Advertentie
bestuur en organisatie / Achtergrond

Perspectief voor ex-bajesklant

De persoonlijke aanpak van de re-integratie officier biedt perspectief voor de ex-bajesklant en levert rijk en gemeente iets op.

30 september 2022
Man alleen voor raam
Shutterstock

Als een van de eerste Nederlandse gemeenten benoemde Dordrecht in 2019 een ‘re-integratie officier’. Die moet voorkomen dat jonge ex-gedetineerden na hun vrijlating terugvallen in de criminaliteit. De persoonlijke aanpak levert voor rijk én gemeente iets op.

Als Wouter Kolff (VVD) vertelt over ‘zijn’ stad van 120.000 inwoners waarvan hij vijf jaar burgemeester is, gaat het al gauw over ranglijstjes. Steeds meer mensen willen in Dordrecht wonen, vertelt hij, wat woonaantrekkelijkheid betreft staat de stad op nummer 7 van de 50 grootste steden. Kolff: ’Dat heeft te maken met onze voorzieningen, de mooie oude binnenstad, de werkgelegenheid, de huizen die je hier nog kunt krijgen tegen een acceptabel bedrag en het goede culturele aanbod.’ Dan komen de scores waar hij minder trots op is. Wat welvaart betreft staat Dordrecht momenteel bijvoorbeeld op de 42ste plaats. ‘We zijn in dit lijstje ietsje gestegen, maar er is duidelijk nog werk aan de winkel.’

Dordrecht kent een aantal wijken die in sociaaleconomisch opzicht zwak zijn, met name Crabbehof, Wielwijk en Krispijn. Ze maken deel uit van het gebied Dordrecht West dat onlangs werd opgenomen in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, samen met andere gebieden in Nederland waar de welvaart structureel achterblijft. Kolff: ‘Hier is onder meer sprake van relatief hoge schooluitval, armoede en schuldenproblematiek en hogere mate van ondermijnende criminaliteit. Voor deze wijken hebben we dan ook de meeste aandacht.’

Deze wijken vormen doorgaans ook het belangrijkste werkveld van re-integratie officier Bart Reedijk, aangesteld door Kolff in 2019. Het gaat om een functie die tot voor kort nog helemaal niet bestond, verbonden aan een experiment van het ministerie van Justitie en Veiligheid waarvan de burgemeester inmiddels landelijk boegbeeld is.

‘Hiervoor was ik burgemeester in Veenendaal waar ik te maken had met een flink aantal zedenzaken’, licht Kolff het experiment toe. ‘Een aantal weken voordat ze vrijkwamen, bezocht ik de betrokken zedendelinquenten persoonlijk in de gevangenis en ging het gesprek met ze aan. Toen ben ik ervan overtuigd geraakt dat dit ontzettend goed werkt. Onze rio Bart doet nu hetzelfde met daders van zogeheten high impact crimes, zoals roofovervallen en woninginbraken. Het gaat hier in Dordrecht natuurlijk om een andere doelgroep, maar de overeenkomst is dat je er als gemeente voor zorgt dat de samenleving iemand die zijn straf heeft uitgezeten weer absorbeert, zodat die persoon weer een volwaardige rol kan vervullen. Dat vind ik heel erg passen bij de rechtstaat waarin we leven.’

Er gaan deuren open van instanties die anders dicht blijven

Re-integratie officier Reedijk is inmiddels drie jaar in Dordrecht actief. Kolff is ‘buitengewoon tevreden’ over de resultaten. ‘De gemiddelde recidivecijfers van ex-gedetineerden ligt rond de 50 procent; bij de jongeren die tot nu toe in ons rio-programma zaten, is dat iets meer dan 20 procent. Voor het succes maakt het denk ik wel veel uit wie de rol van de rio vervult. Je moet goed in staat zijn om bij deze moeilijke doelgroep zowel de harde als de zachte hand te kunnen hanteren. En je hebt doorzettingsmacht nodig in het contact met alle organisaties waar je mee te maken hebt.’

Vrije hand

Officieel heeft Reedijk die doorzettingsmacht niet. ‘Het is extreem belangrijk dat hij gewoon tegen partijen zegt: ik ben de rio, houd rekening met mij! En dat kan hij ook zeggen omdat ik hem bestuurlijk gezien afdek’, zegt Kolff. ‘De rio valt direct onder mij. Ik heb alle vertrouwen in Bart, geef hem de vrije hand. Daardoor gaan deuren open van instanties die soms dicht blijven. Als je voor mensen een baan, opleiding of woning wilt regelen, of een combinatie daarvan, is iedereen bezig is met zijn eigen stukje.

De kracht van de rio is dat die daar als een satéprikker doorheen gaat. Soms moet hij dan even een gesloten deur openen en dan helpt het als hij zegt: ‘Ik kom hier namens de burgemeester en zó willen we het doen.’

Ik wil zo ver mogelijk wegblijven bij dreiging

Daaraan heeft ook de ex-gedetineerde zich te houden. ‘Als het nodig is, zegt de rio tegen een jongere: als je dit of dat niet doet, dan lig je eruit en hebben we je in het snotje en gaan er andere trajecten lopen. Ik wil zo ver mogelijk wegblijven bij dreiging, maar als iemand niet meewerkt dan zegt hij eigenlijk: ik wil crimineel zijn. Op dat moment kom je in aanraking met alles en iedereen die criminaliteit bestrijdt, dat hebben we in de driehoek ook zo afgestemd.

De officier van justitie werkt daar dan aan mee, net als de politie. En dan kan het zomaar gebeuren dat een jongere hinderlijk wordt gevolgd. Ook gaan we dan vaak de omgeving aanspreken. Dan zoeken we ouders, broers, familieleden en vrienden op en vragen hen of zij er voor kunnen zorgen dat die persoon op het rechte pad blijft. Dat vinden mensen over het algemeen niet leuk, maar het werkt wel.’

Na de pilotfase gaat Dordrecht dan ook door met de rio. ‘We vinden het werk van Bart zo belangrijk, dat we hem als gemeente inmiddels zelf in dienst hebben genomen en dus ook zelf gaan betalen – tot nu toe deed het ministerie van Justitie en Veiligheid dat. Het ministerie gaat binnenkort wel de uitbreiding van Barts team bekostigen.’

Uit onderzoek blijkt dat de baten van de rio voor een groot deel bij dat ministerie terechtkomen, vooral in de vorm van uitgespaarde gevangeniskosten. ‘Ik vind het helemaal prima als het ministerie er ook profijt van heeft’, reageert Kolff. ‘Mij gaat het vooral om de maatschappelijke winst voor Dordrecht en die is tweeledig: minder criminaliteit en meer toekomstperspectief voor jonge inwoners die uit detentie komen.’

'Zonder hulp lukt het bij deze jongeren niet'

Via de politie, een veiligheidshuis, de reclassering of een andere organisatie worden er kandidaten bij mij aangemeld’, vertelt re-integratie officier Bart Reedijk. ‘Jongeren van 18 tot 27 jaar die vaak al jaren een probleem vormen en steeds weer in en uit detentie gaan. Voordat ze vrijkomen, ga ik namens de burgemeester bij ze langs en vraag hoe ik ze kan helpen om een volwaardige plek in de samenleving te bemachtigen.’

Schiet de reguliere hulpverlening tekort?

‘Dat zou ik niet willen zeggen. Maar zelfs als je in de hulpverlening een integrale aanpak hebt, zullen er altijd mensen zijn die tussen wal en schip vallen. Anders dan hulpverleners kan ik deze jongeren vaak snel iets concreets bieden. Stel een jongere heeft schulden, dan pak ik de telefoon en bel ik direct met, bijvoorbeeld, het CJIB. Dat gaat een stuk sneller dan wanneer ik hem − het zijn tot nu toe meestal jongens − naar een loket verwijs.’

Hoe krijgt u organisaties zo ver dat ze meewerken?

‘Vaak door een goed gesprek met ze te voeren. Ik leg dan uit wat een jongere heeft gedaan om zijn of haar leven weer op de rails te krijgen en maak duidelijk dat dat allemaal tevergeefs zou zijn als zij nu niet meewerken. Onlangs kwam er iemand uit detentie die graag zijn opleiding wilde afronden, maar hij had zich niet op tijd kunnen inschrijven. Het is heel handig dat ik in dit soort gevallen kan spreken namens de burgemeester, daardoor heb ik meteen een serieus gesprek. Heel soms moet ik streng zijn en dingen zeggen als: ‘Ja, het klopt dat deze jongere bij jullie al drie keer een kans heeft gehad. Maar we gaan het toch weer doen.’

Het vinden van onderdak is een van uw rio-zaken. Lukt dat wel gezien de woningnood?

‘We roeien met de riemen die we hebben. Vaak vind ik een tijdelijke oplossing, bijvoorbeeld via leegstandsbeheer. Soms kiest iemand ervoor om zich buiten de regio te vestigen of gaat hij voorlopig in een kamer wonen. Zodra ik dan een woonadres voor ze heb geregeld, komen vaak alle schuldeisers. En dan is het tijd voor een paar telefoontjes om de situatie uit te leggen. Als jullie de schuld nu bevriezen, dan komen wij over een aantal maanden terug met een voorstel. Daar gaan ze eigenlijk altijd mee akkoord. De jongere gaat dan van hun ‘niet- willen-lijst’ naar de ‘niet-kunnen-lijst.’

Gemiddeld is een rio twee jaar betrokken bij een ex-gedetineerde. Hebt u het gevoel dat het daarna goed zal blijven gaan?

‘Het traject kent geen vastomlijnde periode. In de praktijk zie je dat het steeds een beetje beter met iemand gaat. Daardoor wordt het contact vanzelf minder intensief, helemaal als een jongere eenmaal een baan heeft. Maar dan gebeurt er opeens iets, ontvangen ze bijvoorbeeld een brief van de Sociale Dienst waarin staat dat ze nog 1.000 euro terug moeten betalen. Dan zijn deze jongeren helemaal in paniek en appen ze mij ’s avonds voor advies. Dan help ik ze en is het daarna weer stil.’

Denkt u ook weleens: het wordt nooit meer wat met deze jongere?

‘Nee, want ik denk dat er uit alle mensen meer valt te halen dan er uitkomt. Zeker als ze al van jongs af aan het idee hebben dat ze er niet bij horen, niet goed genoeg zijn. Dat doet iets met je. Zonder hulp lukt het deze jongeren meestal niet om uit de criminaliteit te komen. Iemand moet af en toe een kruiwagen voor ze zijn, ze soms een schop onder hun kont geven ook. Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: huisje, boompje, beestje. En, heel belangrijk, voor vol worden aangezien. Ik zie het zo: wij zitten in een cruiseschip en zij zijn in een roeibootje aan het overleven. Wij kunnen deze jongeren vanaf dat cruiseschip allerlei aanwijzingen geven, ze vertellen hoe ze het aan moeten pakken. Maar je kunt ook gewoon naar beneden aan en zo’n jongere aan boord trekken.’

Rio bespaart kosten

De re-integratie officier (rio) werd in 2019 in het leven geroepen door het ministerie van Justitie en Veiligheid. De rio richt zich op jongeren van 18 tot 27 jaar die na een verblijf in de gevangenis weer hun weg moeten zien te vinden in de maatschappij. Op dit moment nemen meerdere gemeenten deel aan de rio-pilot op kosten van het ministerie: Arnhem, Delft, Den Haag, Dordrecht, Haarlemmermeer, Leidschendam-Voorburg en Nijmegen. De eerste voorzichtige resultaten van onderzoeksbureau Ecorys laten zien dat de inzet van een rio het risico op recidive op de korte termijn inderdaad vermindert. Ook bespaart de rio zowel het rijk als de gemeenten kosten. Daarbij gaat het vooral om de kosten voor detentie, maar ook voor maatschappelijke opvang en begeleiding.

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie