Advertentie
sociaal / Achtergrond

Betere opvang dicht bij huis

Meer ambulante begeleiding in de wijk en meer cliënten die zelfstandig wonen in hun vertrouwde omgeving.

13 januari 2023
Beschermd wonen
Shutterstock

Meer ambulante begeleiding in de wijk en meer cliënten die zelfstandig wonen in hun vertrouwde omgeving. Dat is het beoogde resultaat van de doordecentralisatie van beschermd wonen naar beschermd thuis, volgend jaar. Veel gemeenten bereiden zich erop voor, zoals in de regio Delft.

Directeur

De Omgevingsdienst Groningen (ODG) via Hunter Select
Directeur

Teammanager Maatschappelijke Opgaven

Gemeente Lansingerland
Teammanager Maatschappelijke Opgaven

Vanaf 1 januari jongstleden zijn ze in Delft en de bijhorende gemeenten Midden Delfland, Pijnacker-Nootdorp en Westland rustig van start gegaan met de nieuwe aanpak. Een cliënt die uitstroomt uit een beschermd-wonenvoorziening en zelfstandig gaat wonen, blijft voortaan niet meer per definitie in Delft hangen. Komt hij van origine bijvoorbeeld uit Pijnacker-Nootdorp, dan kan hij – indien hij daarvoor in aanmerking komt – ook in díe gemeente een huis en de benodigde ondersteuning krijgen.

Het zijn de kerndoelen van de transitie doordecentralisatie beschermd wonen naar beschermd thuis die per 1 januari 2024 moet beginnen: wonen in een vertrouwde omgeving met professionele begeleiding, steun van het netwerk en (kleinschalige) welzijnsvoorzieningen. De transitie is een goede ontwikkeling volgens Hanneke van de Gevel, wethouder Wmo in Pijnacker-Nootdorp voor Eerlijk alternatief. ‘In de gemeente waar cliënten oorspronkelijk vandaan komen, wonen vaak vrienden en familie. Daardoor kun je de informele ondersteuning dichter bij huis beter regelen. En mensen voelen zich vaak beter in het eigen netwerk.’

Mensen voelen zich vaak beter in het eigen netwerk’

Hanneke van de Gevel

Volgens het woonplaatsbeginsel worden gemeenten vanaf volgend jaar verantwoordelijk voor de eigen inwoners als het om beschermd wonen gaat. Vanaf 1 januari 2024 krijgen alle gemeenten – en niet zoals nu alleen centrumgemeenten – financiering voor het bieden van beschermd wonen en beschermd-thuis-voorzieningen. ‘Wij krijgen vanaf 2024 minder geld en de regio gemeenten meer,’ licht Karin Schrederhof, wethouder zorg (PvdA) in Delft toe. ‘Voor de voltooiing van de transitie is acht jaar uitgetrokken. Ook de verandering in de geldstroom gaat stapsgewijs, want mensen stromen niet in één keer uit.’

Druk bezig

De aanzet voor de transitie van beschermd wonen naar een beschermd thuis werd al in 2015 gegeven door een rapport van de commissie Dannenberg (zie het kader op de volgende pagina). In Delft en de bijbehorende centrumgemeenten werd vier jaar geleden gestart met de voorbereidingen. ‘De afgelopen tijd hebben wij met alle gemeenten een regio-visie en een uitvoeringsnotitie opgesteld voor de transitie’, vertelt Schrederhof. ‘Alhoewel de financiële contouren en het woonplaatsbeginsel pas in 2024 vorm krijgen, zijn wij al druk bezig met de transformatie. Voor bewoners die beschermd willen gaan wonen in de woonplaats waar ze oorspronkelijk vandaan komen, betalen wij in 2023 nog de rekening. Ook gaan we met elkaar in gesprek over hoe de indicatiestelling, die nu alleen bij ons wordt gedaan, geïmplementeerd kan worden bij de regiogemeenten.’

Van de Gevel vertelt dat Pijnacker-Nootdorp een aantal nieuwe medewerkers heeft aangesteld om deze beweging in goede banen te leiden. Ze verwacht daarom weinig problemen. ‘Wij werken al heel goed met de gemeente Delft samen. De ambtenaren kennen elkaar. Er is veel contact en er wordt veel uitgewisseld.’

Gaat de gemeente zelf ook beschermdwonen- voorzieningen opzetten in Pijnacker- Nootdorp? Voorlopig niet, volgens Van de Gevel. ‘Wij richten ons nu op het bieden van een beschermd thuis. Het aantal cliënten uit Pijnacker-Nootdorp is zo klein dat het de vraag is of je die voorziening door moet decentraliseren. Het kan zijn het dat op termijn wel gaat gebeuren. Dat vraagstuk moeten we met zijn allen blijven bekijken.’

Vangnet

In de transitie wordt beoogd om meer mensen, al dan niet met professionele ondersteuning, zelfstandig te laten wonen. Toch zal de uitstroom niet opeens veel groter worden, volgens Schrederhof. ‘Er is nu al een permanente uitstroom. Die beweging is al jaren bezig. We zullen wel tussenvormen van beschermd thuis steviger gaan organiseren. Denk aan clustervormen waar cliënten samenwonen om elkaar te ondersteunen. Daarnaast moet het vangnet in de wijk, de infrastructuur rondom kwetsbare mensen die zelfstandig wonen, verbeterd worden, ook voor de huidige bewoners.’

Het grootste obstakel is het regelen van voldoende woningen. Mede omdat de druk op de woningmarkt groot is en er veel aandachtgroepen zoals statushouders zijn. Bovendien heeft Delft ervoor gekozen om de decentralisatie van de maatschappelijke opvang parallel te laten lopen met de decentralisatie beschermd wonen. Schrederhof: ‘Deze transitie staat gepland voor 2026, maar we denken nu al na over de aanpak. Die groep willen we niet meer onderbrengen in grote zalen in de dag- en nachtopvang. We zoeken naar manieren om ze meer zelfstandig te laten wonen, met of zonder ondersteuning. Qua financiering hebben we een reserve beschermd wonen. Daarom hebben we de ruimte om dit nu al op te pakken.’

Om genoeg woningen aan te kunnen bieden, is uitbreiding van de sociale huursector noodzakelijk. Omdat de bouw van nieuwbouwwoningen te veel tijd in beslag neemt, wordt in de gemeente Haaglanden gekozen voor flexwoningen. Schrederhof: ‘Het zijn woningen van goede kwaliteit die maximaal tien jaar op een plek mogen staan. Omdat we dit zien als uitbreiding van de sociale voorraad, gaan we daar niet alleen kwetsbare mensen huisvesten.’ Van de Gevel: ‘Deze optie biedt ons kansen. De ruimtelijke ordeningsprocedures van de flexwoningen zijn een stuk korter dan die voor nieuwbouw. En er is geld van het rijk beschikbaar om ze te realiseren. Vanuit de regio zijn we nu al bezig om vijfentwintig flexwoningen te reserveren via de corporaties.’

Overlast

Schrederhof voegt toe dat er in dit kader afspraken met de corporatiesector zijn gemaakt in het convenant zorgafhankelijke doelgroepen. ‘Dat is belangrijk, want deze groep belandt altijd in de corporatiesector. In de afspraken is vastgelegd dat er direct contact is tussen de huurder, de zorgverlener en de corporatie als iets niet lekker loopt. Ook met het oog op mogelijke overlast die in sommige situaties zou kunnen ontstaan.’ Een andere uitdaging is om de kennis over de toegang en de indicatiestelling over te dragen van de centrumgemeenten naar de regio.

De gemeente is de afgelopen jaren steeds meer een zorgbedrijf geworden

Hanneke van de Gevel

‘Die procedure moeten we met elkaar gaan ontwikkelen’ vervolgt Schrederhof. ‘Bij twijfel zoek je elkaar op en probeer je elkaars kennis zo goed mogelijk te benutten.’ Van de Gevel denkt dat het aantal ambtenaren vanwege deze extra taken moet worden uitgebreid. ‘Maar ik verwacht niet echt problemen. Door de eerdere transities in de ouderen- en de jeugdzorg maken zorgprofessionals als psychologen en maatschappelijk werkers nu al deel uit van ons kernteam. De gemeente is de afgelopen jaren steeds meer een zorgbedrijf geworden.’
 

Volwaardig onderdeel van maatschappij

Sinds 2015 zijn de Nederlandse gemeenten verantwoordelijk voor beschermd wonen (voorheen AWBZ-gefi nancierd). Het streven daarbij is om mensen met psychische of sociaal-maatschappelijke problemen volwaardig onderdeel te laten zijn van de maatschappij, in aansluiting op een advies van de commissie Dannenberg. Het doel van beschermd thuis is om voor de doelgroep goede ondersteuning en zorg aan huis te leveren. Dit kan door middel van eigen woonruimte of een tussenvorm met ambulante vormen van ondersteuning. Maar ook met de mogelijkheid om tijdelijk terug te kunnen vallen op andere opvang als het even niet lukt.

In het bestuurlijk overleg tussen rijk en gemeenten is afgelopen zomer (na meerdere keren uitstel) besloten dat de doordecentralisatie op 1 januari 2024 moet ingaan. Deze maand moet het wetsvoorstel woonplaatsbeginsel beschermd wonen bij de Kamer worden ingediend. Het doel van de wet is om de ondersteuning zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de situatie van de inwoner. Er wordt vanuit gegaan dat regiogemeenten hier beter zicht op hebben dan de huidige 44 centrumgemeenten.

Dat betekent dat gemeenten verantwoordelijk worden voor beschermd wonen voor hun eigen inwoners, ongeacht of ze beschermd thuis of beschermd wonen nodig hebben. Nu is het nog zo dat de gemeente waar iemand zich meldt verantwoordelijk is. Het woonplaatsbeginsel geldt óók als cliënten naar een andere gemeente verhuizen. Dus gaat een inwoner van Delft naar Zeeland om daar beschermd (thuis) te wonen, dan blijft de gemeente Delft fi nancieel verantwoordelijk. Dat is ook een stimulans voor gemeenten om te investeren in preventie, aldus Maarten van Ooijen, staatsecretaris Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ChristenUnie). Met de nieuwe wet komt er ook een objectief verdeelmodel waarbij álle gemeenten, en niet alleen de centrumgemeenten, middelen ontvangen voor beschermd wonen.

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie