Advertentie
bestuur en organisatie / Achtergrond

Lokale partijen kunnen ‘afhaken’ voorkomen

In de atlas gaan Cuperus en De Voogd op zoek naar Nederlanders die ‘niet meer meedoen’, die buitenstaanders zijn geworden in de politiek.

28 januari 2022
Wijk, waar mensen niet meer meedoen
Shutterstock

In de Atlas van Afgehaakt Nederland gaan René Cuperus en Josse de Voogd op zoek naar Nederlanders die buitengesloten zijn geraakt van de politieke en maatschappelijke mainstream. Waar de landelijke politiek zich lijkt af te keren van die groep, lukt het lokale partijen soms wel om deze burgers ‘aangehaakt’ te houden, zien de auteurs. ‘Sommige lokale partijen weten de juiste toon te vinden.’

Op de dag dat het kersverse kabinet-Rutte IV triomfantelijk op het bordes stond voor het traditionele foto moment, stonden duizenden Groningers om een heel andere reden buiten in de kou. In tegenstelling tot de nieuwe ministers en staatssecretarissen stonden ze niet opgesteld in een nette formatie, op anderhalve meter afstand van elkaar, maar in lange kronkelende rijen. Ze deden allemaal een poging om een subsidie te verzilveren voor het versterken en verduurzamen van hun huizen in het aardbevingsgebied.

Die twee beelden naast elkaar, paleis Noordeinde enerzijds en de eindeloze subsidierijen in Groningen anderzijds, hadden zo de cover kunnen worden van de Atlas van Afgehaakt Nederland, vindt auteur René Cuperus. ‘De vernedering van die mensen, soms bejaarden van tachtig, die in kou in de rij moesten staan voor geld dat ze toch niet kregen, en tegelijkertijd de euforie op het bordes – de hele kern van de atlas zit ‘m in dat beeld.’

De Atlas van Afgehaakt Nederland, die eind vorig jaar uitkwam, is het geesteskind van columnist en adviseur René Cuperus en onderzoeker Josse de Voogd (‘dé specialist op het gebied van electorale geografie’, aldus Cuperus). In de atlas gaan Cuperus en De Voogd op zoek naar Nederlanders die ‘niet meer meedoen’, die buitenstaanders zijn geworden in het politieke en maatschappelijke leven.

De aanleiding voor het boek was het rapport Lage drempels, hoge dijken van de staatscommissie onder leiding van Johan Remkes. Die onderzocht in 2018 of de parlementaire democratie nog naar behoren functioneert. ‘De maatschappelijke realiteit laat zien dat de parlementaire democratie op dit moment niet voor iedereen even goed werkt en dat burgers voor wie de democratie minder goed werkt, dreigen af te haken op de politiek of al afgehaakt zijn’, valt te lezen in het rapport.

Proteststem

De atlas is een verdere verkenning van die groep afgehaakte Nederlanders, legt Cuperus uit. ‘Wie zijn dat? Waar wonen ze? Wat kunnen we eraan doen?’ De atlas geeft zowaar antwoord op al die vragen – al zijn het antwoorden die zelf ook weer nieuwe vragen oproepen.

‘Miljarden voor stikstof en klimaat, maar geen geld voor de jeugdzorg’

Om met de eerste vraag – wie zijn de afgehaakte burgers? – te beginnen. ‘Afgehaakt’ is geen statisch begrip, zegt Cuperus, maar in de atlas wordt de groep benaderd door te kijken naar stemgedrag. Niet komen opdagen bij verkiezingen of stemmen op een ‘buitenstaanderpartij’ is een teken van afhaken. Die buitenstaanders zijn partijen als PVV en FVD, maar ook DENK. ‘Je ziet dat de buitenstaanderpartijen nauwelijks meeregeren’, legt Josse de Voogd uit. ‘En ze zijn ook niet via andere organisaties vertegenwoordigd.’ Wat blijkt? ‘Het stemmen op buitenstaanders correleert sterk met achterstanden op het gebied van werk, inkomen en opleiding’, aldus De Voogd. ‘En ze wonen op specifieke plekken.’

De buitenstaanders doen het goed in het zuiden, in industriële regio’s, in (voormalige) groeikernen en in krimpgebieden, concluderen de twee auteurs. Bij de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen werd er ook in delen van het noordoosten van Nederland relatief veel op de buitenstaanders gestemd (zie afbeelding). Cuperus en De Voogd noemen het de ‘periferisering van de proteststem’. De gevestigde partijen zijn juist goed vertegenwoordigd in het midden en oosten van het land.

Opvallend is dat ook gezondheid een belangrijke rol speelt in het afhaken. Sterker nog: een slechte gezondheid is een nóg betere voorspeller voor het stemmen op buitenstaanderpartijen dan indicatoren als inkomen en opleiding. Waarom dat zo is, is moeilijk te verklaren. ‘Als je een slechte gezondheid hebt, kom je ook sneller in aanraking met overheidsinstanties, en dus met wat daaraan schort’, weet De Voogd, die zelf ook met gezondheidsproblemen kampt, uit eigen ervaring. ‘Helaas is het nogal eens complex en vernederend en gaan er dingen bedoeld of onbedoeld mis.’

Bovendien hangt gezondheid samen met allerlei andere achterstanden. ‘Het lijkt erop of bij gezondheid tegelijkertijd individuele factoren – opleiding, inkomen en leeftijd –, als ook de meer maatschappelijke dimensie van sociale samenhang, eenzaamheid, vertrouwen en burgerschap samenkomen’, schrijven de auteurs in de atlas. ‘Kunnen we naast een ‘diplomademocratie’ wellicht ook spreken over een ‘gezondheidsdemocratie’? Gezondheid gaat over deelname en toegang tot werk, inkomen, gezien worden, en tot ‘aanhaken’.’

Gemeenschapszin

Dat inkomen, werk en opleiding niet alles kunnen verklaren, blijkt uit de ‘burgerschapszone’ die de auteurs identificeren. De bevolking van dat gebied scoort weliswaar relatief laag voor inkomen en opleiding, maar komt toch in groten getale opdagen bij verkiezingen. Deze groep stemt dan nog vaak op gevestigde partijen. Ook is de gezondheid goed en de sociale samenhang sterk. De burgerschapszone tekent zich op de landkaart af als een diagonale gordel van zuidwest naar noordoost.

Cuperus: ‘Dat gaat op voor gebieden met gemeenschapszin. Buren letten op elkaar. Er is onderling vertrouwen. Je hebt een kopie van elkaars huissleutel.’ De Voogd: ‘Je ziet het aan een hoge mate van vrijwilligerswerk en bloeddonaties bijvoorbeeld.’ Met andere woorden: een onderliggende sociale structuur kan het effect van individuele kenmerken ‘dempen’. Dat biedt kansen: waar zo’n sociale samenhang bestaat, wordt de kans op afhaken immers verkleind. Maar dat onderlinge vertrouwen is niet zomaar opgebouwd, denkt De Voogd.

‘Het is moeilijk af te dwingen. Dat heeft te maken met sociale structuren die vaak honderden jaren terug gaan.’ Toch kan de overheid bijdragen aan een cultuur van gemeenschapszin, zegt Cuperus. ‘Een conciërge kan belangrijk zijn, of een woningbouwvereniging die niet alleen op de stenen let.’

Het wegtrekken van publieke voorzieningen uit de niet-Randstedelijke regio’s heeft juist een versterkend effect op afhaakgedrag in de perifere gebieden. In die zin, merken de auteurs op, zijn mensen niet per se doelbewust afgehaakt, maar eerder ‘afgehaakt gemaakt’, door overheidsbeleid of door allerlei maatschappelijke veranderingen. ‘Afhaken is ook vaak: niet meer mee kunnen’, schrijven ze. ‘Het tempo van de zogenaamde meritocratische race niet kunnen bijhouden.’

Zijn het ook de afgehaakte Nederlanders die begin 2021 de winkels in Rotterdam- Zuid plunderden tijdens de avondklok rellen, of buiten het Torentje door de televisiespeech van premier Rutte heen toeterden? ‘Lastig te zeggen’, vindt De Voogd. ‘Het is nog onduidelijk wie dat zijn. Daar is nog weinig onderzoek naar gedaan.’ Wel zet de coronacrisis alles op scherp, denkt Cuperus. ‘De verschillen in gezondheid worden nóg belangrijker. En wij zien veel afgehaakten in de lagere middenklasse, en daar zit veel corona- ellende.’

Dempende krachten

Nog even terug naar dat bordes. Stond daar een kabinet dat oog heeft voor het afgehaakte deel van het land? De atlas-makers hebben er weinig vertrouwen in. ‘Op het bordes missen we maandag de minister voor de (verweesde) Middengroepen en de minister voor de niet-Randstad’, twitterde Cuperus. ‘D66 is de representant van hoogopgeleid Nederland, VVD de representant van rijk Nederland’, licht hij toe. ‘Daar is op zich niks mis mee, maar wel als ze onvoldoende rekening houden met de groepen die ze niet vertegenwoordigen. Dat is het alarm van deze atlas.’

‘Lokale partijen weten soms de juiste toon te vinden’

De inhoud van het coalitieakkoord geeft in ieder geval weinig blijk van begrip voor de zorgen en behoeften van afgehaakt Nederland, vindt Cuperus. ‘De hele socia le kwestie rondom de klimaattransitie, dat mensen die daar het geld niet voor hebben zich bedreigd voelen, daar is nauwelijks aandacht voor. Dat mist totaal tact en geduld voor niet-Randstedelijk Nederland. Er zijn miljarden voor stikstof en klimaat, maar geen geld voor de jeugdzorg en de gemeentelijke voorzieningen staan wéér onder druk.’

Menig politieke of maatschappelijke coalitie is ook het product van een politieke uitruil, ziet De Voogd. ‘Cultureel links en economisch rechts. Dat is precies het tegenovergestelde van waar de buitenstaanders vaak staan. Die willen minder migratie en meer sociale zekerheid.’ De afstand tussen het nieuwe kabinet en afgehaakt Nederland is ook in de atlas terug te zien, in een assenstelsel dat ontleend is aan onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Op de horizontale as staat ‘tevredenheid met het eigen leven’, op de verticale as gaat het om maatschappelijk optimisme of pessimisme. De stemmers op regeringspartijen VVD en D66 staan samen in de verre rechterbovenhoek: ze zijn sterk van mening dat het de goede kant op gaat met Nederland en konden haast niet contenter zijn met hun eigen situatie. Wie staat er diametraal tegenover? De PVV van Geert Wilders, de grootste oppositiepartij, die ooit alleen als gedoogpartner meedeed.

Ook de niet-stemmers en de andere buitenstaanderpartijen, zoals SP, FVD en PvdD, staan in het kwadrant linksonder. De situatie in de lokale politiek is wat dat betreft hoopvoller, vindt Cuperus. ‘In gemeenten is er wel een fenomeen dat deze dynamiek iets dempt: de lokale partijen. Die zijn vaak niet links en niet rechts. Niet academisch, maar veel gematigder dan Wilders of Baudet. Sommige lokale partijen weten de juiste toon te vinden.’ Ook de burgemeester, die boven de partijen staat, kan een dergelijke rol spelen, denkt Cuperus, ‘als burgermoeder voor iedereen’. Maar om die dempende krachten de ruimte te geven, is het wel van belang dat de gemeenten kunnen rekenen op voldoende financiering, tekent hij daarbij aan. ‘En we moeten oppassen met gemeentelijke herindelingen, want dat vervreemdt ook mensen.’

De Voogd: ‘Lokale partijen positioneren zich nogal eens als economisch links en cultureel rechts, dus het tegenovergestelde van de uitruil tussen hoogopgeleiden die je landelijk vaak ziet.’ De aankomende gemeenteraadsverkiezingen zullen dan ook een belangrijke graadmeter zijn voor de stemming onder afgehaakt Nederland. Cuperus: ‘Het zou een opstand van onbehagen, van wantrouwen kunnen worden. Tenzij het kabinet laat zien dat ze de boodschap hebben verstaan. Dat zal de echte test worden voor dit kabinet de komende maanden.’ De Voogd: ‘Ik ben benieuwd of de lokale partijen nog verder gaan groeien. De VVD is lokaal vaak al heel klein. Dat is al geen traditioneel grote partij meer. Kan dat nog verder verschuiven?’

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie