergelijkbaar met die van Statenleden. Drie op vier gedeputeerden zijn korter dan vier jaar in functie. Uitzonderingen zijn er wel. Een derde van de Overijsselse gedeputeerden zit langer dan acht jaar en nog eens 17 procent zit er al tussen de vier en acht jaar. Vooral CDA-gedeputeerden blijven lang op hun post zitten.
Raadsleden en wethouders hebben steeds vaker te maken met agressie en geweld en gaan daardoor met minder plezier naar hun werk, blijkt eveneens uit de Staat van het Bestuur. Dat geldt ook voor leden van Provinciale Staten en gedeputeerden. 17 procent van deze gemeentelijke en provinciale volksvertegenwoordigers en bestuurders geeft aan dat ze voorzichtiger zijn geworden en anders omgaan met burgers, als ze met agressie of geweld te maken hebben gekregen. (ANP/Redactie)

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie