Het kwam in het verleden geregeld voor dat een burgemeester en het Openbaar Ministerie verschillend denken over de afweging tussen openbare orde en het strafrecht. Volgens oud-burgemeester Bas Eenhoorn biedt huidige wetgeving voor dergelijke geschillen geen duidelijke oplossing. Zijn voorstel: regel wettelijk dat de burgemeester tijdens een crisis de eindverantwoordelijkheid en dus de beslissende stem heeft.
De burgemeester en de officier van justitie in de knoop
Juist bij ernstige crises kan de rolverdeling tussen beide gezagsdragers diffuus worden, betoogt Bas Eenhoorn
In mijn eerste burgemeesterschap, vijftig jaar geleden, werd ik geconfronteerd met een blokkade van de steiger naar de veerboot door een honderdtal verontwaardigde eilanders. De openbare orde was verstoord en er was sprake van een strafrechtelijke overtreding. Bij gebrek aan het Openbaar Ministerie (OM) moest ik als hulpofficier met mijzelf als burgemeester overleggen. We waren het snel eens: herstel van de openbare orde had prioriteit. Overleg met de ‘opstandelingen’ leidde tot het opheffen van de blokkade.
Hoe gaat dat tegenwoordig bij blokkades van snelwegen door landbouwtractoren of sit-ins van klimaatactivisten? Leidt overleg in de driehoek altijd tot overeenstemming? En wat gebeurt er als burgemeester en officier van justitie verschillend denken over de afweging tussen openbare orde en strafrecht en geen van beiden een compromis kan dragen? Door de toenemende maatschappelijke polarisatie zullen situaties waarin ordeverstoringen samengaan met strafbare feiten waarschijnlijk vaker voorkomen.
Ook gewapende incidenten en andere grootschalige crises vragen om goede voorbereiding. De schietpartij in de Ridderhof in Alphen aan den Rijn (2011) en de tramaanslag in Utrecht (2019) laten zien hoe onverwacht zulke gebeurtenissen kunnen zijn. Opleiding en training van de crisisorganisatie, inclusief burgemeesters en officieren van justitie, zijn daarom essentieel.
Juist bij ernstige crises kan de rolverdeling tussen beide gezagsdragers echter diffuus worden. Wie bepaalt wat er gebeurt? Treden we op of niet? En wie beslist over de communicatie? Onduidelijkheid over de eindverantwoordelijkheid is tijdens een crisis onaanvaardbaar. Het vertrouwen in de crisisbeheersing en in de gezagsdragers komt daardoor onder druk te staan.
Drie voorbeelden illustreren dit probleem. Tijdens de crisis rond de Ridderhof circuleerde op sociale media de naam van een verkeerde persoon als vermeende dader. Het OM wilde de naam van de werkelijke dader nog niet bekendmaken vanwege het forensisch onderzoek; de burgemeester wilde juist de onrust wegnemen en koos voor bekendmaking.
Bij een familiedrama wilde het OM evenmin de vermoedelijke dader noemen, terwijl in de wijk het gerucht rondging dat een pyromaan actief was. De burgemeester besloot de vermoedelijke dader wel te noemen. Bij een dodelijk ongeval in de Amercentrale in Geertruidenberg wilde de burgemeester, mede vanwege islamitische voorschriften en de wensen van nabestaanden, de lichamen snel laten overdragen. Het OM verzette zich daar om forensische redenen tegen. Uiteindelijk besliste de minister in lijn met de burgemeester.
De huidige wetgeving biedt voor dergelijke geschillen geen duidelijke oplossing. De Politiewet legt de verantwoordelijkheid voor de rechtspleging bij het OM; de Wet veiligheidsregio’s legt de verantwoordelijkheid voor de openbare orde bij de burgemeester. Beide moeten hun verantwoordelijkheid kunnen dragen én daarover verantwoording afleggen.
Daarom moet wettelijk worden geregeld wie tijdens een crisis de eindverantwoordelijkheid en dus de beslissende stem heeft. Mijn voorkeur is de burgemeester. Die is doorgaans voorzitter van het crisisbeleidsteam en legt publiekelijk verantwoording af aan de gemeenteraad. Een wettelijke doorzettingsmacht voor de burgemeester voorkomt dat bij toekomstige crises onduidelijkheid ontstaat over wie uiteindelijk beslist.
Bas Eenhoorn is oud-burgemeester en docent crisisbeheersing en -communicatie
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.